Paradoxaal politiek spel bij opstellen van rijksbegroting

DEN HAAG, 18 aug. - Hoe hoog wordt het 'PvdA-gehalte' in de rijksbegroting? Dat zal minister Kok van financien, tevens vice-premier en partijleider, zeker bezighouden wanneer volgende week de begrotingsbesprekingen worden afgerond. Volgend voorjaar zijn er immers Statenverkiezingen, die na het echec bij de gemeenteraadsverkiezingen door de PvdA als een echte vuurproef worden gezien. De eerste schermutselingen in de slotronde van het begrotingsoverleg hebben een soms wat paradoxaal politiek spel te zien gegeven tussen PvdA en CDA. De rijksbegroting komt voor het eerst onder volledige verantwoordelijkheid van Kok tot stand. Hij zal er in hoge mate op worden beoordeeld. De begroting voor 1990 was voor een groot deel nog het werk van zijn voorganger Ruding.

Het kabinet maakte in juli reeds afspraken over de uitgaven voor volgend jaar. Kok heeft in zijn 'augustusbrief' de afspraken geinventariseerd en aangegeven waar nog 'losse einden' zitten. Het gaat nu vooral om de inkomstenkant van de begroting, of wel de financiele dekking. Hiermee zijn ook direct de inkomensverhoudingen in het geding, vooral voor PvdA'ers een uiterst gevoelig onderwerp.

Minister Kok gaat in zijn 'augustusbrief' nadrukkelijk in op de inkomensverhoudingen. Daarmee onderscheidt de sociaal-democratische bewindsman zich van zijn christen-democratische voorganger Ruding, die dit aspect altijd aan de (eerst verantwoordelijke) minister van sociale zaken overliet. 'We hebben dan ook een bijzondere minister van financien', zo wordt in CDA-kringen opgemerkt. Volgens de cijfers van Financien gaan de hogere inkomens er volgend jaar 1 procent in koopkracht op vooruit. Voor de minima ligt dat percentage op 0,2. De stijgende energieprijzen werken het meest in het nadeel van de minimuminkomens, omdat deze relatief een groter deel van hun inkomen aan energie uitgeven.

Kok heeft het voornemen iets bij de eerste groep weg te halen ten gunste van de minima. Dat is mogelijk door een verschuiving in premies en belastingen: de premies wat omlaag en de loon- en inkomstenbelasting iets omhoog. Dit laatste bijvoorbeeld door een wijziging in de schijflengtes. Ofschoon deze operatie geen effect hoeft te hebben op de collectieve lastendruk (het totaal van belastingen en premies) zal het CDA nogal aanhikken tegen elke belastingverhoging. In het CDA vindt men dat de PvdA zich nog steeds te veel fixeert op de 'koopkrachtplaatjes'. In kabinetskringen wordt hierover volgende week nog een 'hoogst interessante' discussie verwacht, waarbij partijpolitieke scheidslijnen zichtbaar zullen worden. De discussie was volgens een ingewijde afgelopen week al 'niet altijd even gezellig'.

Er is Kok alles aan gelegen het financieringstekort volgens het afgesproken tijdschema met een half procent per jaar terug te brengen. Hij vindt dat niet alleen van belang in zijn hoedanigheid van minister van financien maar ook als politiek leider van de PvdA. Kok hoort in gedachten al de verwijten aan zijn adres, zeker van CDA-zijde, dat hij het voor dit jaar afgesproken budgettekort van 5,25 procent niet heeft gehaald. Hij wil absoluut niet de Statenverkiezingen ingaan als een politicus die niet met overheidsgeld kan omgaan. Vandaar dat Kok nu al de harde afspraak wil maken dat maatregelen worden genomen als in december blijkt dat de meevallende overheidsuitgaven onvoldoende compensatie bieden voor de verwachte belastingtegenvaller. Die meevaller in de uitgaven zou trouwens op een eerste succesje kunnen duiden van de bewindsman, die immers de budgetdiscipline wat strakker heeft aangehaald. Al kunnen ook andere factoren een rol hebben gespeeld, zoals voorzichtigheid in het doen van uitgaven die nieuwe ministers wel vaker in acht nemen. Want wat overblijft zouden ze later misschien voor eigen prioriteiten kunnen aanwenden.

Op het punt van het budgettekort, zowel wat betreft 1990 als 1991, speelt zich een paradoxale discussie af. Waar het CDA zich meer dan de PvdA pleegt te profileren als hoeder van de overheidsfinancien, zijn het de CDA-ministers inclusief premier Lubbers die er het minst voorvoelen nu reeds afspraken te maken; eerst maar eens de door de Golfcrisistoch al onzekere economische ontwikkelingen afwachten. Lubbers c.s. zullen minder politieke schade lijden, als het financieringstekort onverhoopt uit de hand loopt. Kok is de eerst verantwoordelijke.