Het eerste eiland van de Goelag Archipel; 'MET IJZEREN HANDDRIJVEN WIJ DE MENSHEID NAAR HET GELUK'

Drie dagen en drie nachten duurde de reis van Moskou naar Archangelsk voor de 21-jarige Boris Sapir. Hij werd op water en brood vervoerd in een Stolypin-treinwagon voor gevangenentransport. In Archangelsk begon het domein van de SLON, afkorting voor de 'noordelijke kampen van bijzondere bestemming', het eerste kampengebied van de Sovjet-Unie, ingesteld in 1923. De SLON (als een woord betekent het 'olifant', en dat was ook het embleem van de kampen) had het hele gebied van de Witte Zee onder zijn beheer.

Vanuit Archangelsk moest hij vijf dagen te voet door de sneeuw naar het concentratiekamp Pertominsk, een voormalig klooster goed honderd kilometer ten westen van Archangelsk op de kust van het Onega-schiereiland. Het klooster bleek al spoedig te klein. Op 29 juni 1923 verscheen de chef van de SLON Nogtev en droeg de gevangenen op zich gereed te maken voor vertrek. Twee dagen later werden ze 's nachts per boot overgebracht naar de eilandengroep Solovki, 310 kilometer ten noordwesten van Archangelsk gelegen in het midden van de Witte Zee. Het is maar 160 kilometer naar de poolcirkel. De helft van het jaar zijn de eilanden vanwege het ijs per schip onbereikbaar.

Zeeziek

Vladimir Rubinstein, net als Sapir gearresteerd als lid van de jeugdbond van de mensjewistische partij (de sociaal-democraten), herinnert zich de overtocht nog goed. In zijn bescheiden woning in het zuiden van Moskou beschrijft hij hoe er een storm opstak en een groot deel van de opvarenden zeeziek werd, ook de bewakers. Bij sommige politieke gevangenen met scheepservaring rees het plan om de 'Gleb Boki' (de boot was genoemd naar een van de chefs van de geheime politie, die in Moskou verantwoordelijk was voor de noordelijke kampen) over te nemen en naar een zelfgekozen bestemming te varen.

Ik denk aan de overtocht van 67 jaar geleden als we vanuit Archangelsk met de gloednieuwe katamaran van Noorse makelij 'Solovki' naar ons reisdoel koersen. Drie maanden hebben we op toestemming gewacht: het gebied was voor buitenlanders gesloten wegens de aanwezigheid van een armzalig handjevol soldaten. Halverwege de nachtelijke tocht van een uur of zes begint de zee hevig te deinen. Veel passagiers maken gebruik van de uit voorzorg rondgedeelde plastic zakken of staan over de reling gebogen. Voor de echte witte nachten zijn we een paar weken te laat. Erg donker wordt het niet, maar als we tegen zessen in de Baai van de Voorspoed aanmeren is het klooster nog in ochtendnevels gehuld. Pas nadat we voet aan wal hebben gezet doemen langzaam de machtige muren van het Kremlin op met de giganten van torens ertussen. Ondanks hun stevigheid zien ze er grappig uit, als een soort reuzengnomen. Ze zijn opgetrokken uit de enorme zwerfkeien die over het hele eiland verspreid liggen en die hier in de oertijd door een gletsjer heen zijn gevoerd. De monniken hadden een uitgekiend systeem uitgedacht om de stenen met de trekkracht van paarden op te takelen. De keien zijn bedekt met een roestkleurig mos, teken dat de lucht op Solovki goed schoon is. Aan de voet van de muren ligt het Heilige Meer, door de monniken gegraven als natuurlijke verdedigingsgordel.

Het eerste klooster van Solovki werd in 1436 door de monniken Savvati en German gesticht in het noorden van het eiland; de Savvatijski skit (het hermietenklooster van Savvati). In de volgende eeuwen groeide het klooster uit tot een van de drie grootste van Rusland, naast Sergiev Posad (Zagorsk) en Kirillo-Belozjorsk. Het was met zijn 420 monniken niet alleen een geestelijk centrum, het controleerde ook de handel in het noorden van Rusland en had vertegenwoordigingen in de grote steden. In Archangelsk bevindt zich nog zo'n handelsvertegenwoordiging, de Solovetskoje podvorje, in een abominabele staat en betrokken door de verkeerspolitie en een sportinstelling. Het klooster was bovendien de belangrijkste noordelijke vesting, met eigen schutters. Men verdedigde zich hier tegen de Finnen en de Zweden.

In de tweede helft van de zeventiende eeuw werd het klooster jarenlang door de Russen zelf belegerd, toen de monniken tijdens de kerkhervorming de kant hadden gekozen van de oudgelovigen, die de nieuwlichterij niet accepteerden. Peter de Grote bezocht de eilanden tweemaal. Nadat hij bij een storm ternauwernood aan de verdrinkingsdood was ontsnapt plaatste hij op de landingsplek een kruis; nu staat daar een kapel. De monniken hadden een eigen scheepswerf. Hier verscheen het eerste droogdok van Rusland en de eerste waterkrachtcentrale, die gebruik maakte van het grote verval op het eiland. De stroomverwekker uit 1908 ligt inmiddels weg te roesten. Tijdens de Krimoorlog bombardeerden de Engelsen het Kremlin. Ze verschenen opnieuw toen de westerse geallieerden na de Oktoberrevolutie van 1917 troepen naar Rusland stuurden. Toen de bolsjewieken hun macht goed en wel hadden gevestigd werd het klooster gesloten. De monniken werden verdreven of geinterneerd en in 1923 werd Solovki het eerste eiland van de Goelag Archipel.

Al voor de revolutie werd het klooster als gevangenis gebruikt. Tussen de zestiende eeuw en het begin van de twintigste eeuw zaten er in totaal 316 mensen gevangen. Een van hen was de Oekraiense kozakkenleider Kalnisjevski, die door Catherina de Grote voor 25 jaar werd opgesloten. Toen hij vrijkwam wilde hij niet meer weg en werd monnik, tot de dood hem op 112-jarige leeftijd kwam halen. De plek waar hij vermoedelijk begraven is - het kerkhof plus bijbehorende kerk werden door Sovjet-militairen met de grond gelijk gemaakt, er staat nu alleen een kruis - is onlangs door twintigste-eeuwse kozakkenmet een lint versierd.

Hoeveel mensen er vanaf 1923 op Solovki hebben gezeten is moeilijk te zeggen, maar er is een document gevonden waaruit blijkt dat er in 1929 op het door de SLON beheerste gebied (dat zich ook over een deel van het vasteland uitstrekte) 128.000 gevangenen waren, van wie er in een jaar tijds 18.000 het leven lieten.

Martelmethoden

Per minibusje, aangepast aan het terrein, rijden we het hoofdeiland af, 28 kilometer lang, ongeveer de helft breed, bewoond door anderhalf duizend mensen. Natuur en architectuur vullen elkaar schitterend aan. Eerst hebben we een adembenemende gezicht vanaf de andere kant van het Heilige Meer (door de bolsjewieken omgedoopt in Meer van de Arbeid) op het Kremlin, waarbinnen de restauratiewerkzaamheden geleidelijk de kerkkoepels doen herrijzen. Later het uitzicht vanaf de Sekirnaja Gora, een met een kerk bekroonde heuvel, over het noordelijke deel van het eiland: dichte bossen met in hun midden ontelbare spiegelende meren en de Savvatijski skit, verderop de kust en de Witte Zee. Het was, schrijft Solzjenitsyn in zijn Goelag Archipel, de laatste blik die talloze gevangenen vergund was. De kerk op de Sekirnaja Gora was in gebruik als speciale strafgevangenis en hier werden de executies uitgevoerd. Een steile houten trap met 365 treden leidt naar de voet van de heuvel. Hier bereikte het cynisme van de communistische beulen zijn hoogtepunt. Wie zich niet schikte werd met handen en voeten aan een boomstam gebonden en van de trap af gegooid. Wat beneden aankwam laat zich raden. De lijken van de aldus vermoorde gevangenen zijn nooit gevonden. Of men gebruikte de 'zjerdotsjka', een ijzeren staaf tussen twee muren waarop de gevangene schrijlings urenlang moest blijven zitten op straffe van terechtstelling. Een andere martelmethode: de gevangenen moesten zich uitkleden en werden vervolgens aan de muggenzwermen overgeleverd tot ze waren leeggezogen.

Een paar uur later zitten we midden in de bossen aan de oever van een van de 564 meren. Het is doodstil, alleen het gekrijs van de meeuwen is te horen. Een droomplek. De monniken verbonden de meren met kanalen en konden zo per boot overal komen. Via de idyllische botanische tuin lopen we terug naar het Kremlin over de Executieweg, zoals hij door Solzjenitsyn is genoemd. Langs deze weg werden de gevangenen naar de Sekirnaja Gora gevoerd. De officieren liepen meestal blootsvoets. Ze stonden hun schoenen aan andere gevangenen af, omdat ze begrepen dat ze ze niet meer nodig hadden.

Langs deze weg moet ook Boris Sapir in 1923 met zijn medegevangenen van het Kremlin naar het noorden zijn gelopen, in een hopeloos gevecht gewikkeld met de muggen. Na een paar uur bereikten ze enkele gebouwen omgeven door prikkeldraad en wachttorens. De Savvatijskij skit had vroeger plaats geboden aan 40 monniken. Nu werden er 150 mensjewieken, socialisten-revolutionairen en anarchisten ondergebracht, en in de volgende maanden liep hun aantal op tot tegen de 250. Twee andere groepen werden ondergebracht in hermietenkloosters op het Anzerskieiland en het Grote Moeksalma-eiland.

De socialistische gevangenen van de Savvatijski skit hadden op een gebied van ongeveer 300 bij 200 meter binnen de omheining zelfbestuur. Elke partijgroep had haar eigen starosta ('oudste') die de contacten met de kampleiding onderhield. Er vond alleen tweemaal per dag, aangekondigd door de kloosterklok, controle plaats op aanwezigheid. Anders dan de 'contrarevolutionaire' (alles rechts van de socialisten) en criminele gevangenen op de eilanden (een andere categorie vormde het kamppersoneel, zelf grotendeels gedetineerden) hoefden de socialisten geen dwangarbeid te verrichten. Ze kapten alleen hout voor hun eigen verwarming en kookten zelf. Hun voedsel bestond gedeeltelijk uit wat conserven die de Engelsen tijdens de interventie hadden achtergelaten, verse groenten en vlees ontbraken. 's Middags hielden ze school, schrijft Katja Olitskaja in haar herinneringen; het programma kwam overeen met de hoogste klassen van het gymnasium. Er was een bibliotheek, een orkest en een toneelgroep en 's avonds waren er lezingen met vaak felle discussie. De socialisten deden met hun onverwoestbare geloof in de toekomst tot het bittere einde aan zelfontwikkeling.

De namen van de doden

Met het leven in de Sovjet-Unie verslechterde ook het kampregime langzamerhand. Op 19 december 1923 kondigde de kampleiding aan dat de gevangenen voortaan om zes uur 's avonds binnen moesten zijn. Onrust maakte zich van de gevangenen meester en ook de wacht was gespannen. Ruim voordat de klok op de bestemde dag zes uur had geslagen opende zij het vuur en zes gevangenen (allensocialisten-revolutionairen) werden doodgeschoten. Een paar dagen latermochten ze in de buurt in de bevroren bodem worden begraven. Vladimir Rubinstein had mij opgedragen om het graf op te zoeken en te kijken of de steen met de namen van de doden er wel lag. We hebben hem niet kunnen vinden.

Onze gids Vladimir Anantsjenko heeft zich acht jaar geleden als wetenschappelijk medewerker van het museum op Solovki gevestigd omdat zijn grootvader hier in 1932 als straf voor zijn niet-proletarische afkomst in het kamp is omgekomen. Hij toont ons een kerker die onlangs door de restauratoren (vooral jeugdige vrijwilligers) onder het kloostergebouw is ontdekt. In het donkere hol zitten twee scharnierende ijzeren haken in de muur, waar de beddeplank op werd gelegd die overdag werd weggehaald.

In 1925 werden de socialisten na een hongerstaking overgebracht naar het vasteland. Het was een twijfelachtige overwinning. Ze kwamen terecht in gevangenissen waar het regime juist slechter was. Het onderscheid dat aanvankelijk werd gemaakt met de 'contrarevolutionairen' verdween allengs en ze kwamen bijna allemaal om op de diverse 'eilanden' waaruit de Goelag-archipel bestond. Sapir en Rubinstein waren uitzonderingen: de eerste vluchtte naar het westen, de ander heeft gewoon geluk gehad al heeft ook hij jarenlang gezeten.

De slechte reputatie van het kamp op Solovki begon in het buitenland door te dringen en daarom maakten de Sovjet-autoriteiten in 1927 een propagandafilm waarin het leven er als een soort vakantie werd voorgesteld. In juni 1929 bezocht Maksim Gorki het kamp. Alles werd in het werk gesteld om hem een geflatteerd beeld voor ogen te houden. Maar Gorki was niet op zijn achterhoofd gevallen. Zo was er in verband met het bezoek een leeszaal ingericht waar gevangenen kranten konden lezen. Gorki de waarheid zeggen lag buiten hun vermogen maar ze hielden de kranten met opzet op hun kop. Gorki pakte de kranten uit hun handen en draaide ze zwijgend om. Toch schreef hij na afloop een lovend artikel over de gunstige omstandigheden op Solovki. Volgens sommigen had hij een deal met Stalin gesloten: in ruil voor zo'n artikel zou de situatie van de gevangenen verbeteren. IJdele hoop natuurlijk.

In hetzelfde jaar lekten vluchtplannen van een groep gevangenen uit. Als represaille werden 300 mensen terechtgesteld. Aangewezen was ook Dmitri Lichatsjov, bekend lid van de Academie van Wetenschappen en parlementarier. In de documentaire 'Het Solovki-regime' vertelt hij hoe hij zich 's nachts verstopte en er in zijn plaats een ander werd doodgeschoten. Hij heeft het daar tot op de dag van vandaag moeilijk mee. De film toont shots van een van de beulen van deze executie, een moeilijk lopende bejaarde die in een Moskouse straat boodschappen doet. Zijn gezicht is onherkenbaar gemaakt en Lichatsjov weigert zijn naam te noemen: hij wil de kinderen en kleinkinderen van de man sparen.

Heropvoedende waarde

De jaren dertig waren het ergst. Het was op Solovki niet beter dan in de beruchte kampengebieden van Kolyma of Vorkoeta. De gevangenen stierven als ratten. Ondervoed en onvoldoende beschermd tegen de kou moesten ze zware dwangarbeid verrichten, vooral houtkap. Met een treintje werd het hout naar de haven vervoerd om te worden overgevaren voor de aanleg van het Witte-Zeekanaal, een enorm dwangarbeidsproject uit het begin van de jaren dertig dat door Gorki en andere schrijvers is bezongen om zijn grote heropvoedende waarde. Het treintje heeft geen sporen achtergelaten. Wel toont Anantsjenko ons de paar barakken die nog zijn overgebleven en een huis bij de botanische tuin waar met grote letters 'commandatuur' op staat.

In het Kremlin, waar de kampadministratie gevestigd was en dat zelf ook uitpuilde van de gevangenen, heeft hij in het museum een permanente tentoonstelling over het kamp ingericht, enig in zijn soort in de Sovjet-Unie. Het begin is suggestief en veelzeggend: een enorme foto van Lenin met daarvoor de tekst van de decreten die hij heeft uitgevaardigd over de instelling van concentratiekampen en de behandeling van de vijanden van het regime. De zaal ziet er uit als een barak. 'Met ijzeren hand drijven wij de mensheid naar het geluk' staat in grote letters boven de poort, het devies van de kampen. Een opschrift, gevonden op een muur in de Savvatijski skit: 'Op 12-11-36 gearriveerd een partij van 205 contrarevolutionairen en trotskisten, op 17 mei 1937 met onbekende bestemming vertrokken.'

Dat wil zeggen, naar hun executie. Er hangen foto's van bekende gevangenen en van de beulen van Solovki, de chef Nogtev, zijn assistent Eichmans. Er gaan in de Sovjet-Unie wel stemmen op om de jacht op de beulen van de terreur in te zetten. Anantsjenko laat ons met een voorbeeld zien hoe ingewikkeld het probleem ligt. Niet lang geleden leidde hij een groep door het museum rond. Hij toonde hen een groepsfoto, noemde de namen en wees de man aan die hij voor Eichmans hield. Een vrouw uit de groep sprak hem aan. U vergist zich, zei ze, Eichmans zit twee plaatsen naar links. Het bleek zijn dochter te zijn. Na Solovki had Fjodor Eichmans een expeditie naar Nova Zembla geleid, was met een missie naar Japan gestuurd en vervolgens in 1937 naar Moskou ontboden om een medaille in ontvangst te nemen. Meteen na aankomst werd hij gearresteerd en terechtgesteld. Zijn dochter was haar hele leven behandeld als dochter van een vijand van het volk. Nu de waarheid over haar vader bekend wordt dreigt zij die status te moeten inruilen voor die van dochter van een beul.

Vrachtschuit

In 1939 werd het kamp op Solovki, sinds enige tijd van SLON omgedoopt in STON (afkorting voor 'noordelijke gevangenis van bijzondere bestemming', als een woord vertaald 'gesteun'), ontruimd. Stalin liep met plannen voor de Finse oorlog rond, vertelt Anantsjenko, en de gevangenen zaten hem in de weg. Wie nog kon werken werd naar andere kampen overgebracht, de zwakke broeders werden op de vrachtschuit 'Klara' naar open zee gevoerd, waar de boot tot zinken werd gebracht. Anantsjenko bevestigt het verhaal. Jarenlang wilden vissers er niet vissen, vertelt hij, omdat die boot op de bodem van de zee lag.

Solovki werd nu militair domein. Het Meer van de Arbeid, voorheen Heilig Meer, werd omgedoopt in Generaalsmeer. In de Savvatijski skit werd een marineschool gevestigd. De monumenten hebben in deze tijd het meest te lijden gehad, aldus Anantsjenko. De militairen stookten de ikonen en papieren op om zich te warmen en pasten de gebouwen aan hun behoeften aan. In 1974 werden de eilanden een natuurreservaat. Nu moet er voor worden gewaakt dat het massatoerisme het natuurlijke evenwicht niet de doodsklap toebrengt. Met de restauratie van het klooster is al ruim twintig jaar geleden begonnen, maar de middelen zijn veel te krap. Men krijgt inmiddels anderhalf miljoen roebel per jaar, terwijl zeker vijf a tien miljoen nodig is. Onlangs heeft Solzjenitsyn besloten de opbrengst van de verkoop van Goelag Archipel in de Sovjet-Unie voor Solovki te besteden en dat heeftvoorlopig twee miljoen opgeleverd.

Er zijn nog enkele tientallen militairen op Solovki om op de voorraden te passen. Eindeloos hebben ze hun vertrek uitgesteld, onder het mom dat ze er nog een paar schepen hadden liggen, die overigens meer dan de helft van het jaar in het ijs vastlagen. Maar ze schijnen zich dan toch eindelijk op te maken voor de aftocht. Nu is de Russisch-orthodoxe kerk een gevecht begonnen om het klooster terug te krijgen. De onderhandelingen zijn aan de gang, maar ze kunnen nog wel even duren. Er zijn al drie monniken gekomen om op het heuglijke moment te wachten. We spreken even met vader German, een jonge, spichtige priester die dezelfde naam draagt als de stichter van het klooster. Hij is afkomstig uit Moldavie en heeft in Leningrad het seminarie bezocht. Een jaar geleden is hij uit Archangelsk hierheen gekomen om de plaatselijke geestelijke noden te lenigen. Als het klooster opengaat is hij van plan te blijven en hij gelooft er rotsvast in dat het zal gebeuren. Anantsjenko is er ook voor dat het klooster aan de kerk wordt teruggegeven, dat is immers zijn natuurlijke bestemming. Hij vindt alleen dat het niet ten koste mag gaan van de herinnering aan het kamp. Solovki moet een monument blijven dat recht doet aan alle perioden van zijn veelbewogen geschiedenis.