Schaken

Steeds vreemder wordt het spel van Michael Basman. Ik zag hem voor het eerst in een jeugd-landentoernooi in Den Haag, bijna dertig jaar geleden. Zijn spel was origineel, maar beslist nog niet bizar. Hij leek niet zo'n ijverig student van de openingstheorie als de andere jonge Engelsen. Misschien was de kiem van zijn latere bizarrerieen al gezaaid, maar je zag het nog niet. Botwinnik noemde Basman tijdens het toernooi in Hastings 1966/67 een van de begaafdste Britse spelers die hij ooit had ontmoet. Botwinnik had in dat toernooi bijna van hem verloren, positioneel was hij overspeeld. Niet alleen door zijn stijl was Basman een buitenbeentje onder de Engelse schakers. Hij was in Engeland geboren maar zijn vader was Armenier en heette nog Basmadian. Tijdens het toernooi in Netanya, Israel, nam Basman me mee naar Jeruzalem, waar hij voor het eerst de Armeense tak van zijn familie ontmoette. Een andere wereld, die hem zeer beviel. Korte tijd later ging hij in de Armeense hoofdstad Jerevan wonen en in 1970 werd hij kampioen van die stad. Een paar jaar later kwam hij terug naar Engeland. De hoge verwachtingen die Botwinnik had gehad werden niet vervuld. In zijn jeugd had het er naar uitgezien dat hij de eerste Engelse grootmeester zou worden, maar het kwam er niet van en het duurde tot 1980 voor hij de lagere titel van internationaal meester behaalde. Zijn resultaten werden minder en hij ging steeds vreemder openingen spelen. Het een heeft zeker met het ander te maken. Wat oorzaak is en wat gevolg is moeilijk uit te maken.

In het begin specialiseerde Basman zich met zwart in de opening 1... a6 en 2... b5 Daar werd om gelachen tot Miles het een keer tegen Karpov probeerde en won. Basmans opening had een zekere respectabiliteit gekregen en hij moest nu iets vinden dat nog vreemder was. Hij begon met zwart zo te spelen: 1. e4 g5 2. d4 h6. Later verfijnde hij de zetvolgorde: 1. e4 h6 2. d4 g5. Dat leidt natuurlijk tot dezelfde stelling, maar de tweede zetvolgorde weet nog sterker de suggestie te wekken dat de zwartspeler niet goed wijs is.

Vorige week eindigde in Eastbourne het Brits kampioenschap. Gewonnen door Plaskett, maar daar gaat het nu niet om. Basman was weer een stap verder gegaan op zijn vreemde weg. Met wit opende hij al zijn partijen met 1. h3 en 2. a3. Met zwart hetzelfde, 1... h6 en 2... a6. Net de zetten die in ieder leerboekje als het waarmerk van de absolute beginneling worden beschreven. Basman heeft er natuurlijk bedoelingen mee die allerminst die van een beginner zijn. Door zijn groot talent weet hij altijd een paar fraaie partijen te winnen. Het is mooi om iemand bezig te zien die alles heel anders doet dan we gewend zijn. Toch stemmen de excentriciteiten van Basman me een beetje treurig. Ik denk dat ze voor een deel uit teleurstelling voortkomen.

Zijn openingen zijn misschien minder slecht dan ze lijken, maar kampioen van Engeland kan je er niet mee worden. Door ze te spelen geeft Basman aan dat hij dat ook niet meer wil. Hij geeft een voorgift aan zijn tegenstander, hij doet in zekere zin buiten mededinging mee. Hij haalt een middelmatig resultaat. Ja, maar hij speelt ook met een handicap. Hoe sterk zou hij zijn als hij gewoon zou spelen? Misschien even sterk als in zijn beste tijd? We zullen het nooit weten. Basman zelf ook niet en misschien is dat wel de bedoeling. Door de originaliteit boven alle andere overwegingen te plaatsen heeft hij zich aan de krachtmeting onttrokken. Een schaaktoernooi winnen is moeilijk. Als je het probeert en het lukt niet doet dat pijn, zeker als je denkt dat het vroeger wel was gelukt. Dan maar liever rare zetten doen, waardoor je van het begin af aan al aangeeft dat je ambities elders liggen. Als je geen toernooiwinnaar meer kan worden kan je in ieder geval nog het onbegrepen genie spelen. En als het goed gaat geeft een overwinning een bevrediging die voor weinig andere schakers is weggelegd. Als een gewone schaker wint, met methodes die door anderen zijn uitgedacht en in duizenden toernooipartijen zijn beproefd, dan is hij heel tevreden, maar hij weet dat vele anderen in zijn plaats op dezelfde manier hadden kunnen winnen. Winnen op de manier van Basman, dat kan alleen Basman zelf.

Wit Bibby-zwart Basman, Eastbourne 19901. e2-e4 h7-h6 2. d2-d4 a7-a6 3. f2-f4 c7-c5 4. Pg1-f3 g7-g5 Er zit wel systeem in zijn waanzin. Door er een gambiet van te maken kan zwart druk uitoefenen op de zwarte velden in het centrum. 5. f4xg5 h6xg5 6. Lc1xg5 Lf8-g7 7. Pb1-c3 Nu krijgt zwart zijn zin. Veel sterker was verdediging van het centrum met 7. c3 7... c5xd4 8. Pf3xd4 Pb8-c6 9. Pd4xc6 Speelman schrijft in zijn rubriek in The Sunday Correspondent dat 9. Pb3 beter zou zijn. Ook in dat geval zou Basman heel tevreden met zijn stelling zijn. Zijn vreemde openingsopzet is geslaagd, hij heeft alles bereikt wat hij wilde. De open h-lijn, een vrije diagonaalvoor zijn loper op g7 en het onbetwiste bezit van het strategischesleutelveld e5. 9... b7xc6 10. Lf1-c4 Hierna wint zwart zijn pion al terug.10... Dd8-b6 11. Lc4-b3 Th8xh2 12. Th1xh2 Db6-g1+ 13. Ke1-d2 Dg1xh2 Het iswel begrijpelijk dat het spelen van vreemde openingen bij sommige schakersin een verslaving kan ontaarden. De witspeler is veel zwakker dan Basman, maar dat kon alleen zo snel blijken doordat hij in deze partij geen hulp vande boekjes had en geheel op eigen kracht was aangewezen. 14. Dd1-f3 Dh2-d6+15. Kd2-e2 Dd6-g6 16. Lg5-e3 a6-a5 17. Ta1-d1Tenslotte een blunder die een stuk kost. Wit wil zijn koning met Ke2-d2-c1 in veiligheid brengen, maar hij is er net te laat mee. Hij had 17. Kf2 moeten doen. 17... Lg7xc3 18. b2xc3 a5-a4 19. Lb3-c4 d7-d5 Dreigt20... Lg4 met damewinst. 20. Lc4xd5 c6xd5 Wit gaf op.