De Arabische wereld heeft een stalen geheugen

Toen koning Hussein van Jordanie afgelopen zondag een groep onderdanen in audientie ontving, kregen zij het verzoek hem met de titel 'sharif' aan te spreken. De aanwezigen begrepen onmiddellijk wat de koning bedoelde: 's konings overgrootvader en naamgenoot, de sharif van Mekka, had 74 jaar geleden met een oorlogsverklaring aan de Ottomaanse Turken de Arabische onafhankelijkheid uitgeroepen. Hij en zijn zoons kregen echter na afloop van de Eerste Wereldoorlog, in plaats van het door de Britten toegezegde verenigde Arabische koninkrijk, slechts verdeelde stukjes Arabie toebedeeld.

Voor vader Sharif Hussein en zijn zonen, die zich trots Hashemieten noemden om aan te geven dat zij directe familie waren van de profeet Mohammed, was het verdere verloop van de geschiedenis niet minder teleurstellend. Een zoon van de sharif van Mekka, emir Faisal ibn Hussein, werd in maart 1920 door de Arabische nationalisten tot koning uitgeroepen van Groot-Syrie (waaronder Libanon en Palestina vielen). Maar al drie maanden later werd hij door Franse troepen verjaagd, nadat Frankrijk van de toenmalige Verenigde Naties, de Volkenbond, het mandaat over geheel Syrie had toegewezen gekregen. Weliswaar werd de verjaagde emir Faisal in 1921 door de Britten schadeloos gesteld toen hij koning mocht worden van Irak, maar de pijn en de verbittering over het verlies van Groot-Syrie bleven en groeiden met de tijd.

De zwaarste ramp trof de Hashemieten echter in de jaren 1925 en 1926, toen zij de Hedjaz verloren, het grondgebied waar sharif Hussein de Arabische opstand tegen de Turken was begonnen, en verjaagd werden uit de heilige stad Mekka die zij sinds de elfde eeuw hadden bestuurd. De man die sharif Hussein verstootte en de heilige steden Mekka en Medina veroverde, was niemand minder dan Ibn Saud, de stichter van het naar zijn familie genoemde Saoedi-Arabie. Deze Ibn Saud was in 1901 uit Koeweit, waar zijn familie al lange tijd als ballingen leefde, aan een grootscheepse veroveringstocht begonnen met een serie overvallen op naburige sjeiks overvallen die vaak even verraderlijk als succesvol waren. Uiteindelijk slaagde Ibn Saud erin het grootste deel van het Arabische Schiereiland onder zijn leiding samen te voegen. Hij zou met zijn veroveringen zijn doorgegaan als de Engelsen hem niet militair met een serie bombardementen en financieel met de toezegging van een jaarlijkse toelage hadden ingeperkt. Intussen was Ibn Saud er wel in geslaagd een groot Arabisch koninkrijk te stichten.

Zijn oude vijand daarentegen, de uit Mekka verdreven sharif Hussein, eindigde zijn leven als balling. Een van zijn zoons, emir Abdallah ibn-Hussein, kreeg in maart 1921 als troostprijs van de Britten een stuk van het toenmalige Palestina toebedeeld het emiraat Trans-Jordanie, dat Winston Churchill, de toenmalige Britse minister van kolonien, volgens zijn eigen zeggen 'op een achternamiddag met een pennestreek had geschapen'.

Joods Tehuis

De stichting van het emiraat Trans-Jordanie loste veel problemen op. Emir Abullah beloofde dat hij zijn troepen niet naar Damascus zou laten opmarcheren om de onttroning van zijn broer Faisal te wreken en de Fransen te verjagen. Bovendien werd met de stichting van het emiraat Trans-Jordanie meteen ook het door de Britten aan de zionisten beloofde 'Joods Nationaal Tehuis' in Palestina een heel stuk kleiner, waarmee Londen de Arabieren tevreden dacht te stellen. De vestiging van joden in het nieuwe emiraat werd dan ook door de mandaatsmacht Engeland uitdrukkelijk verboden. De Arabische wereld ten oosten van Egypte was definitief opgedeeld zo leek het tenminste maar de idee van Arabische eenheid en souvereiniteit bleef bestaan.

Koning Hussein van Jordanie, de kleinzoon van Abdullah, heeft die geschiedenis nooit vergeten. Het Saoedische koningshuis, de vijanden van eertijds, evenmin. In de Arabische wereld vergeet men nooit en te nimmer ook niet na honderden jaren. Nergens zijn de begrippen stamboom en afstamming zo belangrijk. Daarom blijft een ieder wat hij oorspronkelijk was of waarvan hij stamt. Vandaar dat de vijandschap tussen beide vorstenhuizen bleef bestaan. Pas toen zij beide in de jaren zestig werden bedreigd door een nieuwe vorm van Arabisch nationalisme, dat tevens het socialisme predikte, verbonden de Hashemieten zich met de Saoediers. Maar vrienden werden zij niet.

De oude gevoeligheden zijn dezer dagen door de stormachtige ontwikkelingen rondom Irak en Koeweit weer naar boven gedreven. Koning Fahd van Saoedi-Arabie heeft al in niet mis te verstane bewoordingen via zijn ambassadeur in Washington gewag gemaakt van 'de diepe teleurstelling, het verdriet en de desillusie' in Saoedi-Arabie over het recente gedrag van koning Hussein van Jordanie. Voordien had de Amerikaanse president al laten weten hoe teleurgesteld hij was over het grote begrip dat koning Hussein had getoond voor Saddam Husseins invasie van Koeweit. En in Londen, waar 'de kleine en dappere koning' een geziene gast was van premier Thatcher, toonde men zich geschokt.

Trouwe bondgenoot

Het is vreemd dat iedereen zo verbaasd was of deed. Koning Hussein is, in navolging van zijn grootvader Abdullah, altijd een trouwe bondgenoot van het Westen geweest omdat hij van het Westen, dat hem bescherming en financiele ondersteuning bood, afhankelijk was. Ook nu weer ligt er in de EG een voorstel van de Westduitse minister van buitenlandse zaken Genscher om koning Hussein in zijn huidige financiele problemen extra hulp te bieden. Koning Hussein en zijn grootvader, Abdullah, zijn om dezelfde redenen bijna altijd een betrouwbare buurman geweest van het militair veel sterkere Israel. Want Israel bood indien nodig bescherming tegen de al te opdringerige Arabische buren of tegen Palestijnse onderdanen die wat al te roerig werden. De geheime contacten en afspraken met Israel, die in Jeruzalem algemeen bekend waren en in Amman met klem werden ontkend, hadden als belangrijkste doel de dialoog met de vijand nimmer af te breken en hem zo minder gevaarlijk te maken.

Over het algemeen was deze op noodzaak gebaseerde politiek van een klein, arm en onmachtig land zeer succesvol. Nog meer dan zijn grootvader Abdullah slaagde Hussein erin zich het image aan te meten van een uiterst redelijk en gematigd Westers denkend man. Omdat Hussein zich aan het Westen anders presenteerde dan aan zijn Arabische vrienden en omdat de Palestijnen, die zijn legitimiteit betwistten, hem plachten af te schilderen als een lakei van het Westen zonder enig gevoel voor het arabisme, geloofde men in het Westen dat de Jordaanse koning een man was die, indien nodig, altijd ten behoeve van Westerse belangen ingezet kon worden. Men geloofde dat te meer omdat de eeuwig in geldnood zittende koning zich door Westerse geheime diensten liet betalen; hij stond onder meer op de loonlijst van de CIA. Men weigerde in te zien dat hij daarnaast een Arabisch nationalist is die zich aan zijn afstamming en aan de geschiedenis van zijn clan verplicht voelt zich voor de Arabische zaak in te zetten.

Wraak

De Arabische wereld zit vol met historische onrechtvaardigheden waarvan zo velen zich het slachtoffer voelen. Op grond van een glorieus verleden en in naam van een niet minder glorieuze toekomst proberen zij het onrecht recht te zetten waardoor zij het heden vergeten. Koning Hussein voelt zich, evenals zijn Arabische vijanden de Palestijnen door de geschiedenis te kort gedaan. De wraak op het verleden en de hoop op een betere toekomst brengen hen ertoe om met elkaar of met anderen gelegenheidsbondgenootschappen te sluiten, die indien gewenst morgen door andere bondgenootschappen kunnen worden ingewisseld. Het past in de tribale cultuur die nog steeds de politieke verhoudingen in het Midden-Oosten bepaalt. Krachtens die traditie is de macht voor diegene die de wil heeft om de macht te grijpen en het doorzettingsvermogen om, desnoods met alle middelen, aan de macht te blijven. De machthebber geeft overvloedige geschenken aan zijn volgelingen en straft tegenspraak of tegenstand onmiddellijk zeer zwaar af. Wie daartoe niet bereid of in staat is, is een verloren man. Zo hebben alle moderne Arabische leiders zich gehandhaafd of ze nu presidenten of koningen zijn. Wat dat betreft, is er geen verschil tussen koning Hussein en Hafez al-Assad, tussen Saddam Hussein, Yasser Arafat en koning Hassan van Marokko. Zij worden in hun absolute macht door schijnparlementen, pseudo-opponenten en 'positief reagerende', dat wil zeggen slaafse media gesteund, waardoor zij net zo lang hun gang kunnen gaan tot zij door machten van buiten worden tegengehouden. Daarom kunnen zij vandaag elkaars broeders, morgen elkaars vijanden en overmorgen weer elkaars broeders zijn. Want binnen de tribale traditie, waarin zij opereren, zijn verdragen en grenzen even tijdelijk als vriendschappen. Daarom kon Saddam Husssein begin februari openlijk 'het zusterlijke Koeweit' prijzen, een paar maanden later deze 'zionistisch-imperialistische agent' overvallen, enkele dagen na die inval proclameren dat Koeweit altijd al onderdeel geweest was van Irak, en tenslotte weer een paar dagen later te kennen geven dat er over het bezit van Koeweit te onderhandelen viel.

Daarom kon Saddam gisteren nog proberen zijn nabuur Iran uit te roeien en probeert hij vandaag om, samen met datzelfde Iran, hun gemeenschappelijke vijanden Amerika, Saoedi-Arabie en Israel, te bestrijden. Hij heeft gewoon de ene krijgstocht door een andere vervangen, luidkeels toegejuicht door hen die op straffe des doods moeten juichen of die in hem een nuttig werktuig zien. Daarom kan de Syrische president Hafez al-Assad even ongestoord, samen met de Amerikanen, ten strijde trekken om zijn vijand Saddam een kopje kleiner te maken. Samen met de Amerikanen, voor wie hij precies dezelfde gevoelens van vijandschap koestert als Saddam Hussein. Daarom kon Yasser Arafat, de leider van de PLO, een paar jaar geleden zich verbinden met 'het Egypte van Camp David', dat hij met alle middelen had bestreden. Daarom kon hij begin dit jaar, toen deze vriendschap niet snel genoeg de verwachte resultaten opleverde, datzelfde Egypte inwisselen voor het Irak van Saddam Hussein. En daarom kan hij nu, in naam van de Arabische geschiedenis, de Arabische eenheid en de Arabische gerechtigheid, goedkeuren dat het Arabische land Koeweit veroverd en geplunderd wordt.

Held

Als Saddam Hussein zijn huidige strijd verliest, zal op hem en op zijn nieuwe bondgenoot Arafat het Arabische spreekwoord van toepassing zijn: 'Het uitglijden van een briljant persoon is duizend dodelijke fouten waard.'

Maar als Saddam wint, dan heeft ook Arafat gelijk gehad. Dan heeft opnieuw de Held, de macho, de Leider de overhand gekregen. Dan heeft opnieuw de Arabische eer het gewonnen van de Arabische schaamte.

Eindigde niet Ibn Saud, de Arabische veroveraar van 70 jaar geleden, als een alom geeerd en geprezen vorst? En worden thans niet zijn nazaten, die de vruchten van zijn veroveringen genieten, door een groot deel van de wereld inclusief de Egyptenaren die 25 jaar geleden de Saoediers naar het leven stonden met inzet van alle middelen beschermd?