B. F. SKINNER (1904-1990); Controversieelgedragsgeleerde

ROTTERDAM, 20 aug. De zaterdag na een langdurig ziekbed overleden Amerikaanse psycholoog Burrhus Frederic Skinner was de laatste grote vertegenwoordiger van het behaviorisme, de vooral in de jaren vijftig en zestig invloedrijke stroming die het menselijk gedrag beschouwt in termen van responsen op prikkels uit de omgeving. De voormalig hoogleraar van Harvard University geldt als een van de meest controversiele gedragswetenschappers van de eeuw. Hij stierf aan leukemie.

Skinner werd op 20 maart 1904 als zoon van een jurist geboren in Susquehanna, een stadje in Pennsylvania. Na als tiener eerst lange tijd een literaire loopbaan te hebben geambieerd raakte hij geinteresseerd in psychologie, beinloed door het werk over geconditioneerde reflexen van de Russische psycholoog Ivan Pavlov, artikelen van de filosoof Bertrand Russell en de ideeen van de grondlegger van het behaviorisme, John B. Watson. Hij studeerde aan Harvard University waar hij in 1931 promoveerde en enige jaren als onderzoeker aanbleef. In 1936 verhuisde hij naar de Universiteit van Minnesota in Minneapolis, waar hij in 1938 het boek 'The behavior of organisms' publiceerde.

Vlak na de oorlog, van 1945 tot 1948, was hij hoogleraar psychologie aan Indiana University in Bloomington. Hij verwierf daar onder meer nationale bekendheid met zijn 'Air-Crib', een grote, luchtdichte en kiemvrije, doos met 'airconditioning' die fungeerde als een mechanische baby-oppasser. De Air-Crib zou een optimale omgeving vormen voor baby's gedurende hun eerste twee levensjaren. Skinner probeerde hem uit op een van zijn eigen twee dochtertjes. In 1948 publiceerde hij zijn klassiek geworden utopische roman 'Walden Two', geent op zijn behavioristische ideeen.

In 1948 keerde Skinner terug naar Harvard University, waar hij tot zijn emeritaat in 1975 bleef. Met zijn experimentele aanpak beinvloedde hij een hele generatie Amerikaanse psychologen. Skinner beschouwde de geest als een zwarte doos en beperkte zich tot het kijken naar de relatie tussen stimuli uit de omgeving en de responsen die deze opwekken. Zijn experimentele werk berustte op zijn fabelachtige vaardigheid om dieren complexe gedragingen aan te leren, een vaardigheid die hij al als kleine jongen had opgedaan. Zo wist hij onder meer duiven te conditioneren om tafeltennis te spelen. Zijn bekendste uitvinding is de 'Skinner Box', een apparaat waarmee hij veranderingen in diergedrag onderzocht en dat tegenwoordig onder meer wordt gebruikt in de farmaceutische industrie voor het observeren hoe medicijnen het gedrag van dieren beinvloeden. Daarnaast ontwierp Skinner zogeheten leermachines, waarbij de student of leerling wordt beloond voor goede antwoorden.

Skinner schreef een groot aantal boeken, waaronder het controversiele 'Beyond Freedom and Dignity' (1971) waarin hij de houdbaarheid van de begrippen vrijheid en waardigheid in twijfel trekt en waarin hij een technologie van het gedrag propageert. In 1976 verscheen het autobiografische 'Particulars of my Life', in 1979 gevolgd door het tweede deel 'The shaping of a Behaviorist'. In het afgelopen decennium publiceerde Skinner onder meer 'Enjoy Old Age en Upon further reflection' (1987).