Hoge kosten en milieuproblemen remmen exploitatie; Teerzandkan voor eeuwen energie leveren

ROTTERDAM, 17 aug. Honderden jaren gebruikt de mensheid al aardolie, eerst voor verlichting en verwarming en de laatste eeuw ook voor een steeds hogere mobiliteit, per auto, vlieg- en vaartuig. Omgerekend tot vaten olie consumeert de wereld in totaal (alle energievormen samen) zo'n 60 miljard vaten van 159 liter per jaar. In de rijke Westerse landen stijgt het verbruik licht: ruim twee procent per jaar. De ontwikkelingslanden boeken een grotere stijging.

Op basis van de huidige inzichten in de reserves en het verbruik van aardolie kunnen we nog zo'n 45 jaar vooruit met de makkelijk winbare en relatief goedkope aardolie, waarvan verreweg het meeste in het Midden-Oosten is te vinden.

De wereldvoorraad aan aardgas is aanmerkelijk groter: zo'n 58 jaar verbruik. De kolen kunnen ons nog veel langer van energie voorzien: ruim 300 jaar. Hoe lang kernenergie kan worden gebruikt is moeilijk te voorspellen. De uraniumvoorraden zijn momenteel zeer ruim en verder hangt het af van politieke en technische ontwikkelingen.

Maar er is meer. Bijna onuitputtelijke bronnen voor de winning van aardolie zijn te vinden in teerzand, zware olie (heavy oil), een substantie die lijkt op appelstroop, en in leisteen, voorkomend in rotsformaties over de hele wereld.

Teerzanden vindt men in alle werelddelen met uitzondering van Australie. In Noord-Amerika en Venezuela zijn de grootste voorraden. De zware olie bevindt zich vooral in ondiepe lagen in de Verenigde Staten.

Cijfers over deze oliehoudende grond- en rotslagen lopen in de triljoenen meer of minder winbare vaten olie, maar de grote vraag is bij welke wereldolieprijs die winning economisch verantwoord wordt. Als de huidige crisis in de Golf kan worden bedwongen en de olieprijs zou zich op een niveau van zo'n 23 a 25 dollar per vat stabiliseren, zal de wereld voorlopig gewoon doorgaan met het leegzuigen van de woestijnbronnen.

Recente literatuur en cijfers over de teerzanden en leisteen-olie zijn moeilijk te vinden omdat op enkele uitzonderingen na de winning en experimenten met de benodigde technieken voor die winning zijn stopgezet nadat de olieprijs in 1986 drastisch daalde. Na de eerste oliecrisis in 1973 hadden veel oliedeskundigen zich op de teerzanden gestort, maar ze kwamen al gauw tot de ontdekking dat de techniek ontzaglijk duur was en er veel milieuproblemen moesten worden overwonnen.

Een oliemaatschappij, Imperial Oil in Canada, is er mee doorgegaan en boekt interessante successen. De maatschappij produceerde vorig jaar zo'n 88.000 vaten olie uit teerzand en is bezig met forse uitbreidingen. De reserves in de Canadese teerzandvelden, die ongeveer de helft van de oppervlakte van Nederland beslaan, worden geschat op vele miljarden vaten aardolie. Alleen al in Canada zijn de reserves anderhalf maal de voorraden van het Midden-Oosten.

Dennis Baxter, woordvoerder van Imperial, noemt de commerciele vooruitzichten 'veelbelovend'.

Twee proefprojecten leverden vorig jaar samen 15.000 vaten olie op. Uitbreiding tot commerciele winning wordt nu al voorzien, maar het tempo is geheel afhankelijk van de ontwikkeling van de wereldmarktprijs voor ruwe olie, zegt Baxter.

Het makkelijke van de teerzanden in Canada is dat de grondstof, zware, bitumineuze olie bevattende aardlagen, vrijwel overal aan de oppervlakte of op geringe diepte ligt. Net als 'gewone' aardolie is het teerzand ontstaan door eewenlange opeenhoping van resten van planten en ander organisch materiaal, maar in deze gebieden zijn die lagen aan de oppervlakte gebleven in een soort moeras.

Ze zijn in dagbouw te exploiteren maar dat gaat gepaard met een bewerkelijke omzetting van grond. De massa moeten worden vermengd met soda en andere chemicalien om de olie af te scheiden. Daarna wordt nafta toegevoegd om de olie verder te verdunnen en door middel van centrifugeren van klei en zand te kunnen scheiden.

Teerzandwinning is, ook in Canada, niet onomstreden. Het landschap wordt door deze mijnbouw danig aangetast. Op veel plaatsen moeten bomen worden gekapt en uiteindelijk blijven er bergen afval over die weer in de putten worden opgeborgen, waarna kale velden resteren.

Oliewinning uit leisteen zou op de lange duur zelfs nog grotere mogelijkheden bieden dan de teerzanden, maar de belangrijkste projecten, vooral in de Verenigde Staten, zijn na de daling van olieprijs vier jaar geleden stopgezet. De indianen in Utah en Wyoming wisten 130 jaar geleden al olie uit rotsformaties te halen. Voor de ontdekking van de olie in het Midden-Oosten werd er in Europa, Afrika, China en Australie ook op kleine schaal olie uit leisteen gewonnen.

Na het verpulferen van de leisteen in grote machines komt er een grijs-bruin sediment vrij dat een vrij hoog gehalte heeft aan koolwaterstoffen, stikstof en zwavel. Na verhitting tot 500 graden Celsius en diverse andere bewerkingen ontstaat een zware oliesoort die net als de olie uit teerzanden in een raffinaderij tot olieprodukten verwerkt kan worden. Alleen al in de Verenigde Staten zouden zeker 320 miljard vaten olie op deze manier te winnen zijn. De hoge kosten, milieuproblemen en de blootstelling van werknemers aan gevaarlijke stoffen bij het produktieproces hebben de winning voorlopig onderbroken.