Transculturele raadsels

In tegenstelling tot de universeel tot de verbeelding sprekende Chinese films van de zogenaamde Vijfde Generatie van regisseurs, die intussen in politieke ongenade gevallen zijn, stelt de ongeveer tegelijkertijd (1987) vervaardigde film De actrice en haar fantoom (Ren gui quing, internationaal bekend als Woman Demon Human) een westers publiek weer voor transculturele raadsels. Via de festivals van Moskou, Rio en het vrouwenfilmfestijn van Creteil trok de vijfde speelfilm van regisseuse Huang Shuqin, gemaakt in de grote Shanghai Studio, de aandacht door zijn formele kwaliteiten. Het lijkt een conventioneel melodrama, gesitueerd in de wereld van de Chinese opera, dat zowel herinnert aan het twee jaar geleden eveneens door Cinemien in Nederland uitgebrachte Two Stage Sisters van veteraan Xie Jin, als aan het stramien van een Hollywood 'back stage'-musical. Het eerste optreden van de heldin op de planken, als vervangster van een plotseling ziek geworden vedette, zou als motto 'A Star Is Born' kunnen dragen. Een dansduet tussen haar en een heimelijke liefde, haar getrouwde mentor, zou goed passen in een musical van Astaire en Rogers. De westerse toeschouwer waant zich op vertrouwd terrein en constateert aangenaam verrast dat genre-cliche's ook in een exotische context op kunnen duiken.

Maar een Chinese persreactie roemt het 'experimentele' karakter van de film, dat gelukkig niet zo ver gaat in het afschrikken van het massapubliek als dat van de Vijfde Generatie. Helaas, zo vervolgt criticus Zhang Junxiang, zijn sommige scenes weer te 'realistisch' van stijl en inhoud. Hij doelt daarmee vooral op die passages die zich tijdens de Culturele Revolutie afspelen, en die ik juist bijzonder elliptisch en onduidelijk vind. Collega Zhang hanteert kennelijk een ander begrippenkader, wanneer hij het over 'experimenteel' en 'realistisch' heeft. En het is zeker dat hij beter de connotaties begrijpt van het fantoom van de actrice, een opera-karakter genaamd Zhong Kui dat spoken verjaagt en zijn zuster uithuwelijkt. Tegen de wil van haar moeder en stiefvader, tegen de regels van de opera vertolkte zij het karakter in haar eerste operarol: meisjes horen sowieso niet aan het toneel te gaan en zeker niet in mannenrollen!De sekse-ambivalentie van de actrice Qiu Jun is een thema dat de culturele kloof wel overbrugt. De man die ze als haar vader ziet blijkt haar stiefvader te zijn, wanneer ze haar moeder betrapt met haar biologische vader, van wie we in de film alleen herhaalde keren het achterhoofd te zien krijgen. Ook Freud zou wel raad weten met het gegeven dat Qiu zich als een jongen kleedt en kapt, mannenrollen wil spelen en pas tegenover haar eerste grote liefde nadrukkelijk uitroept een meisje te zijn. Ook haar echtgenoot verschijnt nooit in beeld en verbaal wordt duidelijk gemaakt dat het geen goed huwelijk is.

Een interpretatie van de betekenis van De actrice en haar fantoom, laat staan een kritische waardering, loopt vast in de rookgordijnen van politieke en culturele aard, die bij voorbeeld lange tijd ook een juiste waardering van de Oosteuropese cinema aan het gezicht onttrokken. Zijn er coupures aangebracht in de versie die we hier te zien krijgen, eventueel al op scenarioniveau? Is het voor een Chinese kijker onmiddellijk duidelijk wat er bedoeld wordt met de losse opmerking dat de echtgenoot van Qiu haar in de jaren zestig 'niet in de steek gelaten heeft'? En hoe grensverleggend of schokkend is het om een actrice in travestie in de Chinese opera te zien optreden? Regisseuse Huang kan mooie, gekunstelde scenes construeren en gaat ontroerend voor de hand liggende beeldrijmen niet uit de weg. Of ze een traditionele of moderne, linkse of rechtse, voorzichtig kritische of het publiek naar de mond pratende film gemaakt heeft, weet ik niet. Wel leert de ervaring dat de beste Chinese, Russische, Hongaarse of Taiwanese filmmakers zelden zulke vragen opriepen en de transculturele handicap overstegen.