Bush tekent scherpere eisen olietankvaart

ROTTERDAM, 20 aug. President Bush heeft gisteren in zijn vakantieverblijf Kennebunkport de nieuwe wet ondertekend waarin de veiligheidseisen voor het vervoer van olie drastisch zijn verscherpt.

Na het ongeluk met de olietanker Exxon Valdez in Alaska, dat de grootste milieuramp tot nu toe heeft veroorzaakt, is de nieuwe wetgeving door het Amerikaanse parlement versneld. Reders en oliemaatschappijen voorspellen een aanzienlijke kostenstijging voor het olietransport per tanker, die uiteindelijk in een verhoging van de consumentenprijzen voor olieprodukten zal resulteren.

De belangrijkste nieuwe eis die aan de tankervaart wordt gesteld is dat alle olietankers die in Amerikaanse wateren komen, geleidelijk worden voorzien van dubbele bodems en dubbele wanden. De nieuwbouwkosten voor tankschepen stijgen daardoor met 15 a 20 procent.

Reders krijgen verder een veel hogere aansprakelijkheid voor het opruimen van olie in geval van ongelukken. Deze vergoeding wordt acht maal verhoogd, een stijging van 150 naar 1.200 dollar per bruto ton ruwe olie of olieprodukten die schepen verliezen. Volgens de nieuwe wet is dit risico niet te verzekeren. In het systeem van de Amerikaanse wetgeving kunnen individuele staten trouwens nog verdergaande eisen aan de tankkerreders stellen.

Oliemaatschappijen krijgen een speciale heffing van vijf dollarcent per vat olie (159 liter) opgelegd, voor de vorming van een reserve-risicofonds van een miljard dollar om de Kustwacht en andere overheidsinstanties in staat te stellen om snel te reageren bij olierampen. Dit risicofonds wordt aangesproken zodra de schade als gevolg van een scheepsongeluk groter wordt geraamd dan 350 miljoen dollar. De Kustwacht wordt aanzienlijk uitgebreid en controles op zee geintensiveerd.

In de Senaat en het Huis van Afgevaardigden is maandenlang gewerkt aan een compromis over de nieuwe wetgeving. President Bush kritiseerde de parlementaire commissie die het wetsvoorstel behandelde, omdat niet is gekozen voor regeling op basis van een bestaand internationaal verdrag dat de Verenigde Staten het recht had gegeven een beroep te doen op een internationaal aansprakelijkheidsfonds van 260 miljoen dollar.