Alfred Hitchcock als acteur

Oergeestig was die man!Neem de toespraak die hij in 1974 hield op de gala-avond die te zijner ere door The Film Society of Lincoln Centre was georganiseerd. 'Ik keur de huidige golf van geweld in films niet goed', zei de gevierde regisseur, 'want ik heb altijd gevonden dat moord op een delicate manier moet worden behandeld. Bovendien moet de moord, met behulp van de televisie, weer in de huiskamer worden gebracht, waar hij uiteindelijk thuishoort. Onze geraffineerdste moorden waren huiselijke aangelegenheden, met tederheid uitgevoerd op eenvoudige, huiselijke plekken zoals de keukentafel of de badkuip. Niets druist zo tegen mijn gevoel voor fatsoen in als de onderwereldfiguur die in staat is Jan en Alleman van kant te maken - zelfs mensen aan wie hij niet eens keurig is voorgesteld. U bent het ongetwijfeld met mij eens dat moord zoveel charmanter en aangenamer is - ook voor het slachtoffer - als hij zich in een prettige omgeving voltrekt en de erbij betrokken personen dames en heren zijn, zoals u en ik. Er schijnt, is mij verteld, een moord per minuut te worden gepleegd. Laat ik dus niet langer beslag op uw tijd leggen: U wilt waarschijnlijk aan het werk. Ik dank u voor uw aandacht.' Zoals ik zei, oergeestig was die man!Neem het begin van 'Frenzy' (1972), recentelijk op de vaderlandse televisie hervertoond in het kader van een Hitchcock-retrospectief. De camera zoemt in op de oever van de Theems, bezijden het House of Parliament. Daar ziet en hoort men, in het gezelschap van een twintigtal luisteraars, zo'n typische Brits besnorde Wichtigtuer MP oreren over het feit dat het moment aanstaande is dat de Engelse wateren geheel van ongerechtigheden gezuiverd zullen zijn. Hevig damesgegil. Want op dat moment komt het naakte lijk van een vrouw aangedobberd, een das om de nek, die duidelijk maakt dat de Wurger van Londen andermaal heeft toegeslagen. Sensatiebelust buigt het gezelschap zich over de kademuren, inclusief regisseur Alfred Hitchcock.

In 'The Lodger' (1926) had hij een begin gemaakt met zijn gewoonte zich in zijn eigen films te vertonen, al was het maar voor een fractie van een seconde. 'Het was een puur rationele kwestie, wij hadden iemand nodig om het scherm te vullen', zei hij een halve eeuw later in het beroemde, vierhonderd pagina's omvattende, interview met zijn collega Francois Truffaut.

Je noemt zoiets een cameo-rol, leert mij de vakliteratuur. Tony Richardson deed het in 'Tom Jones', Cecil B. De Mille deed het in 'Sunset Boulevard'. Roman Polanski deed het in 'The Tenant'. Jean Renoir deed het in 'La Regie du Jeu'. Het zal in de meeste gevallen de menselijke, al te menselijke ijdelheid zijn geweest van regisseurs die ook wel eens voor de camera wensten te staan.

Alfred Hitchcock deed het al spoedig bij wijze van grap, het was een ironische knipoog naar de kijker. 'Een geheel onproblematische grap was het niet', zei hij tegen Truffaut. 'Ik probeer er zorgvuldig voor te waken dat mijn optreden in de eerste vijf minuten van de film valt, zodat de kijker verder niet wordt gestoord.' In 'The Lodger' treedt Hitchcock twee keer op: in een kantoorscene en in de menigte, op het moment dat de vermoedelijke moordenaar wordt gearresteerd. In 'Murder' ziet men hem op straat. In 'Blackmail' leest hij een krant in de ondergrondse. In 'The 39 Steps' is hij een voorbijganger. In 'Young and Innocent' opereert hij als fotograaf. In 'The Lady Vanishes' zien wij hem op een Londens station. In 'Rebecca' passeert hij de cel waarin George Sanders telefoneert. In 'Foreign Correspondent' passeert hij rakelings Joel McCrea. In 'Mr. and Mrs. Smith' passeert hij rakelings Robert Montgomery. In 'Saboteur' bevindt hij zich in een kiosk. In 'Shadow of a Doubt' heeft hij full house bij het kaarten. In 'Lifeboat' blikt hij ons tegemoet uit de advertentiekolommen in de krant. In 'Spellbound' verlaat hij de lift. In 'Notorious' drinkt hij champagne. In 'The Paradine Case' draagt hij een cellokist. In 'Rope' steekt hij de straat over. In 'Under Capricorn' is hij andermaal twee keer te zien: op de receptie van de gouverneur en op de trap van de gouvernementele woning.

In 'Stage Fright' staart hij op straat in de richting van Jane Wyman. In 'Strangers on a Train' stapt hij op een trein, hoed op zijn kop, contrabas benoorden zijn buik. In 'I Confess' staat hij bovenaan een trap. In 'Dial M for Murder' ziet men hem op de foto van een reunie. In 'Rear Window' windt hij een klok op. In 'To Catch a Thief' bevindt hij zich naast Cary Grant in een bus. In 'The Trouble with Harry' bezichtigt hij John Forsythes schilderijen. In 'The Man Who Knew Too Much' treffen wij hem op het marktplein in Marokko. In 'The Wrong Man' neemt hij de proloog voor zijn rekening. In 'Vertigo' steekt hij een straat over. In 'North by Northwest' wordt de deur van de bus in zijn gezicht dichtgegooid. In 'Psycho' staat hij buiten het makelaarskantoor. In 'The Birds' verlaat hij - met twee hondjes - de dierenwinkel. In 'Marnie' verlaat hij een hotelkamer. In 'Torn Curtain' zit hij in de lobby van een hotel, met een baby op schoot. In 'Topaz' laat hij zich in een rolstoel het vliegveld overduwen. In 'Frenzy'... die scene heb ik reeds uitgebreid beschreven. In 'Family Plot', zijn laatste film, zien wij hem in silhouet bij het Bureau voor de Statistiek.

Een Oscar voor de beste mannelijke bijrol heeft Alfred Hitchcock er nooit voor gekregen. Alles bij elkaar opgeteld was hij in zijn drieenvijftig films hoogstens vijf minuten te bezichtigen. Niettemin vermoed ik dat hij behalve een heel goede regisseur ook een excellent acteur is geweest.