Golfcrisis steun voor energieplan Lubbers

ROTTERDAM, 15 aug. Premier Ruud Lubbers' onlangs in Dublin ontvouwde voorstel om de Sovjet-Unie in het kader van een 'Europese energiegemeenschap' te helpen haar olie- en gasexporten naar West-Europa op te voeren, blijft een serieus onderwerp van studie en discussie. Dat verzekerde gisteren een woordvoerder van de EG in Brussel.

Met zo'n energiegemeenschap inclusief de Sovjet-Unie zijn twee vliegen in een klap te slaan. Met behulp van de technologische en financiele steun van de EG zouden de Russen hun energie-export naar het Westen kunnen opvoeren in ruil voor harde valuta die zij dringend nodig hebben om hun economische hervormingsplan uit te voeren. Tegelijkertijd zouden daarmee de door de Arabische troebelen bedreigde energievoorziening van Midden- en West-Europa ook op de langere termijn worden veiliggesteld. Toen voorzitter Jacques Delors van de Europese Commissie Lubbers' suggestie vorige maand tijdens zijn bezoek in Moskou ter sprake bracht, volgde naar verluidt een positieve reactie. Volgens de EG-woordvoerder gaat de Europese Commissie nu bij de Westerse oliemaatschappijen na of zij willen deelnemen in een plan om de Sovjet-olie- en gasproduktie te verhogen. 'In het licht van de crisis in het Midden-Oosten zijn wij ons zeer bewust van de noodzaak om onze hulpbronnen te diversifieren', aldus een energiedeskundige van de Europese Commissie.

Een zegsman van Esso-Nederland bevestigt contacten met de EG over deze kwestie. 'Wij weten dat het voorstel van Lubbers in de EG zichtbaar aan het worden is', voegde hij daaraan toe. 'De situatie in het Midden-Oosten onderstreept slechts de noodzaak daartoe'. Hij wijst er overigens op dat het een lange-termijnkwestie zal worden, 'want ons bedrijf kent immers lange-termijnplanning'.

Een Shell-woordvoerder noemt het plan-Lubbers nog steeds 'interessant', maar beklemtoont dat het in eerste instantie is gericht aan het adres van 'de politiek', die het eerst moet uitwerken. Hij voegt er aan toe dat Shell al lange tijd vanuit een kantoor in Moskou uitkijkt naar mogelijkheden in de Sovjet-Unie. Tijdens een recent vraaggesprek met deze krant zei preisdent-directeur ir. L. C. van Wachem van de Shell dat zijn bedrijf met Moskou praat over een commerciele overeenkomst voor energiewinning. Eerder had Shell het laten afweten. 'Toen was men vooral geinteresseerd in het kopen van kennis en dat zijn wij nog niet', aldus Van Wachem.

Een zegsman van de Gasunie, die voor de helft eigendom is van Shell en Esso, meent: 'De huidige situatie in het Midden-Oosten betekent een extra stimulans om de energiemarkten zo spoedig mogelijk te varieren en naar de Sovjet-Unie te gaan'.

Niettemin blijft het een feit dat de Sovjet-olieproduktie, als 's lands voornaamste deviezenbron, bedenkelijk terugloopt. In het begin van de jaren tachtig werd de Sovjet-Unie met een dagproduktie van twaalf miljoen vaten 's werelds voornaamste olieproducent. Maar Leonid Abalkin, een van Gorbatsjovs naaste economische adviseurs, voorspelde onlangs dat de Sovjet olieproduktie dit jaar met 400.000 vaten per dag zal kelderen.

De nieuwsbrief 'Oil Market Listener' houdt zelfs rekening met een teruggang over 1990 van 1 miljoen vaten. De redenen zijn velerlei. Zo trekt de regering-Gorbatsjov er nu meer harde valuta voor uit om Westerse consumptiegoederen te kopen in een poging de bedreigde arbeidsvrede op het thuisfront te bewaren. Volgens het adviesbureau PlanEcon in Washington stegen de Sovjet-import van consumptiegoederen vorig jaar met niet minder dan 113 procent tot vijf miljard dollar.

Een andere factor van belang is dat verreweg het grootste deel van de Sovjet-bevolking en haar economie zijn geconcentreerd in de Westelijke, Europese regio, terwijl driekwart van 's lands energiebronnen zich in Siberie, Centraal-Azie en het Verre Oosten bevinden. Deze geografische kloof wordt voortdurend groter omdat de olie- en gasvoorraden in het relatief nabije West-Siberie en met name het gebied van Tjoemen geleidelijk uitgeput raken en de energie-industrie steeds meer naar het noorden, het oosten en naar open zee wordt gedreven op zoek naar nieuwe energiebronnen. Russische geologen noemen de olie- en gasvoorraden in het gebied van de Kaspische Zee, in de noordelijke Barendszee en in Oost-Siberie gigantisch. Gesproken wordt over miljarden tonnen. Maar de benodigde investeringen zijn ook gigantisch en voor een zeer gedeprimeerde economie als de Russische nauwelijks of niet meer op te brengen. Enkele bijkomende problemen: de Sovjet-raffinaderijen raken steeds meer verouderd en zijn niet bij machte te profiteren van de internationale technologische vooruitgang; verder wist de Sovjet-Unie de zogeheten 'energieconsumptie per eenheid bruto nationaal produkt' over de laatste twintig jaar slechts met 15 procent te beteugelen, tegen 71 procent in de Verenigde Staten en 78 procent in Japan. En dan is er natuurlijk nog de huidige politieke turbulentie en eist de falende perestrojka een zware tol. Waarschijnlijk was het geen toeval dat de daling van de olieproduktie sinds augustus 1988 samenviel met een grootscheepse maar falende poging tot reorganisatie van de energie-industrie. De regering in Moskou liet de gas- en olieministeries fuseren, ontsloeg vele administratieve werkers en eiste dat produktieassociaties en ondernemingen op autonome en zelf-financierende basis zouden opereren. De energie-industrie was helaas niet voorbereid op deze sprong in het duister en ook zoiets pleegt de produktie te teisteren.

'De situatie is wanhopig ernstig', erkende onderminister van olie Vladimir Zenkov eind vorig jaar. 'De meeste bedrijven zijn niet klaar voor verandering. Zij willen niet onafhankelijk opereren omdat zij dat niet kunnen'. Sovjet-autoriteiten hebben buitenlandse kapitalisten sinds 1988 herhaaldelijk aangemoedigd om 'joint ventures' te beginnen in de Russische energiesector. Maar het aantal van zulke noodzakelijkerwijs grote en kapitaalintensieve ondernemingen is tot nu toe op de vingers van een hand te tellen. Tot de remmende factoren behoren de onvoorspelbaarheid van de roebel-wisselkoersen, onzekerheid over de winstrepatriering van buitenlandse deelnemers, het teruglopen van Sovjet-kapitaalinvesteringen en onzekerheid over de mate van controle die de Sovjets buitenlandse belangen gunnen.

Een hoopvolle ontwikkeling voor het Westerse zakenleven was niettemin de aankondiging in Moskou op 9 januari jongstleden dat het Italiaanse staatsenergiebedrijf ENI een akkoord had gesloten om enkele Russische energie-industrieen van fabrieken en machines te voorzien. Verder zal ENI met Russische partners loodvrije benzine produceren en een keten van benzinestations in de Sovjet-Unie aanleggen. Niet lang daarna kreeg het Franse Elf Aquitaine een gebied van 40.000 vierkante kilometer bij de Wolga toegewezen voor het speuren naar olie. De Russen leverden de werkkracht en het transport, terwijl de Fransen zorgen voor technologie en verkoop. En op 16 aug. j.l. maakte Texaco melding van een akkoord met Moskou om haalbaarheidsstudies te beginnen in de noordelijke Timan-Pechora-regio waar de geschatte olievoorraden vijf miljard vaten belopen.

Zoals de Financial Times onlangs noteerde: 'Een energierijke en technologisch onderontwikkelde Sovjet-Unie grenst aan een energie-arm en technologisch geavanceerd Europa. Dat leidt tot een onmiskenbare en fundamentele economische aantrekkingskracht tot elkaar die over een langere periode alleen maar kan worden gefrustreerd door doelbewust isolationisme of een hoog niveau van onderlinge spanningen'. Daarvan is dezer dagen nauwelijks sprake meer.