Madame Bovary als knarsend poppetje

Kun je medelijden hebben met een dorp? Als dat kan, zal ik het zeker hebben met het Normandische dorp Ry. Het is niet mooi, het is niet lelijk, het is saai. Wie Flauberts Madame Bovary heeft gelezen, weet dat. Ry heet in dat boek Yonville-l'Abbaye. Charles en Emma Bovary wonen er, Homais heeft er zijn apotheek, Leon Dupuis werkt er bij notaris Guillaum?in en eet er in De Gouden Leeuw.

Yonville ligt volgens Flaubert in het grensgebied tussen Normandie, Picardie en Ile-de-France, een streek zonder eigen aard, waar de taal verbasterd is en het land karakterloos en waar bovendien de slechtste kaas van het arondissement wordt gemaakt. Ook de beschrijving van het dorp zelf is niet erg vleiend. Toch heeft Ry er alles aan gedaan om te bewijzen dat het model heeft gestaan voor Yonville. De restaurants heten Bovary, het enige plein heet Gustave Flaubert en in een groen perkje staat een standbeeld van de schrijver. Men kan door het dorp, volgens Flaubert slechts een geweerschot lang, zelfs een literaire wandeling maken. De dubieuze eer het echte Yonville te zijn, dankt Ry aan deontstaansgeschiedenis van Madame Bovary. Het gegeven voor de roman ontleende Flaubert aan een krantebericht over Delphine Delamarre, de jonge vrouw van een plattelandsdokter in Ry. Zij pleegde zelfmoord na haar man bedrogen en geruineerd te hebben. De gelijkenis tussen het echte enhet fictieve dorp werd overigens pas in 1890, 34 jaar na de verschijning van Madame Bovary, bekend, toen de historicus George Dubosc er een artikel over publiceerde in 'Le Journal de Rouen'.

De middenstand van Ry liet toen weinig tijd meer verstrijken voor hij begon met het exploiteren van deze vondst. Wanneer het eerste cafe zijn naam veranderde weet ik niet, maar al voor de eeuwwisseling verschenen er ansichtkaarten van het huis van Delamarre, de apotheek van Jouanne, naar wie Homais geportretteerd zou zijn, en andere locaties uit de roman. Zelfs het dienstmeisje van Delphine Delamarre, dat pas in 1903 overleed, werd op een ansichtkaart zonder blikken of blozen het dienstmeisje van Emma Bovary genoemd. De toestroom van literaire pelgrims naar 'le pays de Madame Bovary', zoals de streek al snel heette, was kennelijk zo lucratief dat een ander dorp in de omgeving ook aanspraak begon te maken op de titel Het Echte Yonville. Nu is er niemand meer die Ry zijn rechten betwist. Ineen kamer in de Galerie Bovary, gevestigd in een zeventiende-eeuws gebouw aan het place Flaubert, liggen genoeg 'authentieke documenten': kranteberichten, fotokopieen van Flauberts aantekeningen, zijn plattegrond van Yonville en de plattegrond van Ry uit dezelfde tijd. Ook de apotheek van Jouanne/Homais is hier gereconstrueerd, met de authentieke kast waarin het arsenicum werd bewaard. Maar de trots van hetmuseum zijn de 300 poppen die beroemde passages uit de roman gestalte geven. Emma op het bal op La Vaubyessard, Emma en Rodolphe in het prieel, de rit in de koets, de dood van Charles. Uit de keuze van de passages spreekt een zekere voorkeur voor massascenes. Het bruiloftsmaal, het bal en het landbouwcongres, hoe meer poppen men heeft kunnen neerzetten, hoe beter.

De plastic popjes, telkens getooid met een ander pruikje, kunnen kleine bewegingen maken; het geknars van de mechaniekjes klinkt door de opgewekte muziek heen. Onder elk tafereel is een vergrote fotokopie van de desbetreffende passage uit Madame Bovary opgehangen. Engelse en Duitse vertalingen krijgt men van de beheerder. Bij de uitgang hangt eenlange lijst met de namen van alle mensen die aan de expositie hebben meegewerkt. Bijna iedereen is familie van de oprichter M. Burgaud: neven prutselden de decors in elkaar, nichten naaiden de japonnetjes, een oom schilderde de achtergronden. Op debovenverdieping van het museum is de band met Flaubert losgelaten. Het lijkt alsof de Burgauds zich daar pas echt hebben kunnen uitleven. Eskimo's, walvissen, Indianen en draken, allen met een harde grijns op hun gezicht, vullen de lage ruimte.

Emmy Bovarytrachtte de verveling met de liefde te verdrijven. De Burgauds kozen een ander middel. Hun huisvlijt leidde tot vondsten als gigantische kunststof bloemen met een spiegelreflexlamp als hart. Bij de trap die van de bovenverdieping meteen naar buiten leidt, staat er een grote bos van. Zelden werd de verveling uitbundiger overschreeuwd.