'Spionage' voor Japan na 48 jaar nog onder de rechter; Opgewarmde beschuldiging

Is Deetje Heijligers uit Bandung (West-Java) fout geweest in de oorlog? Wie dat vindt mag dat niet publiceren, maar hoeft ook geen schadevergoeding te betalen wegens smaad zolang het tegendeel niet is bewezen. Dat bepaalde onlangs de president van de rechtbank te Leeuwarden in een kort geding naar aanleiding van beschuldigingen in een boek.

Het gerucht over Deetje's vermeende collaboratie met de Japanse bezetter vindt zijn oorsprong in een mysterieus radiobericht dat eind april 1942, kort na de bezetting door Japan, werd opgevangen in Bandung. De zender meldde zich als 'Radio Australie', maar naderhand is komen vast te staan dat het bericht de ether is ingestuurd door een vermoedelijk illegale zender in Bandung. In het bericht werden de Bandungers gewaarschuwd voor een aantal met name genoemde Europeanen, van wie werd gezegd dat zij samenwerkten met de bezetter. Daaronder was ook Deetje Heijligers, die in Bandung bekend stond als een aantrekkelijke, 22-jarige Indische vrouw met belangstelling voor amateurtoneel en muziek, zij werd regelmatig gezien op feesten en dansavonden.

Mevrouw Ch. D. Heijligers is inmiddels zeventig jaar en woont in Amsterdam. 'Dat radiobericht vond ik verschrikkelijk', zegt ze. 'Ik kon er niets tegen beginnen en ik heb de uitwerking onderschat. Hoewel kort na de oorlog ook in Nederland over mij wel eens geruchten opdoken, leken deze inmiddels verstomd. Tot twee jaar geleden het dagboek verscheen van de destijds in Bandung ondergedoken journalist Jan Bouwer. Dat was een verschrikkelijke schok voor mij en mijn familie.' In Dit Vermoorde Land, het gewraakte oorlogsdagboek, staat op 10 juli 1941: De Australische radio heeft de burgerij van Bandoeng gewaarschuwd tegen de praktijken van een zekere mej. Deetje Heijligers, die, met een aantal vrienden en vriendinnen, spionagewerk voor de Japanners zou verrichten. Deze jongedame woont op de Papandajan-laan. Ook mijn inlichtingen wijzen er op, dat deze waarschuwing vermoedelijk gegrond is. Deetje Heijligers is een knap Indisch meisje, ongeveer 22 jaar oud. Sedert het begin van de bezetting heeft zij in contact gestaan met Japanse officieren, die haar ten slotte voor de Kenpetai (militaire veiligheidspolitie - P. S.) hebben geronseld.'

Rectificatie

Mevrouw Heijligers besloot tegen Jan Bouwer en diens uitgever Van Wijnen uit Franeker een kort geding aan te spannen. Daarin eiste zij dat het boek uit de handel werd genomen, dat in verschillende bladen een rectificatie werd geplaatst en zij wilde een schadevergoeding.

De zaak diende eind vorig jaar voor de Leeuwarder rechtbank. De president van de rechtbank bepaalde dat het boek uit de handel moest worden genomen, zolang de gewraakte passage er in staat en zolang Bouwer de beschuldigingen jegens Heijligers niet kan waarmaken. Hij wees de andere eisen rectificatie en schadevergoeding af, zolang zij niet kon aantonen 'goed' te zijn geweest. Heijligers ziet niet in waarom zij haar gelijk zou moeten bewijzen. Zij is in hoger beroep gegaan met het doel al haar eisen ingewilligd te zien. Haar raadsvrouwe heeft inmiddels een zogeheten Memorie van Grieven ingediend bij het Gerechtshof van Leeuwarden; dat zal in oktober arrest wijzen.

De vraag blijft op grond van welke gedragingen Deetje Heijligers indertijd is beschuldigd van pro-Japanse gedragingen en door wie precies. Heijligers: 'Het voor mij zo pijnlijke radiobericht is eind april en niet op 10 juli, zoals Bouwer schrijft, uitgezonden. Ook staat het inmiddels vast dat radio Australie nimmer zo'n bericht heeft uitgezonden. Om zonder enig bewijs zo veel mensen er werden er wel vijftien genoemd verdacht te maken moet of een provocatie van de Japanners zijn geweest, of een gemene streek van wie dan ook.' Het kan ook zijn dat het geregelde bezoek van de Japanner Ichiro Abe aan het huis van de familie Heijligers, Deetje woonde nog bij haar ouders, een zekere verdenking heeft opgewekt. Toen Abe zich bij het huis van de familie Heijligers vervoegde, zei hij tolk Engels te zijn. 'Misschien', zegt Heijligers nu, 'zijn mensen op vreemde gedachten gekomen, omdat bekend werd dat hij mij aan een baantje hielp bij een juwelierszaak in Bandung. Ik ben op dat aanbod ingegaan, want wij hadden verder geen inkomen. Mijn vaders pensioen was geblokkeerd.'

De familie Heijligers hielp begin 1941 George Hess en Ray Teborek, twee gestrande Amerikaanse piloten, aan onderdak. Hun bommenwerper had motorpech gekregen en ze konden niet meer wegkomen. 'Voordat de Japanse bezetting begin maart begon, waren zij gewoon onze gasten. Op George was ik nogal verliefd en ik ging met hem uit. Dansen en zo. Toen de Japanners er eenmaal waren bleven de twee als onderduikers in ons huis. Wij vertelden ze over Abe en over het vreemde radiobericht. Toen langer onderduiken bij ons te gevaarlijk werd, zijn ze verplaatst naar het huis van mijn halfbroer Charles Lebaar, twee huizen verderop.' Na een ontsnappingspoging van de piloten in de richting van de bergen, waar zich een guerrillagroep bevond, werd eerst Hess en een paar weken later ook Teborek gevangen genomen. Hess werd verhoord door de Kenpetai. Indonesiers herkenden hem als de Amerikaan, die, voordat de Japanners Bandung bezetten, regelmatig met Deetje Heijligers was gezien op de dansvloer van Hotel Savoy Homan. Dat leidde de Kenpetai naar de familie Heijligers.

Halfbroer 'Na de arrestatie van Hess zijn onze familie en de familie Lebaar naar de Kenpetai gebracht om verhoord te worden', zegt Deetje Heijligers. 'Dat ging behoorlijk hard. Na vijf dagen werden mijn ouders en ik overgedragen aan de politie, waar we nog twee weken moesten blijven. Mijn halfbroer Charles Lebaar werd opnieuw gearresteerd. De Japanners hadden ontdekt dat hij wapens afkomstig uit de Munitie Werkplaatsen, waar hij werkte, verborgen had gehouden en had verstrekt aan leden van een guerrillagroep. Pas na de oorlog hebben we gehoord dat hij is geexecuteerd.' Deetje Heijligers bleef werken in de juwelierszaak. Later verhuisde de famlie naar een ander deel van de stad. Daar kwamen spontaan ook wel eens Japanse officieren over de vloer. 'Die mensen', zo herinnert Heijligers zich, 'gedroegen zich over het algemeen netjes. Later werden we allemaal geinterneerd in een burgerkamp. Eerst in Bandung, later in Batavia (Jakarta). Meteen na de oorlog ben ik naar de Australische militaire inlichtingendienst in Batavia gegaan. Ik wilde weten of Radio Australia in 1942 ooit een bericht had uitgezonden, waarin de bewoners van Bandung werden gewaarschuwd voor bepaalde met name genoemde Europeanen. Dat bleek absoluut niet het geval te zijn.'

Ook heeft Deetje Heijligers in verband met de aanhoudende beschuldigingen over spionage nog van alles geprobeerd om bij de Nederlands-Indische Militaire Inlichtingendienst (NEFIS) een verklaring af te leggen. Maar NEFIS 3, speciaal belast met onderzoek naar 'foute' mensen, was niet geinteresseerd. In 1946 is zij per boot naar Nederland vertrokken. Zij is nooit meer naar Indonesie teruggekeerd. De twee Amerikaanse piloten, Ray Teborek en George Hess, blijken hun krijgsgevangenschap redelijk goed te zijn doorgekomen. Beiden leven nog, maar Hess kan praktisch niet meer communiceren na een ernstige hersenbloeding.