Eerste schooldag

Vandaag, woensdag, is de eerste schooldag. Dit komt het hardste aan bij de hele kleintjes, dus deze ukken mogen in de nieuwe omgeving veel op het schoolplein spelen. Hebben de ouders daarvoor betaald, voor op straat spelen, zult u vragen.

Zeker. De jonge moeders hebben er veel geld voor over om de Jan-Willempjesen Louisaatjes de deur uit te hebben, geeft niet waar, als het maar ondervertrouwde leiding is. En elders. Echt wrange taferelen deden zich ook nietvoor - zelfs de zeer kleintjes zijn tegenwoordig al gewend aan herhaaldelijkuitbesteed te worden en in handen van betrekkelijk vreemden terecht tekomen. En de meeste kleintjes zijn bij genoeg om te weten dat als de oudersuit het gezicht verdwenen zijn, huilen geen zin meer heeft.

Op het schoolplein waarop ik kijk is een speciale huiljuffrouw aangesteld. De procedure is, uit de verte bezien, ongeveer als volgt: een kleintje begint met schreien, en de huiljuffrouw, of een andere juf, begint met ontfermen. De andere kinderen kijken gespannen toe. Ze weten: huilen mag niet. Thuis mag je misschien huilen, op school is dat geen bon ton, het is kinderachtig. Sommige omstandertjes gaan zich dus meteen nogal branie-achtig gedragen, om hun niet-huilgedrag te accentueren. Anderen, dichter naar droefheid gedreven, turen gespannen naar de uitwerking.

Juf neemt de kleine op de arm en troost. Zoals iedere ouder weet is troost vaak niet te geven. Het kindje is soms ontroostbaar en huilt naar hartelust door. Zodra blijkt dat het om een langdurig huilertje gaat brengt de huiljuf het kind naar binnen. Wat daar gebeurt kan ik vanhier uit niet zien, maar een pak rammel lijkt me uitgesloten.

De andere kinderen gaan gegeneerd weer aan het spelen, waarbij opvalt dat zelfs heel kleine meisjes al met de armen om elkaar heen, met tweeen, soms drie en soms gevierenlijk weglopen. Jongetjes draven met jongetjes rond. Er is dus verschil, nog versterkt door een tweetal kereltjes in identieke kleding, een tweeling derhalve, die onbekommerd met elkaar optrekken en nu beginnen hun truitjes omhoog te doen, om iets te laten zien. Een klein meisje doet hier aan mee en tilt ook haar truitje op. Terwijl ze het doet draait ze snel haar hoofdje richting juf: ze weet nu al dat dit ongepast is, maar bijt toch in de appel. Waarschijnlijk voor de eerste keer in het paradijs.

Waar de meisjes ongeveer even groot zijn, loopt de lengte van de jongens nogal uiteen. De uitdrukking 'een kop groter' gaat wel tweemaal op. Sommige kleintjes reiken nog niet tot het middel van de langeren. Dat belooft wat voor de textielindustrie. Deze zondag, bij het trimmen, kwam de Rotterdamse milieudeskundige al aan met een Sail-trui die hem vijf maten te groot was. Hij is van normale bouw, maar je moet tegenwoordig al oppassen met Medium, bleek.

De huiljuf is inmiddels teruggekomen - van een speelkwartier is geen sprake: het duurt nu al ruim een half uur - en er is koffie voor de dames. Alle kindjes weten, bij de koffie niet storen, dus zelfs als ze wat willen vragen, blijven ze op een afstandje staan wachten tot de koffie op is.

Voor het eerst zie ik een aantal zwarte kindjes. Een klein wit meisje likt aan haar vinger en gaat er dan mee over de bruine arm van een zeer klein zwart jongetje, die het niet eens merkt. Het geeft niet af. Van verdere aparte belangstelling is geen sprake. Een moment later wordt er rondgedanst door een zwart/ wit viertal, twee witte meisjes en twee zwarte jongetjes. De meisjes zijn een stuk groter. Aan de zijkant staat ineens een rij tegen de schoolmuur, als voor een foto. Eentje is er mee begonnen en de anderen sluiten aan, in de mening dat dat hoort, althans zo val je niet op. Gemeenschappelijk gedrag.

Opvallend is dat huilertjes vaak eerst door moederlijke meisjes worden getroost. Het zit er al helemaal in, mevrouw.

Enige tijd geleden had ik er nog directer mee te maken.

Een vriendin belde me op om te zeggen dat ze verlaat was met werk en files en of ik haar dochtertje van school wil halen en zolang vermaken.

Ik vervoegde me bij de school, sprak een juffrouw aan en zei wie ik kwam halen. We liepen een klas binnen waar het bewuste meisje bezig was met een tekening. Ik had haar enkele keren eerder ontmoet, maar ze was van een nogal eenkennig genre. 'Kijk eens wie er is!', zei de juf opgewekt. Ze keek op en barstte in huilen uit. Mijn komst betekende, dat zag ze meteen, dat haar moeder er niet was. Ze vluchtte naar een hoek van het lokaal, terwijl ik ongemakkelijk bleef wachten in de deuropening. De juf sprak haar geruime tijd toe, maar het hielp niets. Na enige tijd sleurde ze het tegenstribbelende meisje naar de gang, om haar haar jasje aan te doen. Een klein gevechtje volgde, door mij ongemakkelijk gadegeslagen. Toen zij eindelijk het jasje aan had (' Ik wil geen muts op!!! Ik wil geen muts op!!!') klemde ze zich met twee handjes krijsend aan het kapstokje vast dat gelukkig nogal stevig in de muur geschroefd zat. Jonge moeders keken meewarig, sommigen zelfs met enige afschuw naar mij. Was ik een ontaarde vader? Was ik een kinderlokker, een nare oom die kleine meisjes in het kolenhok sloot? Ik glimlachte manmoedig rond en probeerde het ene handje te pakken. Zo, zei ik nog sussend, mammie komt zo. Het meisje, bloedslim, dat had ik al eerder gemerkt, keek me verachtend door haar tranen aan. Moeder komt zo! Dat was duidelijk gelogen.

Terwijl de juf haar ene handje losmaakte trok ik het krijsende en schoppende meisje aan haar andere armpje, dat gelukkig ook goed vast zat, naar de buitendeur. Het was nu al zo erg dat enkele moeders al beschuldigend naar de juf begonnen te kijken, van laat u dat zo maar toe? Terwijl ik als Boris Karloff met een jong slachtoffertje de zware deur opende, die gelukkig vanzelf sloot, bedaarde het meisje als bij toverslag. Ze wist heel goed dat huilen op straat zonder juf verder geen zin had, dus maakte ze maar het beste ervan. Opgewekt zette ze haar muts op en vroeg: 'Gaan we naar de poezen kijken?' Het is allemaal voedsel voor mijn stelling dat kleuters veel en veel slimmer zijn dan we denken. Maar toch zie ik als ik hier in de buurt op straat loop, wel eens moeders die hun kleine dochtertje naar zich toetrekken als ze mij zien.