Realistische versie van Sail ..De Hollanders sleepten de 'Royal Charles' de rivier af op een tijdstip, waarop de beste loods van Chatham het, met het oog op getij en wind, niet zou hebben aangedurfd. Zij deden het schip geheel op zij hellen om de die...

Of ze zich nu lyrisch uitspraken over de Kalverstraat op het IJ dan wel over het replica-schip van de VOC, de honderdduizenden toeschouwers op de roestige kades van de Amsterdamse haven vonden Sail '90 een bijzonder evenement waarvoor ze nog bereid waren een vracht niet al te subtiele reclame van de sponsors op de koop toe te nemen. Maar was het wel een evenement? Een vloot die een week lang aan de kade ligt te dobberen en zich laat bewonderen als een poedel op een prijzenbeurs kan een bezienswaardigheid zijn, maar dat is wat anders dan een gebeurtenis. Is het niet veeleer een bonte, vijfjaarlijkse kosmetische operatie die even de aandacht afleidt van de treurige tegenwoordige staat van de haven van Amsterdam, die nog maar weinig verschilt van een enigszins groot uitgevallen scheepvaartmuseum? Op het Amsterdamse stadhuis heeft iemand voorgesteld de volgende Sail wat spannender te maken en iets te laten gebeuren om het statische karakter van de uitstalling te doorbreken. Om een beetje drama aan de 'manifestatie' toe te voegen zou het wrak van het VOC-schip 'Amsterdam' in het IJ moeten worden afgezonken. Een permanente kijkdoos onder water. Alle beetjes helpen, moet de voorsteller hebben geredeneerd, maar het schouwspel zou met een attractie onder water, denk ik, toch niet veel spannender worden.

Als Amsterdam van Sail een dramatische gebeurtenis wil maken, moet het zijn maritieme geschiedenis beter exploiteren - bijvoorbeeld in de stijl van de Fransen en de Grieken, die van het kleinste goudadertje in hun staatkundige geschiedenis ter lering en vermaak van de toerist een dramatische gebeurtenis weten te maken. De geschiedenis van de oude Republiek doet in dramatisch opzicht zo weinig voor die van de andere, oude Europese mogendheden onder dat zoiets hier met evenveel effect zou kunnen worden gedaan. De maritieme geschiedenis van Amsterdam is op tal van punten nog 'dramatischer' dan die van Engeland en Frankrijk tezamen. Hoeveel zeeslagen hebben Tromp en De Ruyter niet op hun naam gebracht die het in reconstructie op het IJ uitstekend zouden doen? Voor een heropvoering van de Tocht naar Chatham zouden niet vijf, maar vijftien miljoen Nederlanders naar Amsterdam komen - om van de miljoenen buitenlanders nog maar niet te spreken. Een hervertoning van de schermutselingen tussen de Nederlandse marine en de Engelse (die zich na 'Chatham' overigens onmiddellijk herstelde) garandeert een dramatischer evenement dan Sail, de Nachtwacht en de Van Goghtentoonstelling bij elkaar.

Er zouden een paar geschikte internationale toneel- en filmregisseurs moeten worden gezocht (in de categorie: Cecil B. de Mille en Fellini), maar voor de organisatie van de grootste zeeslag zou Amsterdam zelf in alle vereiste dramatische middelen kunnen voorzien. In de komende vijf jaar zouden de verenigde scheepswerven van Nederland gemakkelijk de vereiste hoeveelheid houten fregatten, branders, galjoten, jachten en fluitschepen kunnen bouwen om een zeeslag op het IJ terug te brengen. Een geschikter krijgstheater en een beter vaarwater dan het komvormige IJ is nergens ter wereld te vinden. Het ideale theatre-en-rond. Misschien zou het bij het naspelen van een realistisch historisch scenario wat problemen geven om voldoende Engelsen te vinden die bereid zijn zich door de Nederlanders te water in de pan te laten hakken, maar in dat geval zouden huurlingen van andere nationaliteiten moeten worden geworven - daar deed men het destijds trouwens ook vaak mee. Er zouden enkele vaste regels moeten worden ingevoerd die de veiligheid van de toeschouwers zouden verzekeren en men zou er goed aan doen van het begin af internationale waarnemers erbij uit te nodigen, maar de toeschouwers zouden dan ook waar voor hun geld krijgen.

Voor de materiele schade die een gereconstrueerde zeeslag zou meebrengen, zou men niet de ogen mogen sluiten, maar het zou de scheepsbouwindustrie beter vergaan dan ooit tevoren. Voor de reparatiewerven van het Prinseneiland tot die van Zaandam zouden weer gouden tijden aanbreken. De hele Amsterdamse haven zou weer tot bloei komen. Het Scheepvaarthuis en 's Landsmagazijn zouden hun oorspronkelijke functies herkrijgen.

Maar er zouden nog meer voordelen aan een wederopstanding van de haven vastzitten. Het Centraal Station kan worden omgebouwd tot overdekte tribune en de treinen kunnen worden teruggedrongen tot de stations Muiderpoort en Sloterdijk, waarmee in een handeling een historische bestuurlijke vergissing van Thorbecke (een van zijn weinige planfouten) kan worden hersteld en Amsterdam van een wurgend verkeersprobleem kan worden verlost. Wie zou niet honderd gulden voor een toegangsbewijs willen betalen om van een overdekte tribuneplaats het buitgemaakte Engelse admiraalsschip Royal Charles Amsterdam te zien binnenlopen of een aantal andere Engelse koningschepen op het IJ te zien branden? Een heropvoering van de Tocht naar Chatham zou ook gerechtigheid betekenen voor de kapitein Jan van Brakel, die bij de vernietiging van de Engelse vloot in het historische gloriejaar van de Nederlandse marine een veel belangrijker rol heeft gespeeld dan De Ruyter en de Gedeputeerde te Water Cornelis de Witt, wiens reputatie voornamelijk steunt op zijn eigen getuigenissen. Jan van Brakel leverde het huzarenstuk met zijn brander de 'Unity' van de Engelsen te enteren en te veroveren, een handeling die de inleiding vormde tot de ineenstorting van de Engelse vloot. In de Nederlandse vakliteratuur heeft Van Brakel wel de eer gekregen die hem toekomt (een van de beste verhandelingen in het in 1981 bij de Walburg Pers verschenen boek van de voormalige vlagofficieren C. J. W. van Waning en A. van der Moer: Dese Aengename Tocht, Chatham 1667), maar tot een eigen plaats in de volksherinnering heeft hij het ten onrechte niet gebracht.

Niet bekend

De vroegere directeur voorlichting van het ministerie van defensie A. J. Sligting heeft in een verhandeling over Van Brakel de anekdote verteld over een ontvangst van de Nederlandse marine door de Engelse ter gelegenheid van een Nederlands koninklijk bezoek aan Engeland. Bij de communicatie tussen de commandant van de Jan van Brakel (sedert 'Chatham' is het traditie dat bij de marine altijd een schip onder die naam in de vaart is), die zich moest melden aan de Engelse wal ('This is the Jan van Brakel'), antwoordde een officier van de gastheren aan de andere zijde, met typerende Engelse humor zonder aarzelen: 'Ah, is it you again' ?