De lessen van 1973, 1979 en 1990

In 1973 hebben we de les geleerd dat we niet langer mochten rekenen op voldoende hoeveelheden goedkope olie. In 1979 werden we aan die les herinnerd. We zijn nu aangeland in het eerste stadium van les drie, en onze afhankelijkheid is in feite net zo groot als op het moment dat die twee eerdere gebeurtenissen een dramatisch samenspel van recessie en inflatie veroorzaakten die de droom van miljoenen Amerikaanse families aan duigen sloeg.

Het is niet overdreven te stellen dat we de zeventien jaar hebben verspild die zijn verstreken sinds de olieprijzen tot het viervoudige zijn gestegen, of de elf jaar sinds het begin van de oorlog tussen Iran en Irak, die de prijzen in minder dan een jaar verdubbelde.

De harde waarheid waarvan president Bush goed is doordrongen en waarvan de Arabische olieleveranciers des te beter op de hoogte zijn, is dat we op dit moment geen effectieve nationale energiepolitiek hebben en ons evenmin de verplichting hebben opgelegd zo'n politiek aan te nemen.

Geen enkel plan zal de Verenigde Staten kunnen bevrijden van een sterke afhankelijkheid van geimporteerde olie. Wij kunnen ons net zo min afzonderen van de grillen van de internationale oliemarkt als we dat kunnen van de nukken van andere sectoren van een steeds sterker vervlochten wereldeconomie. We kunnen echter, met enig vooruitdenken en enige creativiteit, onze capaciteit om toekomstige crises het hoofd te bieden, belangrijk vergroten.

Maar we moeten het zelf doen, voor onszelf. Niemand en niets, inclusief de vrije markt, zullen dat voor ons doen, zoals de gebeurtenissen in de afgelopen tien jaar overvloedig hebben gedemonstreerd.

We hebben, het is waar, tegen het einde van de jaren zeventig enkele maatregelen genomen die zuiniger auto's en geisoleerde huizen verplicht stelden en waarmee verspilling van elektrische energie werd ontmoedigd. We hebben een strategische oliereserve gekweekt, die nu zo'n 590 miljoen vaten olie bevat, het equivalent van tachtig dagen import. Deze beperkte hoeveelheid heeft de olieprijzen onder druk helpen houden, maar zij heeft onze kortzichtigheid onderstreept.

Een energiebesparingsbeleid, dat ik altijd heb beschouwd als de basis van een werkbaar plan en dat in andere geindustrialiseerde landen het middelpunt vormt van de nationale politiek en van de bewustwording van de publieke opinie, is in de Verenigde Staten te laat gemeengoed geworden.

Een belasting op geimporteerde olie, die zuinigheid zou hebben gepropageerd, het regeringstekort zou hebben verminderd, de binnenlandse produktie zou hebben gestimuleerd en de import zou hebben ontmoedigd, werd politiek al 'afgeschoten' nog voordat zij van de grond kwam.

De binnenlandse produktie, die enige mate van prijsstabiliteit, behoedzame steun van regeringszijde en een actief, op het compromis gericht beleid vergt, is nu aanzienlijk geringer dan zij zou moeten zijn. Aan het begin van dit decennium waren meer dan 4.000 olieboorinstallaties in bedrijf, afgelopen week waren het er minder dan 1.000. Op dit moment importeren we de helft van de olie die we verbruiken. Niet alleen zijn we nu niet beter af dan tien jaar geleden waar het gaat om het opvangen van een ontwrichte oliebevoorrading, we staan er in vergelijking met onze concurrenten economisch nog veel slechter voor. Weinigen zijn zich bewust van de problemen die zich voordoen bij het ontwerpen van een bruikbare energiepolitiek voor een land dat zo groot en complex is als het onze, vooral in een jaar als 1977, toen er voldoende olieleveranties waren en velen beweerden dat er in de afzienbare toekomst geen crisis was te verwachten. Sommige problemen waren het gevolg van de pogingen te veel in te korte tijd te willen bewerkstelligen, andere van het gebrek aan begrip van de wisselwerking van de complexe belangen.

We zullen opnieuw worden geconfronteerd met de noodzaak op korte termijn een economisch en politiek offer te brengen voor een veel groter voordeel op lange termijn. We hebben de keus: we aanvaarden de vele redenen om niets te doen, of we onderzoeken hoe we het wel kunnen klaarspelen. Welke keuze we maken zal afhangen van de vraag of we uit les drie meer lering hebben getrokken dan uit de eerste twee lessen.

Enkele citaten uit een beschouwing van Jimmy Carter, voormalig president van de Verenigde Staten, in The Washington Post van 13 augustus.