Decreet Gorbatsjov betreft ook Brodski en Solzjenitsyn

MOSKOU, 16 aug. Op het decreet van Sovjet-president Gorbatsjov, waarmee alle Sovjet-burgers die tussen 1966 en 1988 hun staatsburgerschap zijn kwijtgeraakt worden gerehabiliteerd en hun nationaliteit terugkrijgen, zijn geen uitzonderingen gemaakt. Het geldt dus ook voor de schrijver Aleksandr Solzjenitsyn. Dat heeft gisteren in Moskou een woordvoerder van het ministerie van buitenlandse zaken gezegd.

Volgens het persbureau TASS worden in Gorbatsjovs decreet alle decreten van het presidium van de Opperste Sovjet geannuleerd waarin tussen 1966 en 1988 'personen die op het ogenblik in het buitenland wonen' hun staatsburgerschap is afgenomen. In het decreet worden geen namen genoemd en dus ook geen uitzonderingen gemaakt. Volgens woordvoerder Gremitskich betreft het 'een tamelijk groot aantal mensen'. Later gisteren verluidde in Moskou dat in totaal iets minder dan duizend voormalige Sovjet-burgers hun staatsburgerschap terugkrijgen. In grote meerderheid gaat het om mensen die om politieke redenen tijdens een reis naar het buitenland te horen hebben gekregen dat ze in de Sovjet-Unie niet meer welkom zijn of om dissidenten die naar het buitenland zijn verbannen.

Eerder dit jaar heeft Gorbatsjov in enkele individuele gevallen de oorspronkelijke beslissingen van het presidium van de Opperste Sovjet teruggedraaid. Zo kregen de cellist Mstislav Rostropovitsj en zijn vrouw, de zangeres Galina Visjnevskaja, de schrijvers Vladimir Maksimov en Aleksandr Zinovjev in mei en juni hun Sovjet-staatsburgerschap terug. In mei vorig jaar kreeg de filmregisseur Joeri Ljoebimov zijn staatsburgerschap terug. Hij is in december naar Moskou teruggekeerd en leidt daar het Taganka-theater.

Onder de ballingen die van het decreet van gisteren profiteren zijn twee Nobelprijswinnaars voor literatuur, Aleksandr Solzjenitsyn en Jozef Brodski, en verder mensen als de schilder Oskar Rabin, de schaker Viktor Kortsjnoj, de schrijvers Lev Kopelev, Viktor Kovalenko en Vladimir Vojnovitsj, de Letse dissident Gunnar Rode en de jurist en mensenrechtenactivist Valeri Tsjalidze. Voor anderen komt het eerherstel te laat: behalve Ljoebimov zijn ook de schrijver Valeri Tarsis (in 1966 de eerste dissident die naar het buitenland werd verbannen), de generaal Pjotr Grigorenko en de dichter Aleksandr Galitsj inmiddels in ballingschap overleden.

Een aantal betrokkenen, zoals de in Zwitserland wonende Kortsjnoj, heeft inmiddels laten weten geen terugkeer naar de Sovjet-Unie te overwegen. De in de Amerikaanse staat Vermont wonende Solzjenitsyn acht het decreet niet op zichzelf van toepassing. Zijn vrouw Natalja liet gisteren weten dat er in het geval van haar man sprake is van twee maatregelen: de eerste maatregel had betrekking op zijn gedwongen vertrek uit de Sovjet-Unie, de tweede op de intrekking van zijn staatsburgerschap. Aangezien over de eerste maatregel en over de beschuldigingen van landverraad niets wordt gezegd, 'heeft het decreet geen betrekking op Solzjenitsyn', zo zei gisteren zijn vrouw. Solzjenitsyn is sinds zijn gedwongen vertrek uit de Sovjet-Unie statenloos: hij heeft nooit de Amerikaanse nationaliteit aangevraagd. Het laatste besluit waarin een dissident zijn Sovjet-nationaliteit verloor dateert van juli 1988 en is door Gorbatsjov zelf ondertekend. Het ging toen om de Armeense nationalist Paroeir Hairikian. Hij woont in Frankrijk. In mei werd hij in absentia in het Armeense parlement gekozen. Tijdens de zittingen wordt Hairikian symbolisch 'vertegenwoordigd' door zijn foto. (Reuter, AFP, UPI)