Studie naar vuurbollen doofde uit na heffing BTW

ROTTERDAM, 16 aug. De oplossing voor het wereldenergieprobleem voor de komende eeuwen. Dat behelsde het plan dat G. C. Dijkhuis, leraar natuurkunde te Terneuzen, in 1983 wereldkundig maakte. Dijkhuis is geestelijk vader van het 'bolbliksemonderzoek' van Convectron N. V., dat op korte termijn kernfusie in kleine reactoren moest opleveren.

Maar Convectron zal ze niet bouwen: het geld is op. Het bedrijf leidt een papieren bestaan. Na drie van zes geplande proeven in het hoogspanningslab van de KEMA maakte de weigering van de belastingdienst om Convectron betaalde BTW terug te geven eind 1987 een einde aan het onderzoek. In 1988 kreeg Convectron de betaalde BTW toch terug, maar toen had het bedrijf geen personeel en geen experimenteerruimte meer.

Dijkhuis begon in 1983 aan zijn project in de overtuiging dat het onderzoek naar kernfusie op het verkeerde spoor zat. Het zou veel kleinschaliger kunnen bij temperaturen van slechts enkele duizenden graden Celsius, terwijl algemeen wordt aangenomen dat voor kernfusie net als op de zon temperaturen van vele miljoenen graden nodig zijn. Volgens astrofysicus Dijkhuis zou er namelijk in bolbliksems kernfusie optreden.

Bolbliksems zijn gewone, zij het niet alledaagse natuurverschijnselen. Ze ontstaan wel eens bij onweer: in plaats van een lange bliksemschicht wordt een lichtgevende bol van geladen deeltjes gevormd. Doorgaans blijft die slechts enkele seconden in stand.

Dijkhuis slaagde er in bolbliksemachtige vuurbollen kunstmatig op te wekken met een zware schakelaar en een halve loods vol onderzeebootaccu's bij de Rotterdamse Waalhaven. De grootste had een doorsnee van tien centimeter. Dijkhuis: 'We hebben ook aangetoond dat de vuurbollen zwaarder zijn dan lucht, dat je een minimum-stroomsterkte nodig hebt, dat je snel moet schakelen en dat er in de vuurbol potentiele energie aanwezig is die er voor zorgt dat hij bijeenblijft.'

De vraag is natuurlijk waardoor hij bijeenblijft. Kernfusie? Als er in de vuurbollen kernfusie plaatsvindt, dan komen daar neutronen bij vrij. Als Dijkhuis er in zou slagen eenduidig vast te stellen dat er neutronen uit de geproduceerde vuurbollen kwamen, zou hij plotseling heel sterk staan met zijn claim. 'In plaats van een hobbel gaf de neutronendetector een aantal pieken te zien', aldus Dijkhuis. 'Dat hadden we niet verwacht. Dezelfde soort pieken traden op bij de koude-kernfusieproeven van Jones. Als het verschijnsel zo zwak is, is het wetenschappelijk wel interessant, maar niet voor energiewinning.' Bij Nederlandse fusie-onderzoekers stuitte de theorie van Dijkhuis vanaf het begin op veel scepsis. Subsidie-aanvragen voor het onderzoek werden telkens afgewezen. Geld voor onderzoek haalde Convectron uit twee aandelenemissies, in 1983 en 1986, die samen ruim vier miljoen gulden opbrachten. Wie een zekere belegging zocht voor de oude dag moest niet bij Convectron zijn, vertelden de oprichters er eerlijk bij. Onderzoek doen is nu eenmaal een onzekere aangelegenheid. Veel aandeelhouders voelen zich aangetrokken tot het milieuvriendelijke karakter van kleinschalige kernfusie, bleek op de drukbezochte aandeelhoudersvergadering deze zomer.

Na enige jaren experimenteren was al het geld op. Het onderzoek ligt nu al meer dan een jaar stil. Dijkhuis staat weer voor de klas aan dezelfde middelbare school in Terneuzen waar hij voorheen werkte. In zijn vrije tijd houdt hij zich nog wel intensief met vuurbollen bezig. De wetenschappelijke belangstelling er voor is de laatste jaren toegenomen, merkt hij. Enkele malen per jaar houdt hij een voordracht op een wetenschappelijk congres.

Lang niet alle onderzoekers van vuurbollen zien hun object als een toekomstige energiebron. Dijkhuis: 'In de Sovjet-Unie denkt men vooral aan chemische reacties en aan toepassingen als katalysator.'

Hij is onder de indruk geraakt van de vuurbollen die enkele Amerikaanse onderzoekers hebben gemaakt met een andere techniek: de Tesla-spoel. Daarmee zijn spanningen op te wekken van 2 miljoen volt, terwijl in het hoogspanningslaboratorium van de KEMA 0,5 miljoen volt beschikbaar was. Dijkhuis: 'Het is nieuw dat je zulke hoge spanningen zelf kunt opwekken zonder een lab van veertig miljoen gulden. Dat had ik drie jaar geleden niet gedacht.' Dat Convectron nog een fusiereactor op basis van vuurbollen gaat bouwen, acht Dijkhuis onwaarschijnlijk. Dat wil nog niet zeggen dat de aandeelhouders hun geld kwijt zijn, meent hij. Het bedrijf heeft een octrooi in negen landen op het opwekken van vuurbollen met accu's. Er loopt een aanvraag onder het Patent Cooperation Treaty voor een octrooi op koude kernfusie in een dicht bosonenplasma.

Dijkhuis: 'Als ze ons apparaat bouwen, moeten ze licentierechten betalen. Dat is een papieren bestaan, maar het is onze enige keus. Het is wel onbevredigend: als ingenieur wil je toch een werkend apparaat bouwen. Het is frustrerend als je dat aan buitenlanders moet overlaten.'

Maar hij blijft op zijn bolbliksems vertrouwen: 'Naar mijn overtuiging staat er in de Verenigde Staten over twee jaar een fusiereactor op basis van bolbliksems.'