PER KORVET LYNX OP HANDELSMISSIE

In januari van dit jaar deed een eskader van de Nederlandse marine enkelehavens in Brazilie en Venezuela aan. Deze operatie, Fair Wind 90 geheten, had een tweeledig doel; het onderstrepen van de goede politieke verhoudingenonderling, en het promoten van de eigen export. Bijna 170 jaar geleden, in 1824, deed een korvet van de Koninklijke Marine, de Lynx, en route naar Nederlands Oost-Indie, ook een drietal Zuidamerikaanse havens aan. De reis droeg, net als Fair Wind 90, een politiek en economisch karakter. Zij is het onderwerp van het negenen-tachtigste deel van de werken van de Linschoten Vereeniging, datwerd bezorgd door J. E. Oosterling, die op dit onderwerp promoveerde. Sindsde ontdekking van het Paaseiland door de Zeeuwse admiraal Jacob Roggeveen in 1722 was geen enkel Nederlands schip meer langs Kaap Hoorn naar Indie gezeild. De prestigieuze tocht van de Lynx dient te worden gezien in het licht van de politiek van koopman-koning Willem I. In binnenlands politiek opzicht wilde hij, door de koppeling van het industrieel potentieel van de zuidelijke Nederlanden aan het handelspotentieel van Holland, de welvaart van het jonge koninkrijk verhogen. In zijn optiek vormden, naast Nederlands Oost-Indie, ook de zich rond die tijd aan het Spaanse juk ontworstelende republieken in Zuid-Amerika veelbelovende afzetgebieden voor de Nederlandse industriele produkten. Ook wilde Willem I met deze tocht een zekere mate van Nederlandse onafhankelijkheid ten opzichte van de grootmachten tot uitdrukking brengen. De kapitein-luitenant-ter-zee I. P. M. Willinck legde contacten met de nieuwe machthebbers in Buenos Aires (Argentinie) en Valparaiso (Chili), maar tot zijn verrassing bleken de Spanjaarden Lima (Peru) nog in handen te hebben. Desalniettemin slaagde Willinck erin te corresponderen met de legendarisch geworden Simon Bolivar, die niet lang daarna de Spanjaarden een beslissende slag zou toebrengen.

NACHTKAARSDe reis van de Lynx ging uit als een nachtkaars. Onmiddellijk na aankomst in Batavia bleek dat de conditie van de korvet zo slecht was dat er niets anders opzat dan tot sloop over te gaan. De tocht kreeg echter wel een vervolg. In zijn rapporten had Willinck de instabiele politieke situatie, waarin Zuid-Amerika zich bevond, geschetst, maar tegelijkertijd had hij de in Europa heersende eldorado-gedachte over dat gebied bevestigd. Dit gaf Willem I aanleiding een vervolgtocht, nu met twee korvetten, te organiseren, waarop zich de consuls in spe en vertegenwoordigers van de Nederlandse Handel-Maatschappij bevonden. Helaas was de vestiging van de onderneming in Zuid-Amerika geen succes zodat de handel daar al snel aan de Engelsen en Amerikanen werd overgelaten.

De studie van Oosterling is een staaltje van oerdegelijke, bijna ambtelijke, Nederlandse geschiedschrijving, waar weinig op af te dingen valt. De mening van de auteur dat de reis van Lynx uniek was, kan ik voor het politiek-economische gedeelte wel onderschrijven. Wanneer zij in haar conclusie echter beweert dat tijdens de reis unieke contacten met andere culturen werden gelegd, overdrijft ze. Deze waren juist weinig diepgaand. Men kan zich verder afvragen of een serie, die bedoeld is als een waarin het reisverhaal centraal staat, zijn doel niet voorbijstreeft, wanneer het boek voor tweederde uit een inleiding bestaat.

BRIEVENIn haar voorwoord zegt Oosterling dat ze het jammer heeft gevonden, geen gebruik te hebben kunnen maken van de brieven van de adelborst W. Steinmetz, die hij schreef aan zijn familie, terwijl hij op de Lynx dienst deed.

Deze brieven werden afzonderlijk uitgegeven door een nazaat van de adelborst, die zijn boek de pakkende titel Wij brasten vol en stuurden West meegaf. De brieven van Steinmetz zijn qua schrijftrant en inhoud verre te verkiezen boven de aantekeningen van zijn commandant. Daaruit blijkt dat hij heel wat meer met die vreemde culturen in contact kwam, en wij vernemen ook het een en ander over het leven aan boord. Dat dit niet altijd even opwekkend was, bleek wel, toen de Lynx in de haven van Buenos Aires afmeerde. '... de aantrekkingskracht van deze stad bleek onweerstaanbaar. Manschappen sprongen overboord, zich vastklampend aan drijvende voorwerpen, om zwemmende de wal te bereiken' (pag. 77). Ook maakte hij kennis met het Paraguai-kruid, dat alom genuttigd werd, en te vergelijken is met het blad van de cocaineplant. De uitspraak van de Fransman C. de Brosses dat 'les marins ecrivent mal, mais avec assez de candeur', drukt de stijl van de brieven passend uit; de onbevangenheid ervan maakt ze tot lezenswaardige documenten. Wij brasten vol en stuurden West is een boeiende aanvulling op Oosterlings boek. Voor liefhebbers van maritieme en negentiende-eeuwse politieke geschiedenis zijn beide boeken een must.

Het korvet 'Lynx' in Zuid-Amerika, de Filippijnen en Oost-Indie, 1823-1825door J. E. Oosterling360 blz., geill., De Walburg Pers 1989, f 55, -- ISBN 90 6011 659 3Wij brasten vol en stuurden Westdoor F. Steinmetz174 blz., geill., Uniepers 1989, f34,90 ISBN 90 6825 064 7