Dieven en rovers

'De laatste drie weken is er in mijn onmiddellijke omgeving geen fiets gestolen, 'zei ik.

Ze begonnen opgewonden doorelkaar te praten. Sommigen feliciteerden me maar ik werd ook ongelovig aangekeken en een enkele maakte me met zoveel woorden voor opschepper of leugenaar uit. Ik moest het zweren op alles wat ik op dat moment lief had. Toen ik eindelijk overal de mij eigen geloofwaardigheid had hersteld, zei iemand: 'Je mag het wel afkloppen, want anders duurt het geen dag meer.'Dat deed ik. Op het ogenblik dat ik dit schrijf, is of wordt uw fiets gestolen, maar de mijne staat er nog. Het is niet algemeen bekend, maar afkloppen helpt beter tegen het stelen van je fiets dan de politie of een galeiboefketting. Als iedereen 's ochtends vroeg bij het wegfietsen afklopte zouden we in een ander land wonen.'Maar heb je dan de laatste tijd helemaal niets in je onmiddellijke omgeving meegemaakt?' vroeg iemand anders teleurgesteld.'Jawel, 'zei ik, met die langgerekte e die de moderne mens gebruikt als hij wil laten merken dat hij een beetje blase is.

'Jawel... 'Men keek nieuwsgierig en ook met een beetje voorpret. Wat zou hij gaan vertellen?'Het was op een mooie ochtend in juli, 'begon ik m'n verhaal. 'Ik had een boodschap gedaan, probeerde de ingang van mijn kantoor weer te bereiken maar die was versperd. Nee. De halve straat was afgezet met dat rood-wit gestreepte band dat de politie tegenwoordig bij ongelukken gebruikt. Er stonden drie surveillance-auto's van de politie eneen ambulance voor de deur van de buren.'Welke buren?'Die van de tijdschriftenwinkel. Allemaal aardige jongens die niet alleen kranten, tijdschriften en blaadjes verkopen maar ook om de haverklap klanten van het trottoir moeten halen die vergeten te betalen.'Nog een heel werk, zeker?'Je zou verstomd staan als je het allemaal hoorde. Tot in de hoogste kringen. Ik vroeg dus aan een agent wat er was gebeurd maar die was gebonden aan zijn zwijgplicht. Een andere buurman die altijd het naadje van de kous weet, vertelde me dat er een minuut of twintig tevoren een man was binnengekomen die de kas wilde hebben. De jongen van de winkel bood enig verzet, de man trok een revolver, schoot een keer en ging er op de fiets vandoor met 120 gulden.'Terwijl de welingelichte buurman me dit vertelde, kwamen de ziekenbroeders naar buiten. Op de brancard lag de jongen naar wie ik, inmiddels 25 minuten geleden, nog had gezwaaid. Bij wijze van antwoord had hij zijn duim opgestoken. Hij was bewusteloos, zijn gezicht had de perkamenten kleur van een lijk, zijn ogen waren gesloten, maar naast hem liep nog een verpleger met een flesje en een slangetje. Dat was het teken van leven.'Hebben ze die overvaller nog gepakt? Hoeveel hebben ze gestolen? En hoe is het met de jongen afgelopen?'

'Wat wil je het eerst weten?'

Hier komen we aan de kern van dergelijke geschiedenissen. Sommige mensen zijn nieuwsgieriger naar laten we zeggen de objectieve kanten van de zaak - de materiele schade, de activiteiten van de politie - en bij een minderheid gaan de eerste gedachten uit naar het slachtoffer.'Die jongen ligt na vijf weken nog in het ziekenhuis, hij was in zijn buik geraakt waarbij van alles en nog wat zwaar beschadigd is, maar hij komt er weer bovenop, en de dief van 120 gulden is nog steeds spoorloos, 'zei ik.'Nounounou!' mompelde iemand anders. Hij begon nadenkend als een hoofdrekenaar omhoog te kijken. 'Zo'n verblijf in het ziekenhuis, 'vervolgde hij, 'kost nu dus al, met de operaties mee, tegen de 30.000 gulden. Dan moet je de verzekering erbij rekenen, het verlies aan arbeidsdagen, hoeveel zal die jongen verdienen, nou, laat ik het conservatief houden, voor hij weer aan de slag is hebben we er een ton op toegelegd - op die 120 gulden waarmee de voortvluchtige z'n lijntje cook heeft gescoord.'En dan de psychische revalidatie!' riep een andere deskundige ertussendoor. 'Hoeveel dat nog kost!'De belastingbetaler had het zwaar te verduren. Men begon zich af te vragen bij welk bedrag een rover quitte zou spelen met de schade die hij had aangericht. 't Moest boven de ton zijn.'Maar die jongen zelf? Hoe is het nou met die jongen? Daar heb je nog niks over verteld. Hoe heet hij?' vroeg een meisje.'Hij heet Allan, hij heeft economie gestudeerd maar als econoom kon hij niet aan de slag komen en daarom is hij in die winkel gaan werken.'Het gezelschap begon zich in de werkgelegenheid voor economen te verdiepen. Je kon tegenwoordig beter chirurg worden met specialisatie in schotwonden, of chauffeur op de ambulance. Zo werd de hele maatschappij even onder de loep genomen. Niemand had nog aandacht voor mij, terwijl er toch in mijn onmiddellijke omgeving al in geen drie weken een fiets was gestolen.

Ik las in de krant dat er in Nederland per jaar voor 140 miljoen gulden aan fietsen wordt gestolen. Het stond wel op de voorpagina, maar ergens onderaan, terwijl het volgens mij een kop bovenaan, over de hele breedte verdiende. Een bureau, Regioplan, acht deze massale en permanente uitbarsting van nationale kleptomanie een 'bedreiging voor de kwaliteit van het bestaan' en gaat er iets aan doen: goed bewaakte fietsenstallingen en registratie van alle diefstallen bij de politie.

Je kunt een agent niet erger uit z'n humeur brengen dan zijn bureau binnen te lopen en te zeggen: 'Neemt u me niet kwalijk maar m'n fiets is gestolen.' Destijds had je een prachtige bewaakte drijvende stalling bij het Centraal Station. Die is al jaren weg; het heet daar nu Het Mekka der zwijntjesjagers.

Ik heb ruime ervaring met het schrijven van stukjes over openbare misstanden. Daarom heb ik recht van spreken als ik zeg dat ik dit iedereen kan afraden. Ik ken dat lachje waarmee de Don Quichotte van de buurt wordt begroet. Voor een gedegen artikel over de Nederlandse fietsenkleptocratie verwijs ik u naar Intermediair van 13 juli, onder de kop MIJN FIETS TERUG van Will Tinnemans. Daar staat alles in over uw fiets die gestolen wordt terwijl u dit zit te lezen.

Het zal niet helpen. Afkloppen is beter, voor alles.