Verwachte wederopleving wordt nu bedreigd; Turkse economie ingreep Golf

ISTANBUL, 17 aug. Turkije is, volgens veel waarnemers, na Irak en Jordanie de grootste benadeelde van het door de Veiligheidsraad ingestelde handelsembargo tegen Irak. In geld uitgedrukt zou de schade op korte termijn kunnen oplopen tot 3 miljard dollar, een bedrag dat moeilijk geheel zal zijn te compenseren uit de buitenlandse tegoeden van de verjaagde Koeweitse heersers, al heeft premier Sjeik El Salim tijdens een recent bezoek aan Ankara toezeggingen in deze richting gedaan.

De crisis trof Turkije juist op het moment dat er bescheiden tekenen waren van economisch herstel. De kwaal die ongeneeslijk leek te worden, een inflatie van 60 a 70 procent per jaar, vertoonde in juli voor het eerst een daling. Minister Gunesh Taner, die voor gek was verklaard met zijn voorspelling dat het percentage dit jaar 'zoiets als 30' zou worden, begon zich op de borst te kloppen met de aankondiging dat hij af zou treden als zij aan het eind van het jaar hoger zou zijn dan 40. De 'force majeur' van Saddam Hussein zorgt ervoor dat men nu al blij zal zijn als het oude percentage van 60 kan worden gehandhaafd. De prijsstijging van 15 procent voor benzine die onmiddellijk werd afgekondigd, was ongetwijfeld slechts de eerste uit een reeks prijsverhogingen en iedereen is in afwachting van het nieuwe en zoveelste sneeuwbaleffect. De taxichauffeurs voorop, die nauwelijks meer aanvechting vertonen tegen de vastgestelde tarieven te den.

Mede dank zij de goede oogsten werd voor dit jaar weer een economische groeiverwacht van circa 6 procent, na de ongunstige ontwikkeling van vorig jaar waarin zij ver onder het percentage van de bevolkingsgroei, 2,5, bleef. De pas op poten gezette Istanbulse beurs kende tot op de dag van de Koeweit-crisis zo'n stormachtige ontwikkeling dat menigeen in Istanbul al 'het Hongkong van het Nabije Oosten' begon te zien. Die voorspelling hoeft niet onwaar te zijn, maar de laatste twee weken kende zij dezelfde neergang als zowat alle beurzen ter wereld.

Het aantal gunstige factoren viel overigens voor de crisis toch al op de vingers van een hand te tellen. Tot in de hoogste regionen van het bedrijfsleven maakte men zich toen al ernstige zorgen over de astronomische groei van de geldaanmaak, over de binnenlandse schuld meer dan over de buitenlandse en over het tekort op de begroting, dat gedurende de eerste helft van dit jaar met maar liefst 421 procent was toegenomen, veel meer dan voorzien.

Maar het zorgelijkste werd gekeken naar het tekort op de handelsbalans, dat over de eerste vijf maanden van dit jaar opliep tot 3,21 miljard dollar, driemaal hoger dan over dezelfde periode van een jaar eerder. Dat leidde tot het vooruitzicht dat er dit jaar, anders dan in de voorafgaande twee, ook weer een tekort op de betalingsbalans zal zijn.

Het was dank zij de geldzendingen van Turken uit het buitenland, maar vooral dank zij het toerisme, dat zo'n tekort de laatste twee jaar was vermeden. Voor dit jaar tekent zich nog een stijging van 15 procent af in de toeristische sector, ervan uitgaande dat er door de crisis geen afzeggingen komen in het late zomerseizoen.

De reeds catastrofale ontwikkeling van de handelsbalans, die het tekort op de betalingsbalans veroorzaakt, kan door de Koeweit-crisis alleen maar worden verergerd. Tegenover een stagnerende export stond een enorme groei circa 24 procent van de import, vooral van consumptieprodukten, een gevolg vanpresident Ozals liberalisatie. Beide fenomenen hadden onder andere te maken met een overwaardering van de Turkse lire (die de laatste weken weer ging tuimelen). Veel importprodukten kwamen namelijk tegemoet aan een behoefte tot investering in roerend goed.

Meer dan de helft van de olie die Turkije importeerde, kwam uit Irak en zo'n goedkope markt zal het niet meer vinden, ook niet in Saoedi-Arabie, dat tot nu toe nooit leverancier was. Bovendien derft het de inkomsten uit de nu gesloten pijplijn uit Irak, die op 300 a 500 miljoen dollar per jaar worden geschat.

Wat de beeindiging van de handel met Irak betreft, zijn sommigen van mening dat de schade voor de transportsector nog groter zal worden dan die voor de exporteurs. De export naar dit land was vorig jaar namelijk teruggelopen van 8,5 tot 4,5 procent van Turkije's totale handel tot op een half miljard dollar, doordat Irak in betalingsmoeilijkheden was gekomen (het heeft nog een lopende schuld van 700 miljoen dollar aan Turkije die nu ook 'op losse schroeven' is geraakt). Men streefde er dit jaar naar, de handel weer op te voeren waarvoor onder andere aan Irak door de Turkse exportbank een krediet van 400 miljoen dollar was verleend, dat het op het punt stond op te strijken toen de crisis uitbrak.

Turkije leverde Irak grondstoffen als ijzer en staal, textielprodukten maar vooral voedingswaren zoals fruit, alsmede linzen en erwten, die voornamelijk door het enorme leger werden verorberd, zodat zij niet kunnen vallen onder de waren waarvan de levering een dreigende hongersnood moet bezweren (naar verluidt worden nog wel babyvoedsel, gist en medicamenten geleverd). Als het embargo niet kan worden ontdoken via Iran, zal het vooral in het oosten van Turkije grote malaise veroorzaken, niet alleen voor het transport de duizenden tankauto's die olie brachten naar de raffinaderij van Batman maar op den duur ook voor de kleine landbouwers. Het leger werklozen, reeds circa 20 procent, zal worden vegroot en eventuele stortingen uit de Koeweitse kassen zullen deze slachtoffers niet makkelijk bereiken.