Rotterdams feest werd fiasco; Veel geblaat, weinig wol

'De 650ste verjaardag van Rotterdam is een goede aanleiding om te laten zien wat de stad te bieden heeft en waar zij naar op weg is in de jaren negentig.'

Dat zei burgemeester A. Peper twee jaar geleden bij de presentatie van het programma voor het Rotterdamse feestjaar 1990. Als stad van het Manhattan aan de Maas, van de stedelijke en de sociale vernieuwing had Rotterdam meer te bieden dan een haven. En de hele wereld zou dat weten ook.

Het feestjaar was nog maar veertien dagen oud toen B en W met de mededeling kwamen dat een monument in de rivier, waarvoor na een uitgebreide procedure een ontwerp was gekozen, te duur werd. Een week later volgde de afgelasting van Carthago, het 'ongeevenaarde popfestival op de Maasvlakte' dat honderdduizenden mensen had moeten trekken.

De organiserende Stichting Rotterdam 1990 verkondigde daarna dat het feest pas werkelijk zou beginnen met de opening van pretpark Rivoli in april. Maar al na enkele weken dreigden boze kermisexploitanten van Rivoli met vertrek en met schadeclaims. Hun attracties werden niet bezocht doordat voor het evenement nauwelijks reclame was gemaakt.

De gemeenteraad stak eind juni na ampel beraad een miljoen gulden extra in het evenement, opdat Rivoli in elk geval zoals beoogd tot 21 oktober open zou blijven. Een maand nadat het geld was overgemaakt, kondigde de exploitant van de festivaltent sluiting aan. Foutje bij het tekenen van de contracten, zo gaf het onthutste stadsbestuur toe.

Na vijf jaar van succesvolle revitalisering is Rotterdam de stad geworden van de afgelastingen. Waarom werd het feest een fiasco? Bij het stellen van die vraag wordt het op het stadhuis zo stil als op de verlaten kermis. Politici, voorlichters en ambtenaren wijzen er al sinds januari eensgezind op dat kritiek de nog komende 1990-activiteiten zou schaden. Toen D66 vorige week dan toch om een onafhankelijk onderzoek naar het mislukken van Rivoli durfde te vragen, kregen de Democraten alleen steun van Groen Links. De collegepartijen PvdA, CDA en VVD vinden een evaluatie van de gemeente door de gemeente zelf wel genoeg.

Makkelijk

Het begon zo ambitieus. Burgemeester Peper vond dat het in heel 1990 feest moest zijn in plaats van een 'makkelijk' te organiseren viering van bijvoorbeeld een week. En B en W stelden dat de organisatie van zo'n evenement niet iets was voor de gemeente zelf. Het werk werd uitbesteed aan de daarvoor opgerichte stichting Rotterdam 1990, die een startkapitaal van zeven miljoen gulden meekreeg. De stichting had een initierende en coordinerende functie: voor bepaalde evenementen werden weer aparte stichtingen opgericht.

Deze clubs werden niet bemand door beroeps-organisatoren, maar vooral door goedwillende Rotterdammers, vaak afkomstig uit het ambtelijk apparaat. Zo werd de directeur economische zaken op het stadhuis, drs. P. de Ruiter, de man die Carthago moest gaan leiden. De Ruiter was volgens hemzelf en anderen weliswaar aan een andere baan toe, maar popconcerten en fondsenwerving waren nieuw voor hem. Hij deed de opmerkelijke stap de professionals van 'Mojo-concerts' in de organisatie uit te nodigen, het bureau dat tot het concurrerende Rotterdamse initiatief praktisch het alleenrecht had op het organiseren van grote popevenementen. Hoewel vier grote bedrijven Carthago vier miljoen gulden aan sponsorgeld toezegden, moesten De Ruiter en de zijnen in januari het hoofd in de schoot leggen omdat er onvoldoende financiele garanties zouden zijn om beroemde groepen naar Rotterdam te halen. Nadat Carthago ter ziele was, kwamen deze zomer de Rolling Stones, Tina Turner en Madonna uiteindelijk allemaal toch naar Rotterdam - via Mojo.

De stichtingen stonden niet zo los van de gemeente als werd voorgesteld. Voorzitter J. Linthorst van de jury die het ontwerp voor het beeld had gekozen, was ook de wethouder financien en kunstzaken die concludeerde dat het beeld te duur werd. Toen Rivoli flopte omdat de organisatie was vergeten tijdig een publiciteitscampagne te beginnen, distantieerde een ontstemde burgemeester Peper zich met nadruk van de 'klungelig opererende' stichting 1990. De stichting, die op haar beurt het stadhuis verweet zich onvoldoende voor '1990' in te zetten, had als bestuursvoorzitter dezelfde Peper.

Het waren hoogtijdagen voor Pepers voorlichter J. Goeienbier, die werd geacht op te treden als woordvoerder van zowel de stichting als de gemeente. Intussen was het niet de stichting 1990 maar de directeur externe betrekkingen van de gemeente, C. Bode, geweest die de wereld had afgereisd om attracties naar Rivoli te halen.

Afkoopsom

De morele verantwoordelijkheid die door die merkwaardige dubbelrollen ontstond, heeft Rotterdam al aardig wat geld gekost. Na een lobby van enige raadsleden is afgesproken het dure Maasbeeld alsnog te realiseren in 1995, als de nieuwe brug over de Maas klaar is. Rivoli heeft een miljoen gulden extra gekregen om aan betalingsverplichtingen te kunnen voldoen en een reclamecampagne te beginnen. 'Dat miljoen hadden we nooit gegeven als Peper geen voorzitter was geweest', zegt D66-fractieleider F. Ravestein stellig. De kermisexploitanten dreigden de gemeente namelijk voor het fiasco aansprakelijk te stellen. Het geld was nodig als afkoopsom.

Hoe spannend de speedboatraces op de Maas volgende week ook zullen zijn, zeker is dat het feestjaar de glans mist van al die nieuwe gebouwen die Rotterdam de laatste jaren weer wat aanzien gaven. In de euforie over de laatste jaren ligt wellicht juist de oorzaak van de mislukking, meent Ravestein. Er werd over de organisatie van de verjaardag gedacht: 'dat doen we wel even'. Zelfoverschatting leidde ertoe dat met de organisatie te laat werd begonnen. Dat veroorzaakte problemen bij de sponsorwerving en de promotie. Daardoor vielen er onderdelen uit en vielen de bezoekersaantallen tegen. De negatieve publiciteit maakt het daarna moeilijk nog uit die neerwaartse spiraal te komen, constateert de D66-fractievoorzitter.

Dat Rotterdams gekoesterde imago van krachtdadigheid averij heeft opgelopen, is nu al te merken. De financiering van het veelbelovende Econocenter, een modern economie-museum, is niet rondgekomen omdat potentiele sponsors zich na het 1990-fiasco zeer huiverig tonen. Daarom is het onbevredigend dat Ravestein, gezien de houding van de college-partijen, moet vaststellen: 'Vele vragen zijn nogonbeantwoord, en een aantal daarvan zal wel nooit beantwoord worden.' Rotterdam gaat over tot de orde van de dag. Een wel heel nieuwe interpretatie van het befaamde Geen woorden maar daden!