Ex-gijzelaars herdenken gefusilleerden

GOIRLE, 16 aug. In het bos van het landgoed De Rovert in Goirle heerst de stilte van een rouwkamer. Zelfs vogels laten zich niet horen. Vrouwen en mannen, van wie de oudste 96, schuifelen langs een steen die herinnert aan 15 augustus 1942. Toen werden op deze plek vijf gijzelaars uit de kampen Haaren en Sint-Michielsgestel door de Duitsers doodgeschoten. Het was een represaille voor een mislukte overval op een Duitse troepentrein in Rotterdam. De fusillade gebeurde ver weg van de bewoonde wereld. Op de plek staan vijf palen van rondhout. Aan soortgelijke palen werden de vijf vastgebonden voordat ze de kogel kregen. Elk jaar herdenken de oud-gijzelaars de vijf tegelijk met drie anderen, die op 16 oktober 1942 in de bossen van Woudenberg werden doodgeschoten.

Het gezelschap herdenkers slinkt met het jaar. Een van hen, dr. Herman van Run, bijzonder hoogleraar in de perswetenschappen aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam en zelf gijzelaar in Haaren, zegt: 'Het gevoel om wat er toen gebeurde, ebt niet weg, maar het getal wel. Als ik hier sta dan denk ik onverminderd sterk aan het weghalen van de gefusilleerden op de avond van 14 augustus. Ze waren bepakt en bezakt. Niemand van ons wist wat er met hen zou gebeuren. Gingen ze naar een strafkamp, werden ze misschien vrijgelaten? De volgende morgen was er op het sportveld van het kamp appel. Ik zie nog de glimmende Moffen. En achter elke boom of struik stond een gewapende soldaat alsof wij in staat waren iets te ondernemen. Ik hoor nog die stem die begon met 'auf Befehl des Generals der Flieger sind heute Morgen' en die daarna de vijf namen opsomde, waarbij me zijn uitspraak van de naam van Schimmelpenninck van der Oye nog altijd in de oren klinkt als was het gisteren. En het laatste woord was 'erschossen'. Dat klonk als een schot.' Behalve Schimmelpenninck werden in Goirle gefusilleerd Robert Baelde, jurist uit Rotterdam, Christoffel Bennekers, Rotterdams inspecteur van politie, Otto graaf Van Limburg Stirum, officier van justitie in Arnhem en de Rotterdamse reder Willem Ruys. In Woudenberg ging het om Jan Haantjes, wethouder van Enschede en oud-vakbondsman, Jacob van der Kerkhoff, vakbondsbestuurder te Zwolle en Hein Vrind, advocaat uit Almelo.

Een dag of veertien voor de fusillade hadden de Duitsers van tussen de 50 en 80 gijzelaars in beide kampen foto's genomen, naar later bleek om de te fusilleren mensen te kunnen selecteren. Secretaris Th. Peet van de stichting gijzelaars Beekvliet (de naam van het seminarie in Sint-Michielsgestel, waar een van de twee kampen was) en Haaren: 'Ook van mij werd er een foto gemaakt. Ik vraag me nu nog steeds af waarom die anderen en ik niet.' Na de herdenking loopt een van de oud-gijzelaars over de stoffige weg het bos uit. Het is ir. A. van Liempt: 'Wij gijzelaars onder elkaar vinden deze jaarlijkse herdenking belangrijk. Maar toen we na de oorlog hoorden welke vreselijkheden er waren gebeurd in de vernietigingskampen, werd wat wij meemaakten geheel overspoeld. We hadden het zo slecht niet. We kregen paketten van buiten. We waren een beetje verwend. Daarom moeten we onze belevenissen vooral niet opblazen.'