Uitdaging van de vierkante centimeter

Achttien bij vierentwintig centimeter is een der vrijwel klassieke standaardmaten voor fotografische papieren. Afdrukken van die omvang zijn groot genoeg om alle mogelijkheden van het negatief tot uiting te brengen en klein genoeg om handig opgeborgen te kunnen worden. Ook het verzenden ervan levert nauwelijks problemen op: enveloppen van dat formaat zijn nog hanteerbaar, de meeste brievenbussen laten ze passeren. Het formaat 18 bij 24, dat internationaal ook als 'punt een' wordt aangeduid, heeft in de praktijk van de snelle communicatie het vanzelfsprekende dat ook een A4-tje heeft. Een A4-tje is groot genoeg voor een gedicht of de synopsis van zelfs de dikste roman, of voor een gemakkelijk mee te nemen schetsboek van een beeldend kunstenaar. Het biedt de ruimte voor geniale invallen en past in alle zakken en laden.

Het waren Italianen die op het gouden idee kwamen om het 'punt een' te gebruiken als basismaat bij het samenstellen van een reizende presentatie van beeldende kunst. Het ging er om de wereld op een zo practisch en goedkoop mogelijke wijze duidelijk te maken dat de hoofstad Rome niet alleen een klassieke geschiedenis heeft, maar ook een gevarieerd aanbod van eigentijdse beeldende kunst. Aan zeventig in of vlak bij Rome werkende kunstenaars werd gevraagd zichzelf in maximaal drie A4-tjes te karakteriseren, om binnen het formaat van 18 bij 24 centimeter tot een soort artistieke demonstratiemodellen te komen. Op die manier zou een gemakkelijk en goedkoop te transporteren monsterkoffer ontstaan die namens Rome in het buitenland zou kunnen worden uitgepakt. De uitgenodigde kunstenaars gingen hier gretig op in en na Edinburgh en Stockholm is de koffer nu in ons land gearriveerd. In Den Bosch werd met het mini-materiaal de tentoonstelling Roma Punto Uno ingericht.

De zeventig Romeinen presenteren zich met in totaal 180 werken. De eerste seconde denkt de bezoeker per ongeluk een aan de filatelie gewijde zaal te zijn binnengelopen, maar al in de volgende minuut wordt hem duidelijk met kunst te maken te hebben van exposanten die hun opdracht zeer ernstig hebben genomen. De practische aanleiding voor het in de beeldende kunst tot dusver nauwelijks gebruikte formaatje heeft geleid tot een reeks interessante artistieke gevolgen. De schilders werden gedwongen zich opnieuw op hun thematiek en techniek te bezinnen, om hun handschrift te handhaven op een oppervlak dat nog lang geen miniatuur genoemd kan worden maar toch tot de uitdaging van de vierkante centimeter leidt.

Er is gewerkt op linnen, paneel, met metalen plaatjes en op papier, er ontstonden schilderijen, reliefs, collages en objecten in een veelheid van stijlen, stromingen en opvattingen. Geen enkel van de geexposeerde werken maakt de indruk dat de maker ervan zich belemmerd voelde. Integendeel, er werd met succes gestreefd naar het leveren van het bewijs dat ideeen en talent zich voor geen enkel gat laten vangen, dat van elke nood een overtuigende deugd gemaakt kan worden.

Op een A4-tje bijvoorbeeld blijft gedetailleerd surrealisme mogelijk, zoals blijkt uit twee doekjes van Paola Gandolfi, waarin naakte mensen neerzitten temidden van rondvliegend huisraad en ook de sombere romantiek van Stefano Di Stasio die eenzame mensen over een donkere rivier tussen dreigend hoge rotsen laat varen. Veel van de exposanten maakten binnen de toegestane ruimte complexe objecten zoals Remo Remotti met zijn aan Arman herinnerende collages met verftubetjes. Fabio Mauri combineerde drie doekjes met een opgezette kauw en kwam zo in de buurt van het befaamde Puttertje van Fabritius. Er zijn voorts houtgesneden reliefs van Matio Ceroli, de in felle kleuren gevangen silhouetten van Renato Mambor, de aan onze Klaas Gubbels verwante stoelfiguren van Enrico Luzzi. Er zijn monochromen, ingewikkelde constructivistische composities, uiterst zorgvuldige kleurstellingen in prachtige abstracties (Piero Guccione en Mimmo Grillo) en de tot kleurige doosvormen verdikte panelen van Francesco Ruggiano. De verscheidenheid is groter dan in een opsomming kan worden gevangen.

Het 18 bij 24-idee vraagt om een uitgekiende presentatie: de A4-tjes mogen immers niet al te verloren over grote witte wanden ronddwalen. In Den Bosch is men er goed in geslaagd de veelheid van kleine werken dusdanig te rangschikken dat de bezoeker na enkele rondwandelingen de indruk heeft het geheel te hebben geconsumeerd. Dan blijkt dat het uniforme kleine formaat recht doet aan de bedoeling: het suggereren van een afgerond overzicht, in dit geval van de eigentijdse beeldende kunst in Rome, al valt daarover op ware grootte zonder twijfel nog beduidend veel meer over te vertellen.