VS zullen zich economisch afwenden van West-Europa

De Verenigde Staten moeten bij Europa betrokken blijven, vinden de meeste Westeuropese politici. Dat zou, zo menen zij, kunnen worden bereikt door bij voorbeeld de NAVO een meer economisch karakter te geven. Kennelijk gaan zij er van uit dat ook de Amerikanen zo'n betrokkenheid willen. Maar dat is nog maar de vraag.

Zo moet de betekenis van het Amerikaanse ingrijpen in het Midden-Oosten niet misverstaan worden. Daar gaat het om een eigen, direct Amerikaans belang: het veiligstellen van olietoevoer. Europa kan daarvan profiteren, maar dat is niet wat de Amerikanen voor ogen stond toen zij hun troepen naar Saoedi-Arabie stuurden.

Veelzeggender voor de houding van de VS tegenover Europa is hun economische beleid op lange termijn. Dat wordt sinds een aantal jaren door twee factoren bepaald: pogingen om tot een afbakeling van belangen te komen jegens Japan en Europa en om in een hoog tempo de beide Amerikaanse continenten economisch te integreren.

De afbakening van belangen jegens Japan en Europa voltrekt zich in de vorm van een eindeloze reeks van ruzies en halfbakken afspraken over toegang tot elkaars markten, het afschaffen van subsidies en - vooral door Japan - aanpassingen van intern economisch beleid. Het zijn slepende conflicten waar de media bol van staan.

Veel minder aandacht krijgt de integratie van de Amerikaanse economieen. Die integratie gebeurt in drie etappes: een vrijhandelsverdrag met Canada dat eind 1988 is gesloten, een zelfde verdrag met Mexico waarover in juni van dit jaar overeenstemming is bereikt en, als sluitstuk, een gemeenschappelijke markt van Noord- en Zuid-Amerika. De Amerikaanse president Bush lanceerde het plan voor zo'n gemeenschappelijke markt afgelopen juli. Dezer dagen reageerden de belangrijkste Latijns-Amerikaanse landen instemmend. Het schema voor deze laatste etappe is eerst een gemeenschappelijke markt tussen Brazilie, Argentinie, Chili en enkele kleinere landen per 1995 en, vervolgens, een vrijhandelsovereenkomst tussen de beide continenten.

Het initiatief om tot zo'n handelsfort te komen dat de beide Amerika's omvat stamt van president Reagan. Voor hem waren de Verenigde Staten het centrum van de wereld. De rest van de wereld was de VS zo niet vijandig, dan toch ten minste onvriendelijk gestemd. 'God heeft ons land gezegend door het met oceanen te omringen'. Maar de VS hebben aan hun noord- en de zuidgrens geen oceanen. Daar liggen, pal tegen Gods uitverkoren land, twee grote buren: Canada en Mexico. Of de VS het willen of niet, met die landen moet op de een of andere manier worden samengeleefd.

Dat onontkoombare feit heeft Reagan ertoe gebracht van de nood een deugd te maken. Hij opperde het plan om met deze landen tot een gemeenschappelijke markt te komen. Met zo'n gemeenschappelijke markt zouden twee vliegen in een klap worden geslagen: Canada en Mexico zouden aan de Verenigde Staten worden verbonden en dus de kans op conflicten worden verkleind en tegelijkertijd zou zo'n markt een tegenwicht vormen tegen het integrerende Europa en het snel groeiende Japan. Voor Mexico was er nog een extra reden om tot samenwerking te komen: de illegale migratie, de handel in drugs en de staatsschuld aan Amerikaanse banken hadden een onhanteerbare omvang aangenomen.

Met deze verdragen hebben de VS een duidelijke richting gegeven aan hun buitenlandse economische politiek. In beginsel gaat het de Amerikanen om het vestigen van een groot vrijhandelsgebied. Maar wie de tekst leest van bijvoorbeeld het verdrag met Canada ziet dat het niet alleen om traditionele onderwerpen gaat als tariefsverlaging voor industriele produkten, maar veel verder reikt. Zo betreft het ook onderwerpen als landbouw, diensten, technologie, investeringen en een gezamenlijk beleid voor veiligstelling van energievoorziening.

De verdragen met Canada en Mexico betekenen dat in Noord-Amerika eeneconomisch blok is ontstaan van ten minste gelijk gewicht als Europa. De Amerikaanse economische machtsvorming zal nog dramatischer toenemen als desamenwerking met heel Latijns Amerika een feit wordt. Deze verschuivingen in economische machtsverhoudingen zullen ongetwijfeld gevolgen hebben voor de onderhandelingen die Amerika voert met Japan en Europa. Veel belangrijker is dat de VS hun heil zoeken in Amerikaanse blokvorming. Het betekent dat de VS zich economisch van Europa afwenden. Dat, in combinatie met de afnemende dreiging vanuit het Oostblok en de al jaren bestaande wens van de Amerikanen om hun militaire aanwezigheid in Europa te verminderen, lijkt tot gevolg te zullen hebben dat ook hun belangstelling voor politieke betrokkenheid bij ons werelddeel afneemt. Dromen over blijvende betrokkenheid van de VS bij Europa zouden wel eens dromen kunnen blijven.