Ik ben nooit bewust op zoek naar de grenzen van mijn lichaam

Rob Barel is Nederlands meest succesvolle triatlon-beoefenaar. Internationaal rekent hij zichzelf tot de top-vijf van de wereld met 79 overwinningen in 114 triatlons tot nog toe. Hij bleef slechts elf keer buiten de medailles. Toch neemt de 32-jarige Barel vandaag niet deel aan de Holland-Triatlon over 3,8 kilometer zwemmen, 180 kilometer fietsen en als afsluitend onderdeel het lopen van de marathon op het parcours in Almere. Barel geeft de voorkeur aan kwart, halve dan wel tweederde-triatlons.

Waarom mijd je precies de triatlon over de klassieke afstanden in Almere? Ik voel me aangetrokken tot de kleinere afstanden. Daar ben ik ook succesvoller op. Aan een kwart-triatlon kan ik elke week deelnemen en aangezien ik van de sport leef moet je kiezen voor de meest verantwoordelijke wijze om deze sport te bedrijven. Nu kan ik er ongeveer 20 tot 25 per jaar afwerken en dat is financieel voor mij interessant, maar ook voor mijn sponsor. Door het jaar heen zijn er met deze aanpak meer publiciteitsmomenten en daar draait het per slot van rekening allemaal om. Een andere reden is dat deze wedstrijd niet in mijn programma past. Stelt deze sport specifieke eisen aan het lichaam? Het ideale lichaam voor de triatlon is een middenweg tussen minimaal gewicht en de kenmerken van een gespecialiseerde bodybuilder. Enerzijds ben je toch een duursporter, moet het lichaam voldoende warmte kunnen afvoeren en tegelijkertijd niet te veel massa hoeven mee te slepen. Anderzijds is er een redelijke dosis spierkracht nodig om de uithoudingsproef te vervolmaken. Maar het ultieme lichaam bestaat eigenlijk niet, bij wedstrijden zie je altijd verschillende types rondlopen en ik denk dat de mentale gesteldheid en het karakter ook een grote rol spelen.

Hoe gevaarlijk is de triatlon naar jouw mening? Deze sport wordt sinds 1978 bedreven en er zijn genoeg mensen die het begin hebben meegemaakt en nog altijd deel uitmaken van het circuit. Ik denk dat de triatlon niet gevaarlijk is, zo lang je maar weet waarmee je bezig bent. Ik laat dan ook regelmatig mijn bloed controleren en een keer per jaar laat ik een groter onderzoek uitvoeren. Natuurlijk houden al die doden bij het wielrennen mij bezig. Je moet een dergelijke ontwikkeling nooit negeren, maar op de wijze waarop ik met de sport en mijn lichaam weet om te gaan, verwacht ik geen serieuze problemen.

De triatlon is een bovenmatige inspanning. In hoeverre is bijvoorbeeld voor een snellere herstelperiode het dopinggebruik doorgedrongen tot deze sport? Ik ben het beste bewijs dat de triatlon op natuurlijke wijze kan worden beoefend en ook om mij heen zie ik geen schrikbarende ontwikkelingen. Doping staat nog heel ver weg van deze sport en dat heeft veel te maken met het feit dat de triatlon nog lang niet overal op professioneel niveau wordt beoefend. Het merendeel van de deelnemers heeft moeite om rond te komen of combineert de de bezigheid met een baan of studie.

Jij kampt niet met dergelijke perikelen? Sinds 1986 is dit mijn beroep. Weliswaar beschouw ik de dagelijkse trainingen min of meer als een hobby, toch komen er steeds meer wedstrijden die je als een verplichting voelt. Er doen verhalen de ronde dat ik per jaar ongeveer 250.000 gulden incasseer, maar dat is overdreven. In een zeer goed jaar verdien ik ongeveer de helft, maar je kan deze sport professioneel dan ook maar een beperkt aantal jaren bedrijven. Hoe lang zal afhangen van het aantal dienstjaren in de triatlon, waarbij natuurlijk ook de interesse en de motivatie een belangrijke invloed hebben. Voorlopig merk ik aan mijn lichaam een verhoogde weerstand tegen zware belastingen. In het eerste jaar kende ik grote problemen mijn gewicht op peil te houden. In die fase was ik meer aan het afbreken dan aan het opbouwen. Nu gaat het goed, ik train afhankelijk van mijn programma 25 tot 30 uur per week en dat is uitstekend vol te houden.

Voor de gemiddelde toeschouwer komt de triatlon over als een aanhoudende lijdensweg, een vorm van zelfkastijding zonder aanwijsbare reden. Hoe ervaar jij dat? Ach, nu ik hier zo in de stoel zit heb ik alleen maar goede herinneringen. Trainen bij lekker weer blijft een heerlijke ervaring, hoewel het soms moeilijk is te beginnen. Tijdens wedstrijden dringt de gedachte wel eens op waarmee ik nu eigenlijk bezig ben. In het verleden stopte ik dan ook wel wanneer ik me echt belabberd voelde. Vandaag de dag moet er een grote kans op een blessure zijn, wil ik uit de wedstrijd stappen. Ook ben ik minder bang voor een slecht resultaat. Dat heeft te maken met ervaring en de instelling.

Heeft deze bezigheid, die als een modieus tijdverdrijf is overgewaaid uit de Verenigde Staten, eigenlijk toekomst in Europa? De triatlon valt niet meer weg te denken. Op dit moment zijn er in Nederland zesduizend wedstrijdlopers met een licentie. Mensen willen het allemaal een keer proberen en dan blijkt toch dat het begint bij een bevlieging maar eindigt bij een vorm van verslaving. Het is bovendien aangenamer dan eenvoudigweg trimmen, omdat bij de triatlon een aantal disciplines wordt gecombineerd.

Toch doet de wijze waarop het op televisie wordt gebracht veel denken aan triviale spektakel-reportages als 'de sterkste man van de wereld'. Hoe komt dit op jou over? In de Verenigde Staten wordt niet bijzonder veel aandacht geschonken aan de triatlon op televisie, met uitzondering van de 'Iron Man' op Hawaii. Er wordt dan veel ophef gemaakt over opmerkelijke deelnemers zoals in het verleden een vader die zijn spastische zoon in een bootje meevoerde bij het zwemmen, hem vervolgens op de fiets nam en bij het lopen in een karretje voortrok. Dergelijk vreemde situaties komen altijd aan bod. In Nederland lijkt er wel een soort afspraak te bestaan dat bepaalde sporten bij bepaalde omroepen terecht komen. De triatlon valt kennelijk altijd onder de AVRO en die weet er een absoluut waardeloos produkt van te maken. Natuurlijk heeft de AVRO een enorme popularisering veroorzaakt voor de triatlon, maar in de reportages komt bijna geen sportelement meer aan bod. Het is puur spektakel geworden en de kijker thuis zit alleen nog op leed te wachten, vergelijkbaar met een ongeluk in de Formule I of een bokser die in de ring als een marionet in elkaar zakt. Dat is zonde. Er wordt nog altijd geen onderscheid gemaakt tussen recreanten en topsporters. Daarom hangt er soms nog wel eens een verkeerd imago rond deze sport. De aantrekkingskracht van de triatlon komt in zijn geheel niet tot uiting.

Waaruit bestaat die voor jou? Vooral het duurelement en afwisseling van drie disciplines. Je moet snelheid ontwikkelen over afmattende afstanden. Voorts vormt de allroundheid en de variatie een hele uitdaging. Je probeert de specialisaties in de diverse sporten te benaderen. Ik weet precies hoe een marathonloper en een profwielrenner traint, waarop hij moet letten en wat vooral van belang is voor een goede prestatie. Bovendien hebben de triatlons een zekere charme, omdat ze een open karakter hebben. Iedereen kan hieraan deelnemen. Het speelt zich af in de buitenlucht en mede doordat het niet binnen een uurtje is afgelopen krijgt het voor toeschouwers al vaak de sfeer van een picnick in een sportieve omgeving. Voor de topsporters blijft de uitdaging bestaan zich iedere keer weer te verbeteren. We zijn langzamerhand in het stadium van de verfijningen terecht gekomen en wil je op topniveau blijven meekomen dan zul je de concurrentie altijd een stap voor moeten blijven. Dat verbeteren gaat heel langzaam, daarom ben ik ook nooit bewust bezig met de grenzen van mijn lichaam te zoeken, hoewel er een punt moet komen dat het niet langer haalbaar is nog enige vooruitgang te boeken. Maar voorlopig heb ik dat niveau nog niet bereikt.

In hoeverre speelt het materiaal een doorslaggevende rol? Op mijn niveau is dit heel belangrijk. Wanneer je het zwempak bekijkt mag dit niet hinderen door de dikte, maar moet het tevens genoeg drijfvermogen leveren. Bij het fietsen zouden we zonder een specifiek triatlonstuur verloren zijn. De nieuwe trend is dat je liggend op het stuur aan de uiteinden ook de mogelijkheid hebt om te schakelen. Op deze wijze hoef je niet meer van positie te veranderen tijdens het rijden. Voorts zitten we de laatste tijd veel meer naar voren op de fiets. Het lijkt meer rendement op te leveren. Een objectief onderzoek naar de positieve effecten moet nog worden uitgevoerd, maar iedereen bemerkt de voordelen. Kenmerkend vind ik echter dat dit in het profwielrennen onmogelijk lijkt te zijn. Als je daar zo'n opmerking laat vallen is alleen hoongelach de reactie. Die renners gaan er toch van uit dat iedereen die hard kan fietsen dergelijke ontwikkelingen niet nodig heeft. Kijk maar naar het triatlonstuur dat in 1987 werd geintroduceerd. Alle positieve effecten waren heel snel bekend, maar het duurde twee jaar voordat Greg LeMond het liet monteren. En toen bleek iedereen ineens verbaasd over de mogelijkheden van dit stuur. Daar moet ik dan wel eens om lachen.