Zonder beelden bestaat de oorlog niet

AMSTERDAM, 16 aug. 'Als er geen beelden van zijn, bestaat de oorlog niet.'

Pieter de Vink, de Midden-Oosten-specialist van de actualiteitenrubriek NOS-Laat, meent dat het ontbreken van een dagelijks verslag van de gebeurtenissen in Koeweit en Irak tot gevolg heeft dat de ernst van de situatie het grote publiek ontgaat. 'We missen de beelden die de spanning illustreren', zegt hij. 'We missen de eigen verslaggevers ter plekke. Pas als je materiaal van eigen mensen uitzendt, wordt het voor het grote publiek waar. De kracht van de televisie is dat je er bij bent, zichtbaar voor het publiek. Dat heeft impact, is indringend en authentiek. Nu zenden alle televisiestations dezelfde beelden uit, gekocht materiaal, flarden die geen samenhangend geheel vormen. Voor velen is er geen oorlog als die alleen maar bestaat uit wat gekochte beelden.' Begin deze week was er wereldwijd een zucht van opluchting te horen. Eindelijk beeldmateriaal uit Koeweit. Het eerste zichtbare bewijs van de bezetting van het sjeikdom door Irak werd overal ter wereld gretig aangekocht en onmiddellijk op de buis gebracht. Het was een videofilmpje van een amateur, traag en niet professioneel, maar authentiek.

Tegenover dit kortstondige 'geluk' staat het feit dat de aanwezigheid van de Amerikaanse militairen door de Saoedische woestijn onzichtbaar blijft. 'Elke olievlam geldt daar als strategisch gebied en ook in vredestijd is het maken van opnamen verboden', verklaart De Vink, die weinig gelukkig is met de 'intellectuele benadering' waar alle omroepen noodgedwongen op terugvallen.

'We kiezen voor achtergrond en analyse, duiken het archief in om de geschiedenis te reconstrueren, maar dat willen we graag en onmiddellijk inruilen voor beelden die de hitte van het moment weergeven.' 'Zolang er niet gevochten wordt, missen we niets. Alles speelt zich tot nu toe af in de wandelgangen, het gaat om de besluiten en de beweegredenen van politici en diplomaten, om de strategische en militaire informatie van generaals, om de opinievorming. De televisie brengt dat en helpt zo het grote publiek te begrijpen wat er gebeurt. Ik vind het wel spijtig dat we niet avond aan avond de beelden van de dag kunnen brengen, maar wat de televisie nu doet is toch uitstekend. Een rubriek als Newsnight van de BBC, daar kan toch iedere geinteresseerde leek mee uit de voeten. Voortreffelijk.' Jean Mentens, tot voor kort eindredacteur van het Veronique Nieuws, meent dat het publiek er maar even aan moet wennen dat de televisie dit keer niet supersnel het nieuws van de dag omzet in beeld. 'Maar op een dag komt het materiaal wel', meent hij, onder verwijzing naar het eerste amateurfilmpje dat uit Koeweit werd gesmokkeld. 'Wellicht is er meer, het komt echt wel.' Het is niet de eerste keer dat het tv-publiek, verwend met dagelijks beeldmateriaal van elke gebeurtenis uit elke uithoek van de wereld, bij een groot conflict niet te zien krijgt wat het wenst. De oorlog op de Falkland-eilanden, het Amerikaanse ingrijpen in Grenada en Panama en de jarenlange oorlog tussen Irak en Iran werden evenmin uitgebreid verslagen. Er golden grote beperkingen voor de pers.

Directeur H. J. Neuman van het instituut Clingendael meent dat het beeldmateriaal dat van de Falkland-oorlog mocht worden gemaakt zelfs zo beperkt is dat het onmogelijk is er een behoorlijke documentaire uit samen te stellen. 'Alleen goedgekeurde beelden mochten het land uit', zegt Neuman, die de manier waarop wij over de bezetting van Koeweit worden geinformeerd gelijkstelt aan wat men voordat radio en televisie bestonden van een oorlog te weten kwam. 'Soms hoorde men pas drie jaar later dat ergens gevochten was.' Is er sprake van een breuk met de door de kranten opgebouwde traditie van de oorlogscorrespondent die overal ter wereld op het slagveld aanwezig was en de lezer gedetailleerd informeerde? Heeft de oorlog in Vietnam, waar televisiecamera's voor het eerst het front genadeloos registreerden, dat wellicht veroorzaakt? Vinken en Neuman zien niets in deze redenering, die door Mentens wordt aangedragen. Dat Saddam Hussein de deur dicht houdt past in de traditie van het Midden-Oosten, waar de pers een politiek belang dient.

'Er bestaat in die landen geen plicht om te informeren zoals in de Angelsaksische wereld. De pers wordt benaderd als een politiek instrument. De journalistiek is er volstrekt gekoppeld aan het machtsapparaat', zegt De Vink, die veronderstelt dat de verslaggevers van krant en radio er als eerste in zullen slagen om via onofficiele weg aan nieuws te komen. 'De tv kan zich niet onzichtbaar maken. Je komt alijd met drie man en een hoop spullen, bovendien duurt het lang voordat je er bent en verbindingen hebt gelegd. Krant en radio zijn in het voordeel. Als verslaggever van een krant heb je alleen een blocnote bij je. Je kan je klein maken en ongezien het land binnenkomen. Jaren geleden zat ik in Jordanie als verslaggever voor Het Vrije Volk. In het hotel kwam ik een Amerikaanse televisieploeg tegen die een interview met koning Hussein ging maken. Ik heb me toen aangeboden om de koffers te dragen en kwam terug met een prachtig interview dat eerder werd gepubliceerd dan het vraaggesprek van de Amerikanen werd uitgezonden. Een heel klein schrijfblokje was voldoende.' De pers is in het Midden-Oosten een politiek instrument van hetmachtsapparaat