Regels voor werktijden arts-assistent duurder

DEN HAAG, 17 aug. De werk- en rusttijdenregeling voor medisch-specialisten in opleiding en verloskundigen gaat meer kosten dan de 57 miljoen gulden die het ministerie van sociale zaken heeft berekend.

Dat stelt de Sociaal Economische Raad in een advies aan de regering. De SER gaat ervan uit dat de betrokken ministers de 'financiele dekking nog eens grondig zullen bezien'.

Het kabinet meent dat de meerkosten voor de gewone ziekenhuizen uit het jaarlijks vast te stellen budget moeten komen. Academische ziekenhuizen moeten met die meerkosten rekening houden bij de nieuwe honorerings-regeling.

De regeling moet gaan gelden voor allerlei artsen in ziekenhuizen die niet als specialist in dienst van het ziekenhuis werken of lid zijn van een maatschap. Dat zijn assistent-geneeskundigen in opleiding tot specialist, assistent-geneeskundigen die niet, niet meer of nog niet in opleiding zijn, wachtassistenten, volontair-assistenten, basisartsen en verloskundigen. Die groep valt niet onder de Arbeidswet van 1919. Al sinds het begin van de jaren zeventig wordt geprobeerd een regeling voor de assistenten te treffen, omdat zij vaak exorbitante werktijden hebben. Gevallen waarin zij zeventig tot tachtig uur per week werken zijn geen uitzondering. Nu wordt ervan uitgegaan dat assistenten vanaf 1 januari 1992 niet langer dan negen uur per dag werken en niet meer dan gemiddeld 48 uur per week.

De Landelijke Vereniging van Assistent-Geneeskundigen heeft vorig jaar al instemming betuigd met de regeling, maar is eveneens sceptisch over de financiering van de maatregel. Bovendien vraagt de vereniging zich af hoe de Arbeidsinspectie de naleving van de maatregelen gaat controleren, als die inspectie niet wordt uitgebreid. De vereniging vreest dat juist geregistreerde specialisten die dus niet meer in opleiding zijn de grootste klappen gaan krijgen. Zij hebben vaak geen dienstverband met het ziekenhuis en zijn evenmin lid van een maatschap, maar blijven daar wel voor werken omdat anders hun erkenning als specialist vervalt. De staatssecretaris van sociale zaken voelt er niet voor om juist geregistreerde specialisten ook onder de regeling te brengen. 'Medische specialisten in dienstverband zouden wel als werknemer in de zin van de Arbeidswet van 1919 kunnen worden aangemerkt, maar gezien de intentie van deze wet om de economisch zwakkeren te beschermen kunnen zij niet tot de primaire doelgroep worden gerekend', aldus de staatssecretaris.