'Grote baas' Spadaro domineert St. Maarten

SINT MAARTEN, 17 aug. Een gewiekste zakenman en 'de grote baas van Sint Maarten' noemen zijn bewonderaars hem. De 58-jarige, uit Messina afkomstige Italiaan Rosario Spadaro 'Don Saro' voor vrienden is in hun ogen 'the pioneer builder' die de afgelopen vijftien jaar via moedige investeringen een van de belangrijkste werkgevers is geworden op het grootste van de drie bovenwindse Antilliaanse eilanden.

De Antilliaanse procureur-generaal mr. R. Pietersz, die op het 900 kilometer verder gelegen Curacao zetelt, denkt daar anders over. Het hoofd van het Antilliaanse openbaar ministerie heeft de hulp gezocht van Justitie in Nederland en Italie om een onderzoek in te stellen naar de betrokkenheid van de Italiaanse hotelmagnaat en grootgrondbezitter bij de Italiaanse mafia. Pietersz verdenkt de zakenman ervan op het Nederlandse deel (40.000 inwoners) van Sint Maarten de andere helft van het eiland behoort tot het Franse departement Guadeloupe een netwerk van bedrijven, hotels, casino's en winkeltjes te benutten voor het op grote schaal ernaartoe sluizen en witten van opbrengsten uit criminele activiteiten.

In oktober 1975 verhuisde Rosario Spadaro uit Messina naar Sint Maarten. Een eiland zonder douane of kustwacht. 'Een liberaal eiland, waar net zoals in Spadaro's geboortestreek Sicilie alles mogelijk is. Je kunt er als zakenman voor de gemeenschap nog wat betekenen', verklaart zijn stafmedewerker Michael Voges.

Spadaro diende zich met de Amerikaanse zakenman Eddy Cellini aan als manager met optie-tot-koop van het in financiele moeilijkheden verkerende Great Bay Hotel. De persoonlijke gegevens van beide zakenlieden zijn toen door de Veiligheidsdienst Nederlandse Antillen (VNA) onderzocht, herinnert de toenmalige minister van justitie van de Nederlandse Antillen Leo Chance zich.

Cellini werd de toegang tot het eiland geweigerd, omdat hij volgens de FBI ervan werd verdacht deel uit te maken van de Amerikaanse mafia. Spadaro bleek evenwel zowel voor de FBI als voor Interpol een onbeschreven blad. De Centrale Bank van de Nederlandse Antillen heeft Spadaro nog wel even onder de loupe genomen. Het wekte bevreemding dat de Italiaanse zakenman al na een paar jaar het Great Bay Hotel kocht en het in een keer contant betaalde, aldus een medewerker van de Centrale Bank. 'Onderzoek wees uit dat Spadaro zijn geld kreeg van een Siciliaanse bank in New York. Desgevraagd vertelde die bank dat ze het geld aan de Italiaan verschuldigd waren. Toen hield het voor ons op', vertelt de bankmedewerker.

De afgelopen vijftien jaar heeft Spadaro zijn activiteiten gestaag uitgebreid. Volgens gegevens van de Kamer van Koophandel is de Italiaan directeur van drie NV's waarmee hij op Sint Maarten opereert: Resorts of the World NV, Madco Company NV en Sint Maarten Resort Hotel en Casino NV. Via die vennootschappen is Spadaro eigenaar van de twee luxueuze hotels Great Bay en Maho Beach, het 'time-share-complex' La Plage, twee grote casino's, tientallen appartementen, cafes, restaurants en een geheel nieuw winkelcentrum met midden op het terrein de druk bezochte bar Cheri's Cafe, genoemd naar zijn blonde, Amerikaanse vriendin.

Uit het kadaster blijkt dat Spadaro het grootste deel van de zuidwestelijke hoek van het eiland ruim 400.000 vierkante meter grond bezit, met een waarde van tachtig miljoen gulden. Zijn investeringen in onroerend goed kunnen volgens zijn medewerker Voges bovendien begroot worden op 160 miljoen gulden. Daar komen de komende jaren nog vele miljoenen bij, omdat Spadaro zijn terrein wil volbouwen met een drie verdiepingen tellende parkeergarage voor 450 auto's, een congrescentrum met duizend plaatsen, winkels en appartementen, aldus Voges.

Spadaro zelf blijkt moeilijk te spreken. Telefonisch is hij niet aan de lijn te krijgen. Het beste is om hem 's middags op te wachten voor zijn kantoor in de hal op de begane grond van het Maho-hotel, adviseert een medewerkster van hem.

Voor het hotel houdt Spadaro's eigen bewakingsdienst de wacht. Een gezelschap stevige jongens en een enkele vrouw die gekleed gaan in een vrolijk uniform. Een witte tropenhelm, rood overhemd, zwarte broek met scherpe snit en rode bies. Langs de linkerheup dragen de veiligheidsagenten een walkie talkie, langs de andere zijde bengelt een gummiknuppel. Op de borst fonkelt een zilverkleurig insigne met daarop de tekst: 'A-team security'. Laat in de namiddag, tegen etenstijd, verlaat Spadaro zijn kantoor. Hij is stevig gebouwd, met een geschat lichaamsgewicht dat de tweehonderd kilo te boven moet gaan, en draagt een geel-grijs gestreept t-shirt en een kanariegele, korte sportbroek. Het onverhoedse verzoek om een interview overdondert hem. Heel even peinst hij, monstert zijn gesprekspartner en zegt dan toe morgenmiddag om 14.00 uur een half uurtje te zullen vrijmaken. 'Have a nice evening', groet hij vriendelijk en schuifelt verder, op de voet gevolgd door vriendin Cheri.

De volgende dag blijkt hij op het afgesproken tijdstip onvindbaar. Volgens Voges heeft zijn baas belangrijke aannemers en bankiers op bezoek en kan hij de eerstkomende week niemand anders te woord staan. De eerstvolgende avonden zijn gereserveerd voor 'wining and dining' met zakenrelaties.

Voges verzekert dat het imperium van zijn baas slechts de vrucht is van volstrekt oirbaar maar uitgekiend zakelijk handelen. 'Spadaro werkt met zo weinig mogelijk personeel en heeft een gering aantal stafmedewerkers. Hij kan goed kosten drukken en heeft het geluk gehad altijd tegen een bijzonder lage prijs hotels te kunnen opkopen', aldus Voges.

Dat verklaart volgens Voges ook dat Don Saro slechts in geringe mate een beroep doet op de kapitaalmarkt om zijn investeringen te financieren. In december 1980, zo blijkt uit gegevens bij het kadaster in Sint Maarten, sluit hij in elk geval twee keer een lening af bij de op de Kaaimaneilanden gevestigde Nova Scotia bank. De ene lening bedraagt 3,5 miljoen dollar, de andere 500.000 dollar.

Behalve over de wijze waarop Spadaro zijn omvangrijke investeringen op Sint Maarten wist te realiseren, bestaat bij het openbaar ministerie in Curacao en bij Justitie in Den Haag ook grote bezorgdheid over de verwevenheid van contacten tussen Spadaro en de hoogste bestuurlijke en politieke autoriteiten op het eiland.

Hij presenteerde vorig jaar twee ambitieuze bouwplannen met de 64-jarige Claude Wathey, de man die volgend jaar zijn veertigjarig jubileum hoopt te vieren als de politieke leider van de Democratische Partij die al die tijd de absolute meerderheid heeft op Sint Maarten. De aanleg van een 1.300 meter lange pier waar cruiseschepen met acht tegelijk kunnen aanleggen (kosten: 200 miljoen dollar) en uitbreiding van de Prinses Juliana Luchthaven (kosten: 30 miljoen dollar). Beide projecten zijn voorlopig stilgelegd na een storm van protest vanuit de politiek en het lokale bedrijfsleven. De plannen worden door de oppositie vooral gezien als pogingen van Spadaro en Wathey om er zelf beter van te worden. De klus zou namelijk volledig worden uitgevoerd en gefinancierd door Italiaanse relaties van Spadaro. Dat de president-commissaris van het havenbedrijf en de luchthaven respectievelijk de zonen Norman en Albert Wathey zijn, bevestigde de tegenstanders in hun mening dat hier een schaamteloze poging werd ondernomen tot profijtelijk handjeklap.

Beste maatjes is Spadaro ook met raadsman en deken van de orde van advocaten Richard Gibson. Hij is een van de bewoners van het exclusieve villa-laantje dat Spadaro op zijn terrein heeft laten aanleggen en dat op Sint Maarten 'Spadaro Village' wordt genoemd. Gibson is uitgever van de plaatselijke krant The Guardian en sinds kort ook bankier. Bij de Kamer van Koophandel staat Gibson geregistreerd als directeur van de op 10 augustus 1988 opgerichte Sint Maarten Commercial Bank. Mededirecteur is overigens Albert Wathey.

Zeer ongerust is het Antilliaanse openbaar ministerie over de geruchten die de ronde doen over een andere bewoner van Spadaro Village: de gezaghebber Ralph Richardson. De gezaghebber is een door Nederland benoemde onafhankelijke autoriteit wiens taak het beste te vergelijken is met die van een burgemeester. Dat Richardson zijn dienstwoning heeft ingeruild voor een kapitale villa op het terein Van Spadaro is voor veel Sint Maartenaren het bewijs dat de gezaghebber geen integere, onafhankelijke bestuurder is.

Voges wijt alle commotie evenwel aan het profiel van Spadaro, dat overeenkomsten vertoont met de klassieke kenmerken van The Godfather: rijk, dik en afkomstig uit Sicilie. 'Dan is het voor mensen wel heel moeilijk om aan te nemen dat hij niet tot de Italiaanse mafia behoort.'