Het racisme heeft bluesgitarist B. B. King juist sterkergemaakt

Tot de musici die zowel in jazz- als in popkringen in ere worden gehouden, behoort zeker blues-gitarist B. B. King. Na zijn doorbraak naar de'blanke markt', begin jaren zestig, was zijn muziek niet alleen meer destandaard voor al het nieuwe bluestalent, maar begonnen ook rockmusici naarhem te luisteren en eind 1969 speelde hij in het voorprogramma van de Amerikaanse Rolling Stones-tournee.

Bekende gitaristen die sterk door Kingbeinvloed zijn, zijn bijvoorbeeld Michael Bloomfield en Eric Clapton. Delaatste komt aan het woord in de BBC documentaire King of the Blues, waarin in hoog tempo een beeld wordt geschetst van heden en verleden van de nu bijna 65-jarige B. B. King. Zijn jeugd in Mississippi, zijn 'baantjes in de katoen', zijn eerste eensnarige gitaar, zijn werk als discjockey bij het eerste zwarte radiostation WDIA in Memphis, de lessen van zijn neef Bukka White en andere musici die hij adoreerde: Lowell Fulsom en T-bone Walker ('Als het een meisje was, zou ik hem ten huwelijk hebben gevraagd'). Tussen de historische beelden en concertopnamen door vertelt King hoe zijn stijl ontstond. Het wegtrekken van de snaren langs de frets was een antwoord op zijn onvermogen om de 'slide'-techniek te pakken te krijgen, zijn dialoog met 'Lucille' ontstond omdat hij er nooit in slaagde tegelijkertijd te zingen en te spelen. Hoe zijn gitaar trouwens aan die schone naam kwam, wordt ook uit de doeken gedaan.

Kern van de documentaire is een 'home-coming' concert in Mississippi, waarbij en passant niet alleen harde noten over het 'zwarte' raciale verleden van deze staat worden gekraakt, maar ook eer wordt gebracht aan de begin jaren zestig doodgeschoten zwarte burgerrechtenactivist Medgar Evers. Dat het verhaal van King hierdoor naadloos aansluit op de dinsdag jongstleden afgesloten serie Met de prijs voor ogen mag toevallig schijnen, het is het natuurlijk niet; vrijwel iedere zwarte Amerikaanse musicus van Kings leeftijd heeft tijdens zijn carriere van racisme te lijden gehad. Velen zijn er onderdoor gegaan maar King blijkt er juist sterk van geworden en trekt nog altijd de hele wereld door, nog vorige maand stal hij heel vitaal de show op het North Sea Jazz Festival, zoals Jan Vollaard in deze krant wist te melden.

En wat zijn einde betreft is B. B. King heel duidelijk: 'Ik hoop te sterven in mijn slaap, maar als dat niet kan het liefst op het podium'. King of the Blues, documentaire over gitarist/vocalist B. B. King vanavond op Ned. 3 om 20.20 uur.