En ze besteedden nog lang en gelukkig

Weg met de horror en de soft sex-tienerkomedie, die zijn uit de mode. Het sprookje mag, nee, moet weer in Hollywood, in al zijn naiviteit, met de haveloze kansarme als het gebruikelijke uitgangspunt en als doel een welgemeend 'en ze leefden nog lang en gelukkig'. Pretty Woman, sinds enkele weken hier in de bioscopen te zien, zette de toon van die trend en demonstreerde direct de eigentijdse wijziging van het genre. Alles bleef bij het oude afgezien van een element: niemand windt er meer doekjes om dat alleen geld gelukkig kan maken. Niet langer wordt in Pretty Woman de prinses in spe aan het slot van haar avonturen voor de doorstane ellende beloond met de rijkdom van haar prins, ze kan al meteen met zijn credit card haar slag slaan en kleren gaan kopen bij dure winkels. En wie Joe Versus the Volcano ziet, weet dat Domme Hans zijn onvermoede schranderheid nog steeds moet uitbuiten om een vrouw te veroveren, maar dan dient het fortuin van haar vader wel al meteen tot zijn beschikking te zijn, anders begint hij niet eens aan deze onderneming.

Joe Versus the Volcano werd geschreven en geregisseerd door John Patrick Shanley, die sinds zijn scenario voor Moonstruck wordt beschouwd als een wonderkind: een groot commercieel succes en Oscars voor twee actrices en voor Shanley zelf. Moonstruck, ook een modern sprookje, zwabberde vervaarlijk topzwaar heen en weer door alle romantiek zonder diepgang, Volcano vervliegt door dat manco waar je bij staat.

Het vertelt een ongecompliceerd droomverhaal, over een hopeloze hypochonder, Joe, die door grotesk toeval zichzelf terugvindt en daar ook nog de ware Jacoba aan overhoudt. Na de zoveelste film met de komiek Tom Hanks in de hoofdrol rijst nu de vraag of hij wel zo'n groot acteur is, dat we hem telkens opnieuw willen zien, maar werkelijk storen doet hij nog niet. Daarbij bevat de film aardige elementen, zoals het spel van Meg Ryan als de drie vrouwen van Joe's leven of de ingenieuze, geestige art direction van Tom Duffield die werkelijk het verhaal meevertelt.

Terwijl uit verschillende aanzetten kan worden opgemaakt dat hij iets substantieels kwijt wil, lijkt Shanley niet te kunnen besluiten wat dat dan is. Hij mompelt iets over de moderne eenzaamheid, hij prevelt iets over zusterliefde, hij hakkelt wat over 'geloof in jezelf'. Te verstaan is hij niet, want hij overschreeuwt zichzelf zodra het te 'moeilijk' dreigt te worden. Dan gooit hij er maar een volk halfnaakte wilden in raffia en veren tegenaan, zoals ze sinds de jaren dertig niet meer werden afgebeeld.