DE AMERIKAANSE 'LIBERAL' HERRIJST

De jaren tachtig zullen ongetwijfeld de geschiedenis ingaan als de jaren waarin Amerika zijn kracht en zelfvertrouwen herwon. Op het terrein van de buitenlandse politiek nam de Verenigde Staten, na het debacle van Vietnam en de onrealistische mensenrechten-politiek van Carter, opnieuw de rol op zich van leider van de vrije wereld. In de binnenlandse politiek keerde men zich gedesillusioneerd af van een sterke, centrale overheid, die vanuit Washington met geldverslindende projecten de achterstand van minder geprivilegeerde groepen wilde verminderen. Herstel van de markt, bezuiniging op de overheidsuitgaven en vermindering van de belastingen vormden het credo van een nieuw geloof in Amerika's welvaren. Het presidentschap tenslotte kreeg in de jaren tachtig, na de machinaties van Nixon, het goedbedoelde, maar weinig overtuigende idealisme van Carter en de nietszeggendheid van Ford zijn inspirerende en samenbundelende functie terug. Een president die dit allemaal kon realiseren lijkt een politieke gigant. Toch zal niemand dit van Ronald Reagan willen beweren.

Het succes van Reagan is minder te danken aan zijn politieke persoonlijkheid, inzet en werklust, als wel aan het feit dat zijn conservatieve ideeen op dat moment de enige uitweg leken te zijn uit de impasse waarin de Amerikaanse politiek aan het eind van de jaren zeventig terecht was gekomen. Het succes van Reagan en zijn conservatieve ideeen heeft alles te maken met het keren van het politieke tij in de Verenigde Staten aan het eind van de jaren zeventig. Deze getijdenbeweging in de Amerikaanse politiek is het centrale thema in De Amerikaanse paradox van Willem Post en Hans Veldman. In deze journalistieke en vlotgeschreven studie, vol anekdotes die de vaak droge politiek smakelijker maken, doen zij een poging tot een eerste geschiedschrijving van de jaren tachtig.

EISENHOWEREen verklaring voor dit cyclische karakter van de Amerikaanse politiek is gegeven door de historicus Arthur Schlesinger. Het centrale element in deze verklaring is volgens Post en Veldman het feit dat 'de politieke waarden die bepalend zijn voor het verdere leven van mensen omstreeks hun achttiende jaar zijn gevormd'. John Kennedy bijvoorbeeld bereikte deze leeftijd onder het presidentschap van Roosevelt en zijn New Deal politiek. Voor Reagan is de periode van Coolidge van belang.' In de jaren tachtig hadden we, 'aldus Post en Veldman, 'een herleving van de jaren vijftig, en de conservatieve periode-Eisenhower was op haar beurt weer een herleving van de periode Harding/Coolidge van de jaren twintig'.

Post en Veldman gebruiken dit theoretisch perspectief om de inhoud van Reagans conservatisme te beschrijven, en bovendien een uitspraak te doen over het politieke karakter van het komende decennium.

Reagans conservatisme heeft een sterk moralistische inslag. Oude vertrouwde waarden moeten dienen als alternatief voor de mislukte politiek van de 'liberals'. Zij hadden immers door uitgebreide hulpprogramma's en positieve discriminatie, tolerantie en onverschilligheid, de Amerikaanse samenleving in de afgrond van het nihilisme gestort. Met een beroep op de saamhorigheid in het gezin, het geloof in god, zelfhulp en zelfredzaamheid, probeerde Reagan licht te scheppen in de duisternis van het modernisme. Veel steun ondervond hij hierbij van het optreden van de tv-dominees; de elektronische kerk die in de jaren tachtig ondanks de schandalen van malverserende en hoerenlopende evangelisten een enorme morele en politieke macht verkreeg. Deze groeperingen ijverden immers deels met succes voor het terugdraaien van de liberale abortuswetgeving en het afwijzen van homoseksualiteit. De hetze-campagnes van deze groepen zouden vergeleken kunnen worden met de communistenjacht van McCarthy uit de Eisenhower-periode.

Steun voor zijn conservatieve gedachten verkreeg Reagan vooral van het traditioneel georienteerde platteland. In de stedelijke gebieden waren het vooral de lagere middenklassen die zich wendden tot Reagan. Zij zagen immers door de almaar stijgende belastingen hun inkomen dalen. Maar ook de hogere middenklassen steunden Reagan omdat de politiek van positieve discriminatie hun maatschappelijke positie dreigde te ondergraven. Het Amerikaans conservatisme is daarom geen hechte ideologische stroming, maar eerder een soort protestbeweging. Door romantisering van het verleden, aldus Post en Veldman, wordt de onvrede met de bestaande politieke en sociale orde gekanaliseerd. SCHEPPENDit protest van de middenklasse speelt ook een rol in het optreden van McCarthy in de jaren vijftig. Door de groei van de Amerikaanse economie in de jaren vijftig stegen veel arbeiders op de maatschappelijke ladder en deden hun intrede in de middenklasse. Het is niet verwonderlijk dat zij bereid waren hun pas verworven welvaart in de kapitalistische maatschappij te verdedigen. McCarthy, zo betogen Post en Veldman, 'was hun grote voorman in de strijd voor een zuiver kapitalistische maatschappij. Op de beeldbuis kon elke dag waargenomen worden dat het communisme het grootste gevaar voor de Amerikaanse samenleving was'. De buitenlandse politiek van de jaren vijftig staat in het teken van 'containment'; de indamming van de Russische dreiging. De atoombom gold hierbij als een symbool van nationale trots. Men hield van de bom, en het voorlichtingsmateriaal over de gevolgen van een mogelijke kernoorlog had een blijmoedig karakter. In de jaren zestig en zeventig echter werd de bom tot een abstract begrip, waarover militaire strategen en wetenschappers belangrijke, maar sombere theorieen formuleerden. Onder Reagan kwam de bom in zijn concrete gedaante, als machtsmiddel en symbool van nationale trots, opnieuw naar voren. 'Overal doken regeringsfunctionarissen op, die bevlogen beweerden dat een kernoorlog heel goed mogelijk en zeker te winnen en te overleven was.'

De plaatsvervangend onderminister van defensie Jones meende dat ingraven adequate bescherming tegen een kernaanval zou bieden. 'Als er genoeg scheppen zijn, 'zei hij, 'overleeft iedereen het'. Ten opzichte van de liberale jaren zestig en zeventig betekent 'the Age of Reagan' een fundamentele herorientatie van de Amerikaanse samenleving, die parallellen vertoont met het conservatisme van de jaren vijftig. Post en Veldman menen dat dit conservatisme zich in het komende decennium niet zal voortzetten. Het cyclisch karakter van de Amerikaanse politiek zal de slinger naar de andere kant van het politieke spectrum doen slaan. Zij wijzen erop dat de Democraten in de Senaat hun meerderheid tijdens Reagans presidentschap hebben behouden. Maar vooral is van belang dat in 1992 eenenzestig procent van de kiezers zal bestaan uit de naoorlogse generatie van baby-boomers, die in de 'liberale' jaren zestig en zeventig volwassen werd.