Geen Japanse troepen naar de Golf, Tokio werkt aan steunplan

TOKIO, 16 aug. Op 5 augustus besloot Japan voor zijn doen heel doortastend tot een embargo tegen Irak. Sindsdien is het echter weer ouderwets stil in Tokio. Terwijl in de Verenigde Staten en Australie mariniers afscheid nemen van hun verloofdes wegens vertrek richting Golf houdt men zich in Japan vooral bezig met het opnemen van de schade van het historische embargo.

Die blijkt nogal mee te vallen. De benzineprijzen gaan nog niet omhoog, er dreigen geen tekorten en de energiebesparende maatregelen die zijn afgekondigd betreffen voorlopig alleen de airconditioning.

Moeizaam wordt nu gewerkt aan het formuleren van een Japans steunplan. Het uitzenden van troepen is uitgesloten. De Japanse grondwet verbiedt de zogenoemde 'zelfverdedigingsmacht' buiten het eigen grondgebied te opereren. Zelfs het sturen van medisch militair personeel stuit op grondwettelijke moeilijkheden.

Het verstrekken van financiele steun ligt het meest voor de hand, maar ook hieraan zitten haken en ogen. De Japanse grondwet verwerpt namelijk militaire dreiging als een middel om internationale conflicten op te lossen. Japan kan daarom alleen financieel bijspringen als het om een door de VN gecoordineerde actie gaat. Tokio heeft een prachtige kans om een diplomatieke glansrol te vervullen laten liggen. Tot eergisteren was de Japanse premier Toshiki Kaifu van plan vanaf vandaag een bezoek te brengen aan Saoedi-Arabie, Egypte, Turkije, Oman en Jordanie. De reis was al maanden geleden gepland en bedoeld om aantijgingen te ontzenuwen dat Japan alleen in tijden van nood aandacht schenkt aan haar leveranciers van brandstof.

Door de Iraakse bezetting van Koeweit kwam de voorgenomen reis in een heel ander daglicht te staan. Kaifu zou de eerste hoge bezoeker van de regio uit het Westerse kamp zijn geworden. Hoewel het rijtje landen op Kaifu's programma zich uitstekend leende voor een onderhandelingsmissie, deinsde het ministerie van buitenlandse zaken terug voor deze grootse taak. De reis was immers oorspronkelijk bedoeld als een beleefdheidsbezoek in de rustige zomermaanden voor het aanhalen van de vriendschapsbanden. En improvisatie is niet Japans sterkste punt. Kaifu besloot zijn minister van buitenlandse zaken, Taro Nakayama, in zijn plaats te sturen en zal zelf pas in oktober gaan.

De Australische premier Bob Hawke, die zijn mannen al op weg heeft gestuurd, verklaarde dinsdag dat hij vond dat Japan als belanghebbende ook bij moet springen bij de internationale troepenmacht die zich in de Golf aan het verzamelen is. Daarmee is weer dezelfde discussie ontketend die drie jaar geleden ook speelde toen Japan niet hielp bij het opruimen van mijnen in de Golf die ook wel de navelstreng van de Japanse economie wordt genoemd. Japan is immers veel afhankelijker van olie uit de Golf-streek dan de landen die mensen en materieel inzetten voor het bedwingen van de Golf-crisis. Het steekt des te meer omdat Japan een handelssurplus heeft met juist die landen die zich wel opofferingen getroosten. De ironie wil dat het de VS zijn geweest die Japan zijn 'vredesgrondwet' hebben gedicteerd. Nu hebben Japanners zich meester getoond in de kunst van de creatieve interpretatie, getuige de 'zelfverdedigingsmacht' die Japan er op na houdt, hoewel zijn grondwet het handhaven van een leger verbiedt. De bedoeling van de grondwet was Japan elk militair initiatief uit handen te nemen, maar nu blijkt dat de VS het initiatief uit handen hebben gegeven. Als Tokio wil is er een mouw aan de grondwet te passen, maar ze kan er ook altijd een passieve houding mee vergoeilijken.

Buitenlandse pressie kan echter helpen om Japans creativiteit te stimuleren. Uiteindelijk trok Japan ten tijde van de Golf-crisis van drie jaar geleden 25 miljoen gulden uit om een communicatiesysteem per satelliet op te stellen voor surveillance van schepen in de Golf.

In tegenstelling tot de VS leeft in Japan nog nauwelijks een gevoel dat er sprake is van een acute situatie. Dat zou kunnen veranderen als blijkt dat zes Japanners in Irak geen uitreisvisum krijgen en in gijzeling worden gehouden.