Letterkundigen pleiten voor een verplichte literatuurlijst

DEN HAAG, 17 aug. Een aantal deskundigen in de moderne Nederlandse letterkunde vindt dat er een verplichte literatuurlijst van 21 boeken moet komen voor het eindexamen Nederlands in het HAVO en VWO. Prof. dr. A. Anbeek, dr. H. Bekkering en prof. dr. J. Goedegebuure hebben dit voorgesteld aan een commissie die de minister van onderwijs adviseert over de vernieuwing van het examenprogramma Nederlands in HAVO en VWO. Volgens de deskundigen kan alleen met zo'n lijst een minimum aan literaire bagage van de leerlingen worden gegarandeerd. Op de voorgestelde lijst staan titels van auteurs als Multatuli, Couperus, Achterberg en Mulisch.

Op dit moment mogen leraren Nederlands zelf bepalen aan welke auteurs ze in de les aandacht willen besteden. Centraal geregeld is alleen dat zij de periodes voor en na 1880 moeten behandelen.

De commissie besluit op 1 oktober of zij het voorstel van de deskundigen overneemt. Kenners van de oude letterkunde zoals de Leidse hoogleraar prof. F. P. van Oostrom zien niets in een door de overheid voorgeschreven verplichte lijst. Van Oostrom: 'Een leerling moet kunnen profiteren van het charisma van de goede leraar.'

Bovendien kiest bij een selectie van het werk van bijvoorbeeld Vondel een confessionele school 'misschien liever voor de tragiek van de gevallen engel in Lucifer, terwijl men in Amsterdam wellicht de Gijsbrecht wil lezen', aldus van Oostrom.