Veel leraren tegen nieuwe basisvorming

ROTTERDAM, 17 aug. Het merendeel van de docenten in het voortgezet onderwijs is tegen de basisvorming. Het voortgezet onderwijs is dringend aan verbetering toe, maar de basisvorming zal weinig of niets veranderen aan problemen als ongeconcentreerde en ongemotiveerde leerlingen, verwachten zij.

Dit blijkt uit een enquete van het Rotterdamse onderzoeksinstituut RISBO onder 474 leraren op bijna honderd scholen. Via de enquete zijn omvang en aard van de problemen in het onderwijs gemeten, de vernieuwingsgezindheid van leraren en hun houding tegenover de basisvorming, het voorstel om alle leerlingen van LBO tot en met gymnasium in de eerste drie jaar dezelfde veertien vakken te geven.

Zestig procent van de ondervraagden is de veranderingen in het onderwijs meer dan beu. Allerlei vernieuwingen ten spijt, nemen het gebrek aan concentratie en motivatie, de slechte Nederlandse taalbeheersing en het lawaai in de klas alleen maar toe, zeggen alle docenten behalve die in het lager beroepsonderwijs (LBO). De laatsten hebben deze problemen 'altijd al gehad'. Hoewel slechts 11 procent van de leraren meent dat er aan de problemen niets te doen valt en de rest denkt dat de werkwijze (teveel stil zitten) en inhoud (saai, theoretisch) van het onderwijs moeten worden aangepakt, is 52 procent tegenstander van basisvorming. Het verzet is het grootst onder leraren in het algemeen vormend onderwijs, maar ook de LBO-docenten menen dat de basisvorming de motivatie van de leerlingen niet ten goede zal komen. Zij vrezen dat de beroepsgerichte vakken teveel in het gedrang komen. Slechts 1 procent denkt dat LBO-leerlingen zich in een klas met MAVO-, HAVO-, en VWO-leerlingen kunnen handhaven.

De onderzoekers hebben niet gevraagd wat dan wel aan de problemen moet worden gedaan. Wel mochten de ondervraagde leraren tot slot uit vijf alternatieven de beleidsmaatregel kiezen die zij als het meest urgent beschouwen. Zo'n 63 procent koos voor kleinere klassen. Slechts 11 procent vroeg om een hoger salaris.

Volgens de onderzoekers 'lijkt het gerechtvaardigd twijfels te hebben over het slagen van de basisvorming'.

Veel docenten verwachten dat basisvorming zal leiden tot meer ziekteverzuim, minder arbeidsvreugde en een lager rendement. 'Men kan zich gunstiger omstandigheden indenken voor het implementeren van deze omvangrijke verandering' concluderen de onderzoekers.