Regeling werktijd arts-assistent nog ver weg

DEN HAAG, 18 aug. - Een dokter in het ziekenhuis kan vele predikaten hebben. Hij is specialist en soms als zodanig opleider. Hij kan assistent-geneeskundige in opleiding zijn en wordt dan specialist (agio) of hij is assistent-geneeskundige die niet, niet meer of nog niet inopleiding is (agnio). Verder zijn er in ziekenhuizen wacht-assistenten, volontair-assistenten en basisartsen. Ze zijn in dienst van het ziekenhuis. Specialisten hebben soms, met enkele collega's, een maatschap gevormd. Zij krijgen geen maandelijks salaris maar dienen voor hun werk in het ziekenhuis een declaratie in.

Assistent-geneeskundigen kunnen zowel in dienst van het ziekenhuis zijn als in dienst van een maatschap. Werken ze in dienst van het ziekenhuis dan geldt er een CAO. Als ze voor een maatschap werken, dan is hun rechtspositie vastgelegd in een contract. Ze hebben gemeen dat de Arbeidswet van 1919 niet op hen van toepassing is, zoals die ook niet geldt voor verpleegsters en vroedvrouwen.

Voor verpleegsters is er inmiddels een Werktijdenbesluit voor Verplegings- of Verzorgingsinrichtingen (WBVV). De Sociaal Economische Raad heeft zich op verzoek van de vroegere staatssecretaris L. de Graaf (sociale zaken en werkgelegenheid) zojuist gebogen over een werk- en rusttijdenregeling voor assistent-geneeskundigen en verloskundigen. Die regeling gaat niet gelden voor specialisten zo heeft de staatssecretaris bepaald, want de wet heeft de intentie om de sociaal zwakkeren te beschermen en daartoe wil hij de specialisten niet rekenen.

Het is een complexe regeling, maar in essentie komt het erop neer dat vanaf 1 januari van dit jaar door assistenten in opleiding en verloskundigen niet langer dan 55 uur per week mag worden gewerkt. Per 1 januari 1992 ligt de limiet op een negen-urige werkdag en op 48 uur per week. Het streven de eerste fase dit jaar in te voeren, is al mislukt. Of de tweede fase door kan gaan is nog maar de vraag nu de SER de betrokken ministers er op wijst dat de financiering van de maatregel 'nog eens grondig moet worden bezien'. Het ministerie schat dat er zeshonderd assistenten meer nodig zijn om het werk op te vangen. Daarvoor is, aldus sociale zaken, 57 miljoen gulden nodig. De SER voorspelt dat de regeling meer gaat kosten.

De maatregel blijkt eenvoudiger berekend dan betaald. Academische ziekenhuizen moeten het geld uit de 'honoreringsregeling' halen. Ofwel, zoals de assistent-geneeskundigenzeggen: van 'de grote hoop'. Uit de 'honoreringsregeling', die peracademisch ziekenhuis steeds weer anders is, worden salarissen betaald, onderzoek, soms personeel en apparatuur. De werk- en rusttijdenregeling zaldus ten koste moeten gaan van onderzoek of apparatuur en dat zal niet zonderslag of stoot gaan.

In de algemene ziekenhuizen moet het geld komen uit het totaal-budget. Gezien het feit dat behandelingen als hartcatheterisatie elk jaar stagneren omdat het budget die niet meer toelaten, staat wel vast dat ook hier problemen zullen komen. De assistenten vrezen dan ook dat de bewindslieden de regeling intrekken als die onbetaalbaar blijkt te zijn.

De problemen rond de werktijden van assistenten in opleiding dateren al van de jaren zestig. Weken van zeventig, tachtig uur zijn eerder regel dan uitzondering. Daar is in de jaren zeventig voortdurend op gewezen door de assistenten. Meestal werden de wantoestanden anoniem gemeld, omdat de assistenten bang waren hun opleidingsplaats te verliezen. Dat gold en geldt vooral de assistenten die in dienst van een maatschap werken. Hun positie is het zwakst, want voor elke plaats zijn tien gegadigden.

De eerste maatregel die werd getroffen was de zogeheten Loeffenregeling in 1972, die voorzag in een 'zekere betaling' van overwerk in academische ziekenhuizen. Vanaf dat ogenblik kreeg de assistent voor elk overuur een vergoeding van 25 procent van het uurtarief. Omdat de assistenten in academische ziekenhuizen tegenwoordig een dienstverband hebben, geldt daar sinds 1978 de CAO en wordt overwerk meestal keurig vergoed.

Hoewel er een duidelijk volksgezondheidsbelang in het spel is -je zult maar worden geopereerd door een assistent die al twaalf uur aan de slag is - heeft de Tweede Kamer zich de afgelopen dertig jaar nauwelijks druk gemaakt over de werktijden van de assistenten. In 1985 werd wel een motie aangenomen van het PvdA-lid Muller Van Ast, die aandrong op eenregeling die werd gedragen door de vier betrokken ministeries.

Het concept voor die regeling kwam eind april vorig jaar van sociale zaken. De assistenten vrezen naast de financiering nog voor twee dingen. In de eerste plaats is het de vraag of de Arbeidsinspectie in staat is om de werktijden in de ziekenhuizen te controleren, nu nergens uit blijkt dat dit apparaat ook wordt uitgebreid. Ten tweede zijn zij bang dat degenen die net zijn gespecialiseerd de dupe worden van de regeling. Het is namelijk niet eenvoudig om je als specialist te vestigen, hetzij door in dienst te treden bij een ziekenhuis hetzij door je in te kopen in een maatschap. Om die reden blijven geregistreerde specialisten als 'agnio' vaak hangen in het ziekenhuis waar ze zijn opgeleid. En die vallen niet meer onder de regeling.