Koeweit ontvlucht: drie jaar gewerkt, alles kwijt

RUWEISHED, 18 aug. - Het Jordaanse grenskantoor is een asfalt-oase in een onafzienbare woestenij. Irak is nog een heel eind weg. Over het zestig kilometer brede niemandsland blaast een hete wind die af en toe stoftornado's opwerpt en het lint van auto's dat zich naar Ruweished begeeft bijna tot stilstand brengt. De thermometer kruipt naar veertig graden. Het is een klassiek geval van brandend zand en nergens water.

Dorst en vermoeidheid strijden om de voorrang als de vluchtelingen aankomen bij de Jordaanse grens. Zij hebben twee of drie dagen gereden vanuit Koeweit en daarna nog bijna een dag gewacht aan de Iraakse grens. Nu staan ze met duizenden bij de douanekantoren. Zij zijn geen Koeweiti's, maar Egyptenaren, Palestijnen, Jordaniers, Libanezen en andere Arabieren die jarenlang in Koeweit hebben gewerkt. Een enkele keer is er iemand met een Amerikaans, Frans, Duits of Canadees paspoort bij. Maar dat zijn geen mensen die men 'op het eerste gezicht als westerling herkent', zoals de vergeefs wachtende afgezant van de Amerikaanse ambassade subtiel tracht uit te drukken. Eergisteren waren het er achtduizend, gisteren zestienduizend en het einde van de stroom is nog lang niet in zicht.

Als de vluchtelingen in Koeweit een goede baan hadden komen zij met hun eigen auto, meters hoog bepakt met dozen en koffers op het dak. Als zij nederig werk deden, zitten zij op open vrachtwagens en worden hun paspoorten ingenomen aan de grens. Als zij geluk hebben worden ze daar overgeladen in bussen, maar vaak gaan ze ook onder de brandende zon in veewagens verder, naar de Rode Zee-haven Aqaba, waar zij hun pas terugkrijgen en op de veerboot naar Egypte worden gezet. 'Drie jaar gewerkt, alles kwijt', roept een bus vol Egyptenaren in koor. Zij gaan zo arm terug als ze gekomen zijn. Enthousiast bootsen zij het geluid van mitrailleurvuur na. 'Koeweit weg', verduidelijken ze met een scheve grijns.

Koeweit bestaat niet meer. Dat zeggen ook de andere vluchtelingen. Alleen sommige winkels in de betere buurten verkopen nog levensmiddelen. Maar de meeste winkels zijn dicht, net als de banken en de overheidskantoren. En volgens een Palestijnse ingenieur is door het stilleggen van de olie-raffinage ook de levering van gas enelektriciteit gaan haperen.