Rechters DDR wachten lijdzaam op wat komen gaat

LEIPZIG, 18 aug. - Aan de inrichting van de grote zaal van het voormalige Reichsgericht in Leipzig hebben veertig jaar arbeiders- en boerenstaat niets veranderd. Portretten van de keizers Wilhelm I en Friedrich III kijken op de bezoeker neer. De beklaagdenbanken, de ruime tafels voor zo'n honderd journalisten en zelfs twee oude radiomicrofoons zijn decennialang met bijna pijnlijke zorgvuldigheid onderhouden. Dat valt temeer op omdat deze indrukwekkende schepping uit 1871 van de toen 33-jarige architekt Ludwig Hoffmann aan de buitenkant volstrekt aan zijn lot is overgelaten - net als de andere architectonische schoonheden die in Leipzig de bombardementen van de oorlog hadden overleefd.

Wie zou menen dat hier al die jaren een monument van burgerlijke rechtspraak van Keizerrijk en Weimar-republiek in ere is gehouden, vergist zich deerlijk. Dit gebouw is een monument voor de klassestrijd, dat sinds de oorlog Georgi Dimitrov-museum heet.

Hoezeer de Bulgaarse communist Georgi Dimitrov, die in deze zaal op 23 december 1933 werd vrijgesproken van medeplichtigheid aan de Rijksdagbrand, een belangrijke rol speelde in de DDR-mythologie, blijkt al uit het adres van het museum: Georgi Dimitrovplein 1, te bereiken langs de Georgi Dimitrovstraat. Maar het kan verkeren: de medewerkers van het museum leven zichtbaar op bij de onverwachte binnenkomst van een bezoeker. Sinds DDR-schoolklassen hier niet meer met een roemruchte episode uit de geschiedenis van de arbeidersbeweging vertrouwd worden gemaakt, is iedere bezoeker er eentje. Een vrouw van Bulgaarse herkomst start een cassette en al vlug schalt door de de zaal Dimitrovs befaamde woordenwisseling met Hermann Goring, waarbij de laatste op de spitsvondige redenaartrant van de vooraanstaande communist alleen maar met hysterisch geschreeuw wist te reageren. Een gepensioneerde geschiedenisleraar staat gereed na afloop van de bandopname nadere vragen te beantwoorden.

Het Reichsgericht van het Keizerrijk bevond zich in Leipzig omdat het Keizerrijk, net als de huidige Bondsrepubliek, een federale structuur had en de verschillende landsdelen - ook toen al - ervoor waakten dat niet alle centrale instituties van het Rijk in de hoofdstad Berlijn terecht kwamen. Een van de eerste daden van de jonge DDR-staat was de oprichting van een Opperste Gerechtshof in Berlijn. Het gebouw van het Reichsgericht, Hof van cassatie en belast met de behandeling van hoogverraad en misdaden tegen de staat in eerste en tweede instantie, verloor zijn oorspronkelijke functie.

Met de resten van de DDR-justitie zit het verenigde Duitsland inmiddels aardig in zijn maag. De Westduitse rechterlijke macht is verdeeld over de vraag wat er gebeuren moet met de DDR-rechters en officieren van justitie die hebben geleerd de belangen van de socialistische staat boven alles te stellen en daarnaar ook hebben gehandeld. Sommigen menen dat het, na een zuivering van degenen die met al te veel enthousiasme politieke oordelen hebben geveld, mogelijk moet zijn een deel van het juridisch apparaat van de DDR weer in te schakelen. In een drievoudige straf- of civiele kamer zou een voormalige DDR-rechter dan door twee Westduitse, die een extra toeslag verdienen op DDR-territorium, geflankeerd kunnen worden. Andere Westduitse rechters menen echter dat het aanzien van de justitie door elke inzet van DDR-recehters en officieren van justitie geschaad zou worden.

In afwachting van de verdere ontwikkelingen wachten de DDR-rechtersinmiddels lijdelijk af wat zal gebeuren. Tot een zuivering in eigengelederen hebben rechterlijke macht en openbaar ministerie van de DDR zichniet kunnen vermannen. In november vorig jaar, toen nog niet de opheffing, slechts de hervorming van de DDR aan de orde was, hadden ze aan het hoofdvan de zuiveringscommissie dan ook precies die man gesteld, van wie je zekerkon aannemen dat hij geen slachtoffers zou maken: Heinrich Toeplitz, van1960 tot 1986 voorzitter van het Opperste Gerechtshof van de DDR. De tijd dringt inmiddels: door de onzekere situatie in de DDR stapelen de civiel- en arbeidsrechtelijke zaken zich zich op, in de verouderde gevangenissen van de DDR wachten duizenden op revisie van hun vonnis, omdat de arbeiders- en boerenstaat strafmaten hanteerde, die beduidend boven die in de Bondsrepubliek liggen.

Als de band loopt in de statige zaal van het voormalige Reichsgericht, blijkt dat in deze omgeving de oude waarheden het voorshands nog steeds van de nieuwe werkelijkheden winnen. Ondanks het feit dat Dimitrov terecht is vrijgesproken, ligt in de explicatie zwaar de nadruk op het klassekarakter van de hier beoefende rechtspraak. Alle rechters, meldt het commentaar op de band afkeurend, waren 'burgelijke' of zelfs rechtse partijen toegedaan. Hetzelfde gold voor de meer dan honderd vertegenwoordigers van de Duitse en internationale pers, die aan de met groen vilt belegde tafels het Rijksdagproces bijwoonden. 'Pas na een energiek protest van de Sovjet-ambassade werden de correspondenten van Pravda en Izvestia in de gelegenheid gesteld, ook plaats te nemen.' Op de voor de hand liggende vraag of deze politieke procesvoering zich niet eigenlijk in gunstige zin onderscheidt van die in de DDR, waar vrijspraak wegens gebrek aan bewijs zelden is voorgekomen en de protesten van klassevijandelijke ambassades zelden leidden tot toegang voor burgerlijke journalisten in rechtszaken, komt deze burgerlijke verslaggever niet - zo imponeert hem deze ideologische reis terug in de tijd. 'Maar waarom besteedt u eigenlijk helemaal geen aandacht aan Rinus van der Lubbe?', vraagt hij, enigszins naar de bekende weg. Tenslotte werd onze landgenoot, die de brandstichting bekend had, hier op 23 december 1933 ter dood veroordeeld en een paar dagen later in Leipzig geexecuteerd.

De gepensioneerde geschiedenisleraar kijkt nu, zoals te verwachten viel, zuinig. 'Van der Lubbe noemde zich internationale radencommunist', zegt hij op een toon die aangeeft dat dit alleen al voldoende bewijs is voor Van der Lubbes samenwerking met de nazi's bij de brandstichting, want dit is de stelling die in 1933 al door de Derde Internationale werd verkondigd. Over het bestaan van het Dimitrov-museum is in Leipzig wel degelijk enig rumoer ontstaan na de omwenteling in de DDR vorig jaar. Knarsetandend hebben de medewerkers van de instelling, die ook het archief van het Reichsgericht blijkt te beheren, de permanente Dimitrov-tentoonstelling begin dit jaar van acht tot vier zalen teruggebracht en een nieuwe, vier zalen tellende tentoonstelling over de geschiedenis van het Reichsgericht in het algemeen ingericht. Maar het proletarisch bloed kruipt waar het niet gaan kan: ook deze nieuwe tentoonstelling draagt een duidelijk klassekarakter en gaat grotendeels over de processen die hier wegens hoogverraad gevoerd zijn tegen voorlieden van de arbeidersbeweging als Karl Liebknecht en August Bebel.

Zou de tijd niet rijp zijn voor een wat andere benadering? Een nog jonge medewerkster zegt met geknepen mond: 'Het is onjuist zijn overtuiging zo maar van de ene op de andere dag te veranderen.'

Het plan om een van de hoogste rechtsinstanties van de Bondsrepubliek, het bondsarbeidsgerechtshof bijvoorbeeld, naar deze traditierijke hallen te verplaatsen, ondervindt in deze kring begrijpelijkerwijs weinig enthousiasme.

Wat vindt de gepensioneerde geschiedenisleraar trouwens van het feit dat het lichaam van Dimitrov, voor wie hij zijn stem bij elke rondleiding bewonderend laat trillen, een paar weken geleden uit zijn mausoleum in de Bulgaarse hoofdstad Sofia is gehaald en alsnog begraven? 'Er gebeuren nu dingen waarvan wij de betekenis voor de geschiedenis nog niet kunnen overzien', zegt hij na korte aarzeling. 'Latere generaties kunnen beoordelen of wat nu in de socialistische landen gebeurt, juist is geweest. '