Saoedi-Arabie 'diep geroerd' door sterke steun van Nederland

DEN HAAG, 18 aug. - Hoe vindt de Saoedische ambassadeur het dat zijn land, in het middelpunt van de islamitische wereld, de hulp van het 'ongelovige' Westen heeft ingeroepen om de dreiging van Iraakse moslimbroeders af te wenden? Abdelmuhsin Al-Sudeary ziet geentegenstrijdigheid. 'Het is geen schande een beroep te doen op vrienden', antwoordt hij met een glimlach.

Is het geen bezwaar als die Westerse vrienden vrouwen meesturen? Vrouwen zouden volgens de puriteinse religieuze regels in zijn land immers niet eens een auto mogen besturen? 'Daar kan ik geen antwoord op geven. Dat is een zaak die Saoedi-Arabie en de Verenigde Staten onderling moeten regelen. Ik zie geen probleem.'

In elk geval is het meevaren van vrouwen op de twee Nederlandse fregatten niet met hem besproken, zegt hij.

Na zijn Iraakse ambtgenoot en de Koeweitse minister van financien achtte de Saoedische ambassadeur Al-Sudeary gisteren de tijd gekomen in zijn residentie aan de Haagse Alexanderstraat publiekelijk zijn zegje te doen over de 'Iraakse agressie in Koeweit'.

Op zijn bureau een vlaggetje en een koran, aan de muur - in protserige lijsten - zwart-wit foto's van de voormalige koningen Feisal en Khaled en van de huidige koning Fahd. Rondom de ambassadeur zitten of staan een dertigtal persmensen. Hij zegt 'diep geroerd' te zijn door 'de sterke steun' van de Nederlandse regering en het Nederlandse volk aan zijn bedreigde moederland.

Voordat er vragen kunnen worden gesteld, wil de 55-jarige ambassadeur zich even verontschuldigen. Hij is geen militair expert. Daarom kan hij niet ingaan op de militaire strategie. En van de oliemarkt en de olieprijzen zegt hij evenmin op de hoogte te zijn, wat niet zo'n sterke indruk maakt voor de vertegenwoordiger van het land dat goed is voor circa tien procent van de 's werelds olieproduktie en dat over een kwart van de aangetoonde oliereserves van de wereld beschikt. Verder is hij de behulpzaamheid zelve. Een visum? 'Geef me uw visitekaartje en ik zal het regelen.' De ambassadeur, sinds februari in Den Haag gestationeerd, onderstreept het 'legitieme recht' van Saoedi-Arabie om hulp in te roepen van Arabische en niet-Arabische vrienden bij de verdediging van hetkoninkrijk van het Huis Saoed en zijn bevolking. 'Saoedie-Arabie zal dezetroepen niet gebruiken om Irak of een ander land aan te vallen, tenzij hetzelf wordt aangevallen', verzekert Al-Sudeary. Egypte, Marokko en Syrie bieden Saoedi-Arabie militaire steun. 'Ik weet niet precies om hoeveel militairen het gaat. Niet zoveel, maar als de nood toeneemt zullen het er wellicht meer worden.'

Hij twijfelt er niet aan dat de hulptroepen zullen vertrekken zodra het Iraakse gevaar is geweken. 'Een eeuw geleden was dat misschien anders geweest. 'Als de resolutie van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties, waarin een handelsboycot van Irak wordt afgekondigd, ter sprake komt, onderstreept de dienaar van koning Fahd dat de Iraakse leider Saddam Hussein aan zet is. Hij dient zijn nachtelijke annexatie van Koeweit onvoorwaardelijk ongedaan maken. Pas daarna valt er te praten. De koppeling die Hussein probeert te maken met terugtrekking van Israel uit de bezette gebieden en van Syrie uit Libanon, is volgens Al-Sudeary gedoemd te mislukken. 'Je moet niet zoveel verschillende problemen op een hoop vegen.'

Hij zegt te hopen dat de blokkade van Irak onder regie van de Verenigde Naties kan worden gebracht. 'Niet alle betrokkenen zitten op dezelfde lijn, maar dat kan spoedig anders worden. We kunnen zelf moeilijk het initiatief nemen, want Saoedi-Arabie zit momenteel niet in de Veiligheidsraad.' Geen bevredigend antwoord komt er op vragen over de financiering van de buitenlandse troepenmacht in en rondom Saoedi-Arabie. 'Over die detailskan ik niet spreken. Ik ken ze niet'.

Op de positie van de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie PLO heeft de Saoedische ambassadeur geen commentaar, en evenmin op de mogelijke gevolgen van de toenadering tussen Irak en Iran. 'Laten we dat eerst maar eens afwachten'.

Maar Al-Sudeary's zwijgzaamheid verdwijnt zodra hij Saddam Hussein weer in zijn vizier krijgt. Diens oproep tot een heilige oorlog, de jihad, tegen Saoedi-Arabie om de heilige plaatsen van de islam in Mekka en Medina te bevrijden uit de handen van de bezetters, bestempelt hij tot pure provocatie. 'Er zijn geen buitenlandse troepen in de heilige plaatsen. Zij zijn 1500 kilometer verderop, langs de grens met Irak en Koeweit gelegerd en gekomen om ons te verdedigen, niet om de heilige plaatsen aan te vallen.'

De militaire inspanningen die daarmee gepaard gaan staan de pelgrimage naar beide steden niet in de weg, zo meent Al-Sudeary.