Circus Gruss a l'ancienne

Vijf paarden in dikke wolken van mist. Vier gitzwarte Friezen en een schimmel. Ze spelen met elkaar, draven minutenlang vrijelijk rond, springen op en bijten zachtjes in elkaars nek. Dromerige muziek begeleidt het schouwspel; Y'a d'la joie. Het lijkt een nevelige ochtend in de Camargue, maar het is de piste van het Frans nationaal 'Circus Gruss a l'ancienne', dat op het ogenblik een tournee door ons land maakt.

Het is de zestiende circusjaargang van artistiek directeur Alexis Gruss en hij lijkt zich steeds meer te isoleren van wat in de circuswereld gebruikelijk is. Er zwaaien geen acrobaten door de nok, de jongleurs werken hun nummers af met een bescheiden aantal ringen en kegels, er wordt geen huizenhoge kooi opgetrokken voor een tiental vermetele tijgers, en slangemensen kent de familie Gruss niet. Het is de sfeer die het moet doen, sensationele optredens zijn hier uit den boze.

Dat het circus zich afzet tegen de groeiende traditie van bruusk trapeze-werk en de kracht van het aantal laat het affiche al zien. Een steigerend paard, getekend in wild gearceerde kleuren. Een modern expressionistisch tafereel, dat in niets herinnert aan de 'hooggeeerd-publiek-sfeer', die zo kenmerkend is voor het circus.

Alexis Gruss is er van overtuigd dat het circus van gisteren het circus van morgen zal zijn. Dat verklaart het ontbreken van nummers die worden afgewerkt op top-10-deuntjes en met tientallen decibellen langs het tentdoek scheren. Gruss beschikt als een van de weinige circussen over een eigen orkest. De muziek is sterk verweven met het programma; de afgelopen twee jaar luidden de thema's 'La merveilleuse histoire du cirque' en 'de Franse revolutie', dit keer is het programma gewijd aan het Franse chanson. Elk nummer begint met de authentieke weergave van een bekend lied. In het donker knettert een fonograaf met een 78-toerenplaat. Lucienne Boyer zingt Parlez moi d'amour, het orkest neemt het naadloos over en uit de zwoele herinnering wordt een circusnummer geboren.

Alexis Gruss vormt de vierde generatie in dit circus. Zijn overgrootvader begon in 1854. Hij woonde in het Elzasser Marie aux Mines, waar op dat ogenblik het Italiaanse circus Farina overwinterde. De steenhouwer Charles Gruss trok met het circus mee, niet in de laatste plaats omdat de kerk waaraan hij lange tijd gewerkt had - l'eglise Saint Alexis - juist was voltooid. Hij trouwde met een meisje uit de circusfamilie Ricono en was daarmee de aartsvader van een nieuwe circusgeneratie.

Het latere Circus Gruss overleefde de twee Wereldoorlogen en de crisis, maar in 1970 ging het failliet. De vader van Alexis had mee willen gaan met de andere, op Amerikaanse leest geschoeide circussen. Het moest grootser, wilder, massaler en gevaarlijker. Die zucht werd Gruss' ondergang. De toen 26-jarige Alexis dacht minder in het groot, maar meer in de perfectie. Zijn decors worden fijnzinnig geschilderd, de muziek is karakteristiek, de attributen hebben geen glamour en lijken afkomstig van een een antiquair. Het is een mengeling van surrealistisch en naief aandoende verbeeldingen. De belichting wordt wonderlijk bespeeld vanuit vier hoeken in de nok van de tent.

Het lijkt theater, maar het is is onvervalst circus. Dat circussen in hun strijd tegen bioscoop en televisie nog bestaan kan Alexis Gruss nauwelijks verklaren. 'De plaatsen zijn duur, je zit vaak met de wind om je hoofd, of met je voeten in het water. Het is voor het publiek vaak te koud of te warm en als het programma tegenvalt ga je nooit meer. Als je dat dan ook nog tegen je buurman zegt is het helemaal afgelopen. Het enige waarmee je dat kan pareren is met kwaliteit. Als het programma fascinerend is hoor je geen wind en voel je je voeten niet.' In het circus treedt een stokoude olifant op, nota bene verkleed als vlinder, die niet al te grote kunsten uithaalt en voor elke prestatie royaal wordt beloond met een boodschappentas vol groenten. Er is een tijger, die met de dompteur aan de lijn meeloopt, geen dreigende grimassen trekt en betrekkelijk gezapig doet wat van hem wordt verwacht. De lobbes kent zijn eigen krachten niet. In die zin is het hedendaags circus. Maar het bijzondere schuilt toch in 'l'ancienne': de dressuur van de paarden, de absolute hoofdmoot van het programma, is overweldigend en ongekend voor een circus van dergelijke bescheiden afmetingen. En zijn voor de niet-ingewijden buitengewoon verrassende programma-onderdelen, bij voorbeeld een 'vertraagde' komische act. Het nummer wordt gestut door een reggae van Serge Gainsbourg, Vieille Canaille. Oorspronkelijk was het liedje van Sam Theard, en het werd pas populair in Louis Armstongs vertolking You rascal you. In de piste speelt zich Het Duel af tussen twee gangsters. Het wordt een eigenaardige vechtpartij in slow-motion, die ontaardt in een messteek en eenschot. Ook de kogel houdt zich aan het tempo en vertrekt tergend langzaamaan een draadje uit het pistool naar de borststreek van de tegenstander. De vertraagde komische scene is oud, maar het nummer wordt zelden meer opgevoerd. Het is niet meer te achterhalen wie de grap verzonnen heeft. Volgens de Franse circus-historicus Adrian moet het Charley Meyer zijngeweest, die van 1884 tot 1963 leefde. Meyer maakte tussen 1907 en 1910 driefilms met Max Linder. In de studio zou hij hebben geexperimenteerd met de truc van de vertraagde opname. Clowns hebben de grap opgepikt en vervolmaakt. Als eerste de bekende august Pastor, later Manetti.

De Franse minister van cultuur Jack Lang zag een aantal jaren geleden in dat Circus Gruss uniek in zijn soort was, en met flinke subsidies heeft hij het bestaan voorlopig verzekerd. Alexis Gruss heeft daarmee de kans gekregen de circustraditie eigenzinnig voort te zetten.

Een portret van Jaques Brel verschijnt op een wapperend doek. Hij zingt Le bon dieu. Brel ijlt door de wolken. Geen mens waant zich in het circus, tot plotseling de trapeze-werkers in het volle licht staan.

Circus Gruss doet tot 12 oktober de volgende plaatsen aan: Nijmegen, Apeldoorn, Dordrecht, Hoogeveen, Leeuwarden, Groningen, Amersfoort en Maastricht.

Foto Nelis Tutkey