Koeweit bedankt Nederland voor hulp

DEN HAAG, 17 aug. Sheik Ali al-Sabah, de Koeweitse minister van financien, die op zijn missie door de wereld gisteren Den Haag aandeed, maakt niet de indruk diplomaat van een verslagen land te zijn. Zonder een spoor van galgehumor zet hij het doel van zijn missie uiteen. Trefzeker weet hij de snaar te bespelen die bij uitstek Nederlanders gevoelig maakt voor de positie van zijn land. 'U moet de Iraakse inval vergelijken met de Duitse inval in uw land in mei 1940, een groot land dat een klein land binnenvalt waarmee het normale diplomatieke betrekkingen onderhoudt.'

Zowel de daad zelf als de propaganda die er op volgde doen aan die jaren denken, zei de minister gisteravond op een persconferentie in de Koeweitse ambassade in Den Haag.

Hij komt net uit Athene, daarvoor uit Rome, reist door naar Brussel, dan naar Japan en dan, zegt hij grijnzend, terug naar Koeweit. Na de Iraakse inval wist hij uit Koeweit te ontkomen, net als alle overige 22 ministers die nu resideren in Saoedi-Arabie of, net als hij, de wereld rondreizen om dankbaarheid te betuigen voor de steun aan de wettige Koeweitse regering en het Koeweitse volk.

In Nederland heeft de minister een uur gesproken met minister Van den Broek van buitenlandse zaken. Hij heeft zijn tevredenheid geuit over de stappen die de Nederlandse regering heeft genomen en verder van gedachten gewisseld over de toekomstige samenwerking op diplomatiek terrein. Nee, de kwestie Hollandia Kloos is daarbij niet aan de orde geweest, ook niet door Van den Broek aan de orde gesteld, voegde hij eraan toe. 'Zelfs als er verschillen van mening zijn over kleine kwesties, ik zeg met nadruk kleine kwesties, dan vallen die weg tegen de zaak waar het nu om gaat.' Liever dan over de kwestie Hollandia Kloos, het bedrijf van de gebroeders Lubbers (waarbij Nederland, na vergeefse interventies over een schuldenclaim de diplomatieke betrekkingen in het geheim op een laag pitje zette), praat hij over de toestand in Koeweit, het lijden van het Koeweitse volk, het lage moreel van het Iraakse bezettingsleger, het verzet van jonge Koeweiti's die Iraakse soldaten doden, de wijze waarop Saddam Hussein nu zijn dankbaarheid uit voor de hulp die Koeweit hem gaf tijdens zijn oorlog met Iran.

Hij ontkent dat Palestijnse gastarbeiders op grote schaal het Iraakse leger geholpen hebben op zijn rooftocht door Koeweit ('Dat was maar een kleine minderheid'), dat Koeweitse officieren dienst doen in het bezettingsleger ('Absoluut niemand'), dat zijn regering verlangt naar een militaire oplossing ('Wij zijn een vreedzaam volk'), dat Iran zich alsnog tegen Koeweit zal keren ('Iran is een verantwoordelijk lid van de VN'). Hij heeft geen idee hoeveel geld er is gestolen door de Irakezen. Hij heeft geen specifieke cijfers, hij weet alleen dat er op grote schaal is geroofd en geplunderd. 'Toen Saddam Hussein de wereld wijsmaakte dat hij zijn leger zou terugtrekken, zag je vooral personenauto's vol gestolen waar richting Bagdad vertrekken', zegt hij misprijzend. Hoe groot de reserves van Koeweit voor de bezetting waren, ja dat weet hij precies, maar daartoe doet hij liever het zwijgen ('Het is niet mijn taak de Irakezen te helpen'). Trouwens, de meeste activa zijn in het buitenland, in Koeweit zelf was maar een onbetekenend deel vergeleken met het totaal aan Koeweitse bezittingen, zo wil hij wel kwijt. En hij is het Westen dankbaar dat het de Koeweitse bezittingen heeft afgeschermd van gretige Iraakse grijphanden.

Nog steeds onderhoudt zijn regering contacten in het bezette Koeweit. Maar de overweldigende omvang van het bezettingsleger 150.000 manschappen, meer dan de hele mannelijke bevolking ouder dan twintig jaar is geen partij voor de Koeweitse bevolking. Hij is er zeker van dat het bezettingsleger absoluut geen steun krijgt van de Koeweiti's. Voor het marionettenregime konden zij geen Koeweiti vinden, Iraakse soldaten werden als Koeweiti's verkleed en tot regeerders gemaakt die, vreemd genoeg, vijf dagen na de inval Irak om militaire hulp kwamen vragen.

Volgens hem begrijpen de Iraakse soldaten de rechtvaardiging voor de inval niet. Saddam Hussein heeft hun immers altijd voorgehouden dat juist Koeweit hen hielp tegen de Iraanse vijand. Of hij blij zal zijn als het regime van Hussein omver wordt geworpen, of als Hussein wordt vermoord? 'Mijn volk heeft al genoeg geleden, dus u weet zelf wel het antwoord', zegt hij. Over Saddam Husseins motieven wil hij alleen nog kwijt, dat wie een heilige oorlog ontketent, zelf een zeer, zeer heilig mens moet zijn.