'Doormodderen spreekt politici niet aan'

ROTTERDAM, 18 aug. - Het is niet erg gebruikelijk dat een onderzoeksverslag eindigt met een emotioneel nawoord. In het gisteren verschenen 'Voortgezet basisonderwijs gewenst?' heeft dr. M. J. de Jong na de samenvatting een hartekreet ingevoegd die zich direct richt tot minister Ritzen van onderwijs. 'Uit hetgeen het onderzoek heeft opgeleverd', staat er, 'leiden wij af dat het gezegde bezint eer ge begint nog altijd ter harte kan worden genomen'. Van De Jong hoeft de basisvorming niet zonodig. Meer dan de helft van de leraren uit het voorgezet onderwijs is het met hem eens.

'Voortgezet basisonderwijs gewenst?' is een representatieve enquete naar de vernieuwingsgezindheid van docenten in het algemeen, en hun houding tegenover basisvorming in het bijzonder. Hoewel de ondervraagde leraren allerlei problemen in het onderwijs signaleren, denken zij dat de basisvorming die niet zal oplossen. Vijf jaar geleden leverde een vergelijkbare enquete dezelfde stellingname op. 'Of de nuances in de verschillende rapporten en publicaties over basisvorming door docenten nauwkeurig worden bekeken, is zeer de vraag', constateert de enquete dan ook. De politiek moet dat gebrek aan interesse hebben voorvoeld: onder het motto 'leraren zijn altijd behoudend' heeft Zoetermeer noch Den Haag zich van de mening van de meest betrokkenen iets aangetrokken. In 1992, zo is de bedoeling, zullen alle leerlingen van LBO tot en met gymnasium in de eerste drie jaar dezelfde veertien vakken krijgen. 'Toch gaat het verhaal dat leraren conservatief zijn maar ten dele op', zegt De Jong. Uit het onderzoek bleek dat docenten veel progressiever stemmen dan de doorsnee Nederlander: D66 en klein links zijn sterk oververtegenwoordigd. De Jong spreekt van 'beroepsmatig conservatisme': 'Het is meer een kwestie van ervaring. Leraren weten dat het moeilijk lesgeven is in een klas met teveel verschillende niveaus.' De problemen waar leraren mee te maken hebben, zijn niet dezelfde als die de basisvorming moet oplossen: ongemotiveerde en ongeconcentreerde leerlingen, slechte Nederlandse taalbeheersing en lawaaierige klassen hebben weinig van doen met idealen als uitstel van beroepskeuze of gelijke kansen voor iedereen. Die dateren nog uit de tijd van de Middenschool, en voor de meeste docenten waart de geest van die door hen verfoeide vernieuwing dan ook nog steeds rond. Basisvorming is voor de meesten 'nivellerend en niveauverlagend'. De Jong: 'Voor veel docenten is het een paradox: een niveau en voor alle leerlingen dezelfde vakken invoeren om meer aandacht te besteden aan individuele verschillen.'

En volgens de onderzoeker, zelf socioloog en ex-leraar wiskunde, hebben ze daarin groot gelijk. 'Elke socioloog kan je vertellen dat je niet een heel systeem moet omgooien als je maar een paar dingen wilt veranderen. Het punt is alleen dat langzaam doormodderen, de alternatieve methode, beleidsmakers niet zo aanspreekt.' Uit de enquete komt naar voren dat leraren zelf denken dat werkwijze en inhoud van het onderwijs zouden moeten veranderen. Er is teveel sleur, leerlingen moeten te lang stil zitten en veel lessen zijn saai, irrelevant of theoretisch. Maar de basisvorming zal hieraan geen einde maken. De Jong: 'De voornaamste veranderingen zullen administratief en rechtspositioneel zijn. Scholen gaan fuseren, lesroosters worden gewijzigd, aanstellingen veranderd. Daar zien veel docenten tegenop: het is de zoveelste verandering die geen verbetering is.' Volgens de onderzoeker zou een stapsgewijze invoering van een beperkt aantal veranderingen wel soelaas bieden. Meer praktijk in het LBO ('De basisvorming doet praktijkgerichte kinderen enorm tekort'), extra vakken op HAVO en VWO (waaronder algemene techniek) en een moderner lespakket op het LHNO, de vroegere huishoudschool. 'Maar dat durft geen leraar meer hardop te zeggen. Ze zijn in de verdediging gedrukt, als er al iemand zijn mond open doet begint hij met: Jullie zullen mij wel conservatief vinden... 'Als de basisvorming niet door zou gaan, blijft Nederland schril afsteken bij het buitenland met zijn high schools, grundskola's en lycees. Ook dat is een van de argumenten van de voorstanders van basisvorming: het moet er nu toch eens van komen, iedereen is ons al voor geweest. De Jong: 'Als we de moeite namen eens wat nauwkeuriger naar dat buitenland te kijken, zouden we er wat van kunnen leren. Hokjesgeest binnen een school is vaak erger dan scheidslijnen tussen verschillende scholen.' Basisvorming voor de meeste leraren nivellerend en niveauverlagend