Nederlandse aardappelproduktie in Sovjet-Unie al vijf keerhoger; Polderboeren leren Russen het vak

BANT, 16 aug. Boeren in het Russische plaatsje Dmitrov leren sedert april dit jaar van twee Nederlandse collega's hoe een modern particulier akkerbouwbedrijf in elkaar steekt. Een bescheiden begin, want het duurt nog jaren voordat het Russische platteland zich herstelt van de schade die tachtig jaar collectieve landbouw heeft aangericht, vertelt boer Wijnand Bok uit Emmeloord.

Na een spoedcursus Russisch vertrokken akkerbouwer Bok en zijn collega Van Lier voor een tijdelijk verblijf van een jaar naar de Sovjet-Unie. Bok is samen met vrouw en twee kleine kinderen enkele weken terug op hun rderij in de Noordoostpolder. Eind deze maand vertrekt het gezin Bok weer naar Dmitrov, honderd kilometer ten noorden van Moskou. Bok verwacht in september circa vijftig ton aardappelen per hectare van de Russische grond te oogsten tegen tien ton die de Russen in Dmitrov nu zelf binnenhalen.

De twee Nederlanders hebben samen met twee Russische boeren gezamenlijk 160 hectare landbouwgrond onder hun hoede. Bedoeling is dat de Russen, die in maart een bezoek brachten aan Boks bedrijf in Nederland, op termijn het bedrijf zelf kunnen bestieren. Maar voorlopig is de Nederlandse aanwezigheid noodzakelijk. Wijnand Bok: 'De Russen lijden aan een grote onkunde, ze rooien aardappels terwijl het regent! Als wij nu zouden vertrekken dondert het bedrijf in elkaar.' Tijdens een reis naar de Sovjet-Unie in 1988 werd Bok ('Ik ben maar een eenvoudige polderboer') zich bewust van de treurige toestand waarin het Russische platteland verkeert. De Russische boer kan zijn volk niet meer voeden, maar een op de vier aardappelen komt in Rusland op tafel. De rest verrot in schamele schuren. Het distributiesysteem is niet efficient en de bureaucratie tiert welig. Bok: 'Het wegennet is een puinhoop, de boeren zijn ondeskundig, de akkers bezaaid met stenen en het grootste deel van de Russische aardappelen is ziek door onvoldoende gebruik van bestrijdingsmiddelen.' De Sovjet-leiding, die een voorzichtig begin wil maken met de privatisering van de landbouw, ziet het project in Dmitrov als een voorbeeld voor de hele Sovjet-Unie. Een delegatie uit Flevoland werd in november 1989 na bemiddeling van de Amsterdamse zakenman E. van Eeghen met open armen in Moskou ontvangen. Na een gesprek met vice-premier Ryzjkov stelde het Sovjet-ministerie van landbouw met ongewone spoed geld beschikbaar voor het Dmitrov-project.

De Russische media toont veel belangstelling voor de Nederlandse aanwezigheid. Geregeld kondigt een stoet zwarte limousines hoog bezoek uit Moskou aan. De Sovjet-onderminister van landbouw, Borisov, is een vaste bezoeker. Bok: 'Bij bureaucratisch tegenwerking van de plaatselijke sovchoze is een telefoontje met de minister voldoende.' De Nederlandse boeren vertegenwoordigen in Dmitrov hun cooperatie Agrico, die voor 1.600 boeren in de Noordoostpolder de afzet en distibutie van aardappelen en uien verzorgt. Agrico verwacht op termijn een forse toename van de agrarische export naar de Sovjet-Unie, vooral van pootaardappelen en zaaigoed. 'Ze hebben daar een areaal van zes miljoen hectare aardappelen', vertelt adjunct-directeur F. Holstein.

Sedert 1985 is de Nederlandse pootaardappel bezig met een opmars in de Sovjet-Unie. Vorig jaar had Agrico acht projecten, verspreid over de gehele Sovjet-Unie. Holstein: 'Wij leveren machines, kennis, pootaardappelen en assisteren de Russen.' Met het Dmitrov-project kan de cooperatie de concurrentie van andere Westerse landen aftroeven, hoopt Holstein. 'Nederland zendt als enig Westers land boeren naar de Sovjet-Unie. Met het Dmitrov-project trekken we veel aandacht in de Sovjet-Unie. Financieel kost het ons heel weinig, de Sovjets betalen bijna alles.' Russische delegaties komen vaak in de provincie Flevoland kijken hoe moderne landbouw in elkaar steekt. 'Flevoland biedt op landbouwgebied het beste ter wereld', zegt de adjunct-directeur trots. De Landbouw Hogeschool in Dronten ontwikkelt momenteel in samenwerking met Agrico een aardappelcursus voor Russische stagiaires.

Na een moeizaam begin zijn Wijnand Bok en zijn vrouw Mirjam van Diepen enigszins gewend aan hun nieuwe omgeving. Het grootste deel van hun dagelijkse voedsel hebben ze noodgedwongen uit Nederland moeten meenemen. 'De boeren in Dmitrov eten bij ontbijt, lunch en avondeten steeds hetzelfde: aardappelen, kool en vet vlees.'. Het boerengezin peinst er niet over zich permanent in de Sovjet-Unie te vestigen. Begin volgend jaar keren ze terug naar de Noordoostpolder. 'Het is een eenmalige, fantastische belevenis, maar een Nederlandse boer die zich daar permanent wil vestigen verklaar ik voor gek', zegt Mirjam van Diepen. Het gezin Bok wordt volgend jaar vervangen door een ander Nederlands boerengezin.