BUNKERS

De jaren '90 van de twintigste eeuw openen hun ogen naar het volgende millennium. Ondanks deze naar de toekomst gerichte drang blijft het verleden een belangrijke rol spelen in de culturele verhoudingen. De Nederlandse monumentenzorg is een middel tot behoud van historisch belangrijke zaken, die binnen wettelijke restrictie ouder moeten zijn dan vijftig jaar. De ontwikkelingen in de monumentenzorg van de laatste decennia hebben ertoe geleid, dat ook andere zaken dan kerken, paleizen, woonhuizen en molens als te beschermen objecten geclassificeerd zijn. Verdedigingswerken uit de afgelopen twee eeuwen vormen een dergelijke niet-traditionele categorie inaanmerking komende monumenten, varierend van de Napoleontische forten rond Den Helder tot de bescheiden werkjes, die resteren van de IJssellinie uit devijftiger jaren van deze eeuw. Plaatsing op een monumentenlijst wordt opverschillende manieren voorbereid, in laatste instantie doormonumentencommissies en beleidsrapporten, maar in eerste instantie doorlieden die een onderwerp of categorie gebouwen onder de aandacht brengen en vervolgens toegankelijk maken.

INTEGER

Onlangs verschenen twee publikaties op het terrein van de vestigingsbouwgeschiedenis, die ieder een verschillende fase van het monumentenbeleid voorbereiden en noodgedwongen verschillend van karakter zijn. De eerste publikatie richt zich op de toekomst van het monumentenbeleid en beschrijft impliciet potentiele monumenten van na 1940, de tweede is een beleidsstuk, dat de periode voor 1915 en na 1940 buiten beschouwing laat.

Atlantikwall in Zeeland en Vlaanderen, een in eigen beheer uitgegeven boek van Hans Sakkers en Jan Houterman, is een prachtig voorbeeld van regionale geschiedschrijving. Het 317 pagina's tellende geschrift is systematisch opgezet, feitelijk van inhoud en appelleert als zodanig aan de nieuwsgierigheid van plaatselijk geinteresseerden. Het werk bezit echter kwaliteiten, die het doen uitstijgen boven andere regionale studies. De schrijvers hebben in hun relaas zowel een grote hoeveelheid schriftelijk en picturaal primair bronnenmateriaal verwerkt als interviews met betrokkenen, meest Duitse militairen. De verwerking van deze gesprekken is integer en geeft van een deel van de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog een beeld, dat voorbijgaat aan de gebruikelijke bevestigende visie en dat voortkomt uit oprechte interesse. De gebeurtenissen rond de Scheldemonding rechtvaardigen een dergelijke behandeling: De geallieerde opmars door Noord-Frankrijk en Belgie, de Duitse terugtrekking op Walcheren (Het Duitse 'Duinkerken'), de geallieerde belegering van het eiland, de forcering van de militair statische situatie door het bombarderen van de zeedijken, en vervolgens de Duitse verdediging en overgave.

De bunkers van de Atlantikwall staan echter in het boek centraal. De wordingsgeschiedenis van de 'muur' en die van de bunkers worden nauwgezet beschreven, evenals hun functioneren in de krijgsgebeurtenissen.

Het moet voor de schrijvers echter pijnlijk zijn, dat het overgrote gedeelte van hun objecten verdwenen is. Op Walcheren resten slechts enkele kazematten in het polderland, in Zeeuws-Vlaanderen worden de enige resterende bij Oostburg met slopershamer bedreigd, en langs de Vlaamse kust zijn slechts nog enkele complexen voorhanden, met name ten Noorden en Zuiden van Oostende.

VERDEDIGINGSBOUW

Historische Verdedigingswerken in Noord-Holland 1915-1940, is in menig opzicht een tegenhanger van het boek over Zeeland en Vlaanderen. Het is een officiele uitgave van de provincie Noord-Holland en vormt de weerslag van het Noord-Hollandse monumentenbeleid op het gebied van de militaire verdedigingsbouw tot nu toe. Dit beleid heeft zich voorbeeldig ontwikkeld, maar laat zich beperken door de discutabele, uit de vorige eeuw stammende ouderdomslimiet die aan monumenten gesteld wordt. Het gevolg daarvan is, dat het monumentenbeleid zich heeft gericht op de werken van voor 1940, te weten die van Nederlandse oorsprong. De keuze van monumenten, ontstaan tussen 1915 en 1940, op zich niet de meest interessante, doet vragen rijzen omtrent de status van verdedigingswerken uit de tijd van voor 1915 en van na 1940. Worden de forten van de 19e-eeuwse Stelling van Amsterdam of de schaarse overblijfselen van de Atlantikwall in Noord-Holland ooit nog tot monument verklaard? Wat beide betreft laat de met erg veel toevalligheden gevulde introductie van het provinciale cahier ons jammer genoeg in het ongewisse. Een bundeling van de krachten van auteurs als van beide hier beschreven publicaties zou met instemming van provinciale autoriteiten tot een gelukkiger situatie leiden, waarin een evenwichtig overzicht en oordeel over het fortificatie-erfgoed in Nederland tussen 1800 en 1960 gegeven kan worden.

Atlantikwall in Zeeland en Vlaanderendoor H. Sakkers en J. N. Houterman317 blz., geill., Middelburg 1990 f 54,95 ISBN 90 9003302 5 Historische verdedigingswerken in Noord-Holland237 blz., Prov. Bestuur Nood-Holland 1990, f 61, -- ISBN 90 72624 04 1(niet in de boekhandel, maar op aanvraag verkrijgbaar: tel. 023-144426)