JENNIE ZOER; Het wonderkind te paard

Een anti-climax. Niet anders kan het Rotterdamse CHIO gekwalificeerd worden voor de Nederlandse springruiters, die gisteren in de landenwedstrijd tiende en een na laatste werden. Het blijkt gewoon onmogelijk om krap twee weken na de wereldkampioenschappen in Stockholm opnieuw op eigen bodem de concentratie op te brengen die nodig is voor een topprestatie. Niet alleen voor de paarden is dat teveel gevraagd. Invalster Jennie Zoer ging na de Wereldspelen met een prachtige dertiende plaats naar huis, maar ook zij heeft last van het gat waar je in valt na een hoogtepunt als het WK. Zij is klein, blond en huldigt het motto 'spreken is zilver, maar zwijgen is goud'.

Alleen met paarden, dieren die aan een woordenloos contact genoeg hebben, communiceert zij wonderwel. Het wonderkind te paard was bepaald geen leerwonder op school. Op haar dertiende hield zij het dan ook wel voor gezien. Paarden werden haar leven en die zijn dat nog steeds. Exclusief. Zoer gaf zich met hart en ziel over aan de moeilijke grillige paardesport, de sport waarbij je zo goed bent als je laatste parcours. Die constatering werkt wel ontuchterend: wie in Stockholm foutloos over een parcours met een hoogte van 1.60 meter heeft gesprongen, komt er in Rotterdam achter dat foutloze parcoursen over 1.40 meter en 1.50 meter niet automatisch volgen.

Verlegen

Gelukkig was Jennie Zoer (20) al wel wat gewend. Zij is haar leeftijdgenoten in de paardesport altijd ver vooruit geweest. Als dertienjarige won zij al teambrons op een Europees Kampioenschap voor ponyruiters in Zweden. Vier jaar geleden, toen zij nog gemakkelijk bij de ponyruiters had kunnen meerijden, werd zij al individueel vierde op een EK voor junioren, terwijl zij vorig jaar zelfs teamgoud won in de leeftijdscategorie voor 18- tot 21-jarigen, de Young Riders. Dit jaar had Jennie opnieuw een voorsprong op haar leeftijdgenoten door op het allerlaatste moment mee te gaan met het senioren springteam naar het WK in Stockholm. In Stockholm waren de prestaties van de verlegen Drentse amazone met haar tienjarige schimmelmerrie Wendela zo goed, dat Wendela inmiddels omgedoopt is in Olympic Wendela, ten teken dat de Stichting Nederlands Olympiade Paard (NOP) nu maandelijkse trainingskosten voor dit paard betaalt om het paard voor de Nederlandse springsport te behouden, in elk geval tot de Olympische Spelen van 1992. Wat is de kracht van Jennie Zoer? Haar ervaren teamgenoten Lansink, Van der Vleuten en Raymakers zijn daar unaniem over: haar geheel eigen talent. Raymakers: 'De gemiddelde ruiter heeft natuurlijk tien jaar meer nodig voor de hoeveelheid parcoursen die Jennie op haar twintigste al gesprongen heeft. Jennie heeft dus meer ervaring dan het lijkt. Maar zij heeft welgeteld twee wedstrijden op het allerhoogste niveau gereden voordat zij de oude Olympische arena van Stockholm binnengaloppeerde: Rome en Aken. Als je dan niet ongelooflijk getalenteerd bent, kom je om in een wereldkampioenschapsparcours. Zo niet Jennie. Met haar rust en haar concentratievermogen op haar paard heeft zij een geheel eigen talent. Zij wordt met een opdracht het parcours ingestuurd en zij houdt zich exact aan die opdracht. Heel erg knap.'

Wijze lessen

In de loop der jaren heeft Zoer veel wijze lessen van trainers ter harte genomen, maar aan twee van hen hangt zij bijzonder: aan Wim Bonhof uit haar pony-periode en aan Wout-Jan van der Schans. Van der Schans kan heel goed verklaren waarom het klikt tussen hem en de zwijgzame amazone: 'Het verhaal van Jennie Zoer heeft parallellen met mijn eigen verhaal. Ik maakte vier jaar geleden een plotselinge carriere in de internationale springsport en moest dat eigenlijk zonder veel steun en begeleiding doen. Zoer vaart blind op mij omdat zij aanvoelt dat ik bij haar de lacunes die ik zelf heb ervaren probeer op te vullen.'

Zoer zelf vindt haar trainers uiteraard belangrijk, maar er is een aspect nog belangrijker: haar onvoorwaardelijke vertrouwen in haar paarden. 'Ik weet dat Wendela het kan', zegt zij simpel. En dat is eigenlijk voor haar voldoende.