Zelfs Opec heeft op Rotterdamse spotmarkt geen dwingendeinvloed; Wall Street en City-boys zetten de olieprijs

ROTTERDAM, 18 aug. - De tijden dat de olieprijzen op de Rotterdamse spotmarkt werden 'gemaakt' zijn al lang voorbij. Het is zelfs de OPEC niet meer die dwingend de prijzen kan voorschrijven. Het zijn de 'Wall Street-boys' en de handelaren op de beurs in de Londense City die bepalen wat de consument uiteindelijk aan de pomp zal betalen.

Alle ogen in de wereld zijn via de beeldschermen gericht op de Londense International Petroleum Exchange (IPE) en op de New York Mercantile Exchange (Nymex). Zelfs de vorig jaar geopende Rotterdam Energy Futures Exchange (Roefex) speelt geen rol van betekenis. 'De olie is politiek', zegt voorzitter J. Berkman van de NOVOK, de Nederlandse Organisatie van Olie- en Kolenhandelaren. 'Is de olie op dit moment schaars? Nee absoluut niet. We denken dat de olie schaars zal worden en dat bepaald op dit moment de prijs', zo zegt Berkman, die zelf ook voor de binnenlandse markt olie koopt en verkoopt.

Een mooi voorbeeld dat de prijs op de beurs en niet meer in de 'fysieke' of 'natte' handel wordt 'gemaakt', is afgelopen week gegeven. Saddam Hussein kondigde aan dat hij vrede met Iran wilde sluiten. De beurzen reageerden onmiddelijk en de prijs van de olie zakte fors. De beurshandelaren legden de aktie van Hussein uit als ontspanning van de crisis in het Golf-gebied. Pas een paar uur later realiseerde de wereld zich dat de aan de Iraanse grens gelegerde Iraakse troepen nu konden worden ingezet aan de grens met Saoedi-Arabie. De prijzen schoten weer omhoog. Dat alles binnen enkele uren. 'In Rotterdam gaat het om de kleine marges. De prijs wordt elders bepaald. De beschikbare voorraad in Rotterdam kan - in verband met de vraag en het aanbod - nog voor een kleine fluctuatie zorgen, maar daar is alles mee gezegd', aldus een manager van een van de grotere oliemaatschappijen.

Net als zoveel andere handelaren en betrokkenen in de oliehandel wil hij niet met zijn naam in de krant. Gesloten als een oester zijn ze. Het is niet eens duidelijk hoeveel oliehandelaren, naast de grote oliemaatschappijen, in Rotterdam op de oliemarkt aktief zijn. Hoe groot de voorraad precies is wordt als het grootste bedrijfsgeheim voor de buitenwereld verborgen gehouden. De NOVOK telt 300 leden. Maar of die ook allemaal daadwerkelijk in olie handelen wordt door deskundigen betwijfeld.

De publiciteit in de afgelopen 25 jaar is, of die nu over de Rotterdamse spotmarkt, de fysieke oliehandel of de zieltogende termijnmarkt (Roefex) gaat, altijd negatief en in nevelen gehuld. Het is het verhaal van de kleine, duistere en malafide handelaar die met trucs, speculatie en soms intimidatie grof geld verdienden en dat vervolgens weer snel verloren. Dat juist in Rotterdam de handel in olie, de spotmarkt, zo'n 25 jaar geleden kon opbloeien, is niet verwonderlijk. Rotterdam heeft de grootste opslagcapaciteit voor ruwe olie ter wereld en bovendien een grote verwerkingscapaciteit met raffinaderijen van Shell, Koeweit Petroleum Nederland, Texaco/BP en Esso.

Wat is nu eigenlijk de spotmarkt? De spotmarkt in Rotterdam handelt in de produkten uit olie. De kleine oliehandelaar die aan de witte of vrije pomp levert, koopt zijn produkt op de spotmarkt. Gasolie, benzine, diesel, huisbrandolie en stookolie. Gekocht bij de depots van de grote oliemaatschappijen.

In ruwe olie wordt in Rotterdam nauwelijks meer gehandeld. Die handel is in handen van enkele grote 'traders' en de maatschappijen.

De explosieve ontwikkeling van de Westerse economie in het midden van de jaren zestig maakte dat de vraag naar olie, of beter gezegd de geraffineerde produkten uit olie, steeg. Bovendien lag de olieprijs in die tijd aanzienlijk lager dan het huidige niveau, en dat maakte de markt voor buitenstaanders toegankelijk. De grote oliemaatschappijen Shell, BP, en Texaco waren nauwelijks in staat aan de vraag te voldoen. Het was in dat klimaat dat de kleine handelaar kon floreren. Met betrekkelijk weinig geld of met steun van de banken zorgden deze oliehandelaren dat de raffinaderijen konden blijven draaien en de afzet aan de consument gegarandeerd bleef. Overschotten bij de ene maatschappij werden opgekocht en aan een andere maatschappij verkocht. Soms binnen een dag of zelfs binnen het uur werd op die manier een gigantische winst geboekt. Door de gebrekkige organisatie of beperkte opslagcapaciteit van de oliemaatschappijen verloren deze de monopoliepostitie op de markt en werd de prijs - en de grote winsten - op de Rotterdamse spotmarkt gemaakt.

Uit die tijd stamt ook het verhaal van de kleine oliehandelaar die op de vijfde verdieping van het Shell-hoofdkantoor olie opkocht en vervolgens met de lift naar de zevende verdieping diezelfde partij weer verkocht en met honderduizenden guldens winst het pand verliet. Maar het is ook de tijd dat een malafide handelaar een tanker olie op weg naar Rotterdam zes keer verkocht. Bij aankomst in Rotterdam was de vogel gevlogen en stonden zes beteuterde aspirant-eigenaren op de kade. 'Daarna begonnen de grote oliemaatschappijen zichzelf op de spotmarkt te begeven. Met stromannen of onder andere namen gingen Shell, BP en Texaco ook de markt op en kochten bij elkaar.', zegt de Amsterdamse advokaat J. L. M Fruytier die al jarenlang als raadsman de Rotterdamse oliewereld van binnenuit kent. 'Met de komst van de grote jongens op de spotmarkt nam het volume van die markt eigenlijk af. De kleinere jongens verdwenen. En in dat stadium verkeren we nu op dit ogenblik', zo zegt Fruytier die zegt dat zelfs de middelgrote handelaren zoals Vito en Transoil geen enkele rol van betekenis meer spelen.

De prijsstijgingen op dit moment komen ook volgens hem meer voort uit het psychologische effect van de crisis in de Golf dan uit een feiteljk tekort aan olie. 'Wie nu goed garen spinnen zijn de oliemaatschappijen die zelf raffineren. In deze periode van topprijzen draait alles op volle toeren om zo veel mogelijk produkten te kunnen afzetten. Nu wordt het geld verdiend.' Ook Berkman erkent dat de raffinaderijen op volle toeren draaien omdat met de produkten nu een goede prijs kan worden gemaakt. 'Maar of dat ook winst is, moet nog blijken. De olie is nu ook duur. Straks zakt de prijs en dan moet wel het dure 'crude' (ruwe olie) worden verwerkt.'