Intermenselijk gepruts

Jerry Barrish, cineast en beeldend kunstenaar, verklaart in ieder interview dat hij zich interesseert voor de relaties die mensen aangaan. In zijn debuut Dan's Motel (1982) vond hij een prachtige vorm voor die belangstelling. Hij verzamelde zijn, zeer ongewone, personages als gasten in een vervallen motel aan het strand en liet de kamers en de desolate omgeving hun verhalen ondersteunen. Barrish was niet bang voor macabere humor of surrealisme en creeerde een universum dat uitblonk door bijzonderheid.

Voor zijn derde film, Shuttlecock, nam hij wat dat betreft gas terug. Veel gas. Tragikomisch bedoeld realisme verving de magie van het surreele. Niet langer een stralend camerabeleid zoals voor Dan's Motel, maar onnodig trage bewegingen die in de montage hoekig werden afgesneden. De saai belichte en sloom gekadreerde beelden versterken dat gebrek aan brille. Shuttlecock gaat over gepruts tussen een man, drie vrouwen en een psychiater, dus Barrish' interesse voor menselijke relaties hield stand. De manier waarop hij die voor deze film verwerkte pakte even gewoontjes uit als zijn personages.

Een man en zijn vriendin betrekken tijdelijk een huis, weer aan een strand. Aan de ene kant woont een oudere zangeres die vooral observeert wat er gebeurt, aan de andere kant woont een gescheiden schilderes van tegen de veertig die zich zo alleen voelt dat ze geen jong stel kan zien zonder stinkjaloers te worden. Even lijkt het of ze een verhouding zal aanknopen met de nieuwe buurvrouw een striptease-danseres. Maar nee, ze valt gewoon voor de man een stand up comedian.

Het verhaal van hun, weinig uitzonderlijke, affaire becommentarieert Barrish met de kunstuitingen van het viertal. Nu eens begeleidt een melancholiek liedje van de ene buurvrouw het, dan een toepasselijke act van de buurman. Een abstract maar duidelijk wulps schilderij doet ook meermalen een duit in het zakje en zelfs een stukje naaktdans van de bedrogen buuv' kan dienst doen. Het voegt niets toe, doet gemaakt aan en bovendien is geen van de vier personages een werkelijk groot kunstenaar ook al prijzen ze elkaar de hemel in en ook al is Barrish zo te zien dik tevreden over hun prestaties.

En dan de psychiater. Die had de redding van deze film kunnen zijn, maar vooral door Barrish' houterige dialogen mislukt dat. Slaagt Barrish er al nauwelijks in ons mee te laten voelen met zijn constant over hun gevoelens kwebbelende personages, in zijn satire op de psychiatrische praktijk schiet hij te kort. De kijker begrijpt dat hier flink belachelijk wordt gemaakt, maar meevoelen kan hij dat niet. Laat staan dat hij erom kan lachen.