Opsluittactiek

HET NATIONALE ASIELRECHT en -beleid in de landen van de Europese Gemeenschap verkeert in een crisis. Nederland vormt geen uitzondering. Staatssecretaris Kosto van justitie vertelt iedereen die maar horen wil dat toen hij 8 november 1989 omstreeks vier uur in de namiddag aantrad, hij een ambtelijk apparaat aantrof dat was berekend op de behandeling van 8.000 asielaanvragen terwijl het er vorig jaar 14.000 werden. Nu zijn het weer de asielzoekers uit Oost-Europa die exponentieel toenemen: alleen al het aantal Roemenen schoot omhoog van 55 in mei tot 393 in juli. Deze categorie wordt nu bij wijze van proef opsluiting in het vooruitzicht gesteld wanneer zij een als 'kansloos' aangemerkte aanvraag toch willen doorzetten. Volgende week beslist Kosto of de nieuwe harde aanpak wordt gecontinueerd. Snellere afhandeling van asielverzoeken krijgt terecht brede steun. Maar het valt niet goed in te zien hoe Kosto kan besluiten de opsluittactiek voort te zetten. In juni nog wees de bewindsman in de Eerste Kamer met zoveel woorden de suggestie af 'asielzoekers op te vangen in besloten centra, in ieder geval voor de periode tot en met de beslissing in eerste aanleg'.

Hij achtte dat op gespannen voet met het Europese Verdrag voor de Mensenrechten. Dit verdrag laat weliswaar de detentie van vreemdelingen toe 'teneinde hen te beletten op onrechtmatige wijze het land binnen te komen', maar impliceert in samenhang met de overigens knap ingewikkelde Nederlandse regelgeving dat dit alleen gebeurt als individuele omstandigheden daartoe ook werkelijk aanleiding geven. Dat heeft een voorganger van Kosto in 1981 trouwens al met zoveel woorden verklaard.

Daarmee komt het categorisch opsluiten van asielzoekers ook al is het slechts enkele dagen (nu ja: enkele) voor een spoedprocedure in de juridische gevarenzone. HET PROBLEEM is natuurlijk dat over de persoonlijke achtergronden van een asielzoeker vaak zo weinig bekend is dat het natrekken van het vluchtverhaal al lastig is, laat staan de prognose of hij/zij hangende een verdere procedure zal onderduiken. Er dient serieus rekening te worden gehouden met deze mogelijkheid. In de Bondsrepubliek schat men dat 16,5 procent van de in 1987 afgewezen asielzoekers is ondergedoken. Voor Nederland suggereerde senator Glasz (CDA) in juni zelfs dat slechts 12 procent van de afgewezen asielzoekers ook werkelijk wordt uitgezet; de rest zou dan al zijn ondergedoken, of naar een ander land zijn vertrokken of doet dat alsnog. Ietwat geprikkeld stelde Kosto daartegenover dat 'Nederland na Frankrijk in West-Europa het effectiefst is met uitzetting'.

DE STATISTIEK geeft in elk geval slechts beperkt uitsluitsel, zo onderstreepte ook al in juni voorzitter mr. A. Mulder van de Commissie analyse asielprocedure en opvang asielzoekers bij de installatie door Kosto. Het moet altijd 'maatwerk' blijven. De vermaarde voormalig secretaris-generaal van het departement van justitie gebruikte dit woord tegenover zijn opdrachtgever in het volle besef dat het een beladen term is na de pleidooien voor justitiele confectie door de vorige minister van justitie Korthals Altes. Het probleem van de individuele versus de collectieve verdenking als grond voor opsluiting werd in 1982 al gesignaleerd in een rechtszaak over een Iraakse asielzoeker op Schiphol. Voor de luchthaven is er ten slotte een noodwetje gemaakt, maar voor de rest van het land zijn we juridisch gezien weer terug naar af. Met alle risico's van dien voor de opsluittactiek van Kosto. In het licht van de opdracht aan de commissie-Mulder kan de bewindsman naar eigen zeggen bovendien 'geen anticiperende dingen doen, hoezeer hij dat ook zou willen'.

De voortvarende oud-parlementarier zit vast aan de beslissing van het hele kabinet 'dat nog eens behoorlijk wordt gekeken naar de hele gang van zaken'.

DE KERN van de asielcrisis, dat economische vluchtmotieven steeds meer de overhand krijgen boven politiek vluchtelingschap, vormt op de keper beschouwd een reden te meer verder te kijken dan een celdeur breed is. Zeker in het geval van Oost-Europa zou het wel zo effectief kunnen zijn naar voorbeeld van Belgie en de Bondsrepubliek een hulpprogramma op te zetten voor afgewezen asielzoekers om op ordelijke wijze terug te keren naar hun thuisland.