Apparatuur van Westerse inlichtingendiensten draait in Golfop volle toeren; Computer kan Saddam niet voorblijven

ROTTERDAM, 17 aug. Op zondagochtend 29 juli, vier dagen voor de Iraakse invasie van Koeweit, ontdekten Amerikaanse luisterposten dat een krachtige radarinstallatie in het zuiden van Irak na maandenlang uit de lucht te zijn geweest plotseling weer actief was geworden.

Het ging om een door de Sovjet-Unie geleverde luchtwaarschuwingsradar van het type 'Tall King', met een bereik van meer dan zeshonderd kilometer, die Irak goede diensten had bewezen in de oorlog met Iran. 'Dat deed in Washington de alarmbellen rinkelen', schrijft het blad 'Aviation Week and Space Technology' in zijn jongste nummer. In Sunnyvale, Californie, wordt geen alarm geslagen. Het uitvoeren van correcties in de baan van militaire satellieten hoort tot de dagelijkse routine van de Satelite Control Facility (SCF). Op 250 kilometer hoogte ontbrandt korte tijd een raketmotor en een ruim dertien ton zware 'Keyhole'-satelliet verlaat zijn hoge baan over de polen, om zich naar de grens van de atmosfeer te manoeuvreren. Even later wentelt de Golf onder de spiegeltelescoop van de fotoverkenningssatelliet door.

In de 'oude' tijd, twintig jaar geleden, maakten satellieten opnames op film. Zodra de cassette vol was, werd deze afgeworpen en uit de lucht gevist door een speciaal vliegtuig met vangarmen. Opnames van de jongste generatie KH's zijn rechtstreeks in jargon: 'real time' op aarde te volgen. Terwijl de KH-12 zijn baantjes trekt, worden zijn digitale televisiebeelden opgevangen door de schotelantennes van het grondstation in Bad Aibling, West-Duitsland en doorgeseind naar Fort Belvoir, Virginia, waar computers ze bewerken en opslaan in de reusachtige databanken van de National Security Agency (NSA), om ze met eerder materiaal te kunnen vergelijken. Wanneer generaal Norman Schwartzkopf, bevelhebber van de dan nog relatief kleine strijdmacht in de Golf, de televisiebeelden in het Pentagon later onder ogen krijgt, zijn de vermoedens bevestigd: Irak verplaatst massaal troepen en tanks. Maar voor Koeweit is het dan al te laat.

Naast fotografische beelden van satellieten en hoogvliegende verkenningsvliegtuigen analyseren de Amerikaanse NSA en zijn Britse tegenhanger GCHQ 24 uur per dag het elektromagnetische spectrum. Hun belangstelling geldt bijvoorbeeld radar, gecodeerd en 'open' radioverkeer, telefoon, telex, 'datalinks', peilzenders, stoorzenders en zogeheten telemetrie-signalen: besturingscommando's of vluchtgegevens van raketten. Ook deze signalen samengevat met het acroniem SIGINT (van 'signals intelligence') worden vooral opgevangen door satellieten, zoals de Magnum en de Vortex, en door vliegtuigen.

De Amerikaanse luchtmachten (de USAF en de 'strategische luchtmacht' Strategic Air Command) en de marine beschikken in de Golf elk over een eigen elektronische inlichtingendienst. Onder bevel van SAC staan onder meer viermotorige Boeing RC-135's de militaire versie van de civiele 707 en vliegtuigen van het type TR-1, een nieuwe versie van de U2. Zij maken gebruik van zogeheten 'forward operating locations' (FOL's) op Cyprus, in Griekenland, Italie en, naar men aanneemt, in Riad en op de militaire basis van het eiland Diego Garcia in de Indische Oceaan. De Lockheed Orions en Vikings van de marine maken deels gebruik van dezelfde bases.

Op 21 kilometer hoogte houden dezer dagen vliegtuigen permanent de wacht boven de Golf, met aan boord een computer die alle communicatieverkeer tot op zeshonderd kilometer afstand ontvangt, automatisch sorteert en via een satelliet naar Washington kaatst. Zoals een Amerikaanse functionaris het uitdrukte: 'Saddam Hussein kan weinig doen zonder dat wij het te weten komen'.

Dergelijke apparatuur is uiteraard vooral ontwikkeld voor het afluisteren van de Sovjet-Unie en de voormalige bondgenoten van het Warschaupact. Het is wel zeker dat de elektronische 'infrastructuur' van Irak van de plaats van militaire communicatieposten tot de kleinste doelzoekradar voor de Amerikanen weinig geheimen kent. Voor zover deze in geval van een gewapend conflict niet op de grond vernietigd kunnen worden, zijn ze in elk geval zeer kwetsbaar voor de ECM-installaties (van 'electronic counter measures'), waarmee alle schepen en gevechtsvliegtuigen in de Golf zijn uitgerust. 'We waren absoluut niet verrast', zei een CIA-woordvoerder kort na de Iraakse invasie van Koeweit. De Amerikaanse president George Bush corrigeerde die mededeling later: 'Een blitz-aanval om twee uur 's nachts is moeilijk tegen te houden, zeker als de betrokken partijen je hebben beloofd dat niet te zullen doen.'

Maar aan het werk van de inlichtingendiensten had het in elk geval niet gelegen, verzekerde de voormalige CIA-directeur.

Intelligence is zelden puur, maar staat of valt met interpretatie, eerst door de diensten zelf, en vervolgens door de politiek. 'Het gebeurt zelden dat je iemand van wie je de identiteit kent in klare taal hoort zeggen wat hij allemaal van plan is', zegt kolonel Andrew Duncan, werkzaam bij het International Institute for Strategic Studies (IISS) in Londen. 'En zelfs als de tekenen onmiskenbaar zijn, is het denkbaar dat de politiek ze negeert', aldus Duncan, die niet wil ingaan op de vraag of dat bij de Iraakse invasie het geval is geweest. Ook Nederlandse deskundigen bevestigen het belang van de 'menselijke factor'. 'Elk bericht uit het veld passeert een aantal filters: iemand die bepaalt wat de urgentie ervan is', aldus een medewerker van het Haagse instituut Clingendael.

Miles Copeland, de eerste directeur van de CIA, voormalig agent in het Midden-Oosten en nog steeds een kleurrijk en niet onomstreden commentator van de wereldpolitiek, liet dezer dagen voor de BBC-radio weten dat de inlichtingendiensten hun werk niet effectief kunnen doen door de massaliteit van de informatie, en door het apparaat dat Amerika en Groot-Brittannie op de been houden om die te verwerken; bij de NSA in Washington werken 36.000 mensen, bij GCHQ in Cheltenham (nabij Londen) 10.000. 'Small is beautiful', zei Copeland met een verwijzing naar het 'zelden miskende' werk van de Israelische Mossad. 'Er is geen computer die de volgende stap van Saddam Hussein kan voorspellen.'