Begin zag de toekomst scherp

Menahem Begin moet in deze dagen van hoogspanning in het Midden-Oosten wel een tevreden man zijn. Zelfs zijn politieke tegenstanders nemen nu hun hoed af voor zijn in 1981 genomen profetisch besluit de Iraakse kernreactor bij Bagdad door de Israelische luchtmacht te laten platleggen. Jammer dat Begin zich niet meer in de openbaarheid vertoont, maar zich in een zichzelf opgelegd kluizenaarsbestaan kastijdt voor zijn verantwoordelijkheid voor de dood van tegen de zevenhonderd soldaten in de anti-Palestijnse Libanese oorlog. In beide gevallen werd Begin gedreven door een in de Holocaust gescherpt instinct om joods leven tegen vernietigende haat te beschermen. Met betrekkelijke zekerheid kan worden gezegd dat de Iraakse president Saddam Hussein over het atoomwapen zou beschikken indien zijn Israelische tegenspeler geen gewelddadige streep zou hebben gezet door zijn nucleaire ambities. Het conflict in de Golf zou de potentie van een monsterachtige explosie hebben indien Begin niet de moed en het inzicht zou hebben gehad het ambitieuze Iraakse atoomprogramma naar het nulpunt te bombarderen. Zelfs socialisten vergeven Begin nu dat hij de Israelische luchtmacht kort voor de algemene verkiezingen op Bagdad losliet en daardoor een nieuwe Likud-verkiezingszege op de Arbeiderspartij tegen alle opiniepeilingen in veilig stelde.

Nog opmerkelijker was dat Begin kort na een topgesprek met zijn Egyptische vredesvriend president Anwar Sadat in Sjarm-El-Sheich het sein gaf voor de aanval op de Iraakse kernreactor. In mijn geheugen staat nog heel scherp het beeld gegrift van beide leiders die onder een grote parasol in een schitterend woestijnlandschap alleen tegenover elkaar zaten. Zou Begin toen met Sadat over het Iraakse atoomgevaar voor de nieuwe ordening van het politieke krachtenveld in het Midden-Oosten hebben gesproken? Deze vraag lijkt gedoemd onbeantwoord te blijven. Erg aannemelijk is het echter niet dat Begin zo'n groot geheim met een vreemde zou bespreken. Maar moest hij dan de gevolgen van de Israelische agressie tegen Irak voor de nog verse Israelisch-Egyptische vrede niet in de strategische weegschaal leggen? Misschien heeft Begin op de rots in de Sinai-woestijn in vage termen over de nucleaire ambities van president Saddam Hussein met president Sadat gesproken en 'begrepen' dat Egypte daarover dezelfde mening had.

Het is in ieder geval opmerkelijk dat de Israelisch-Egyptische vrede de vernietiging van de Iraakse kernreactor zonder te veel gekraak heeft geabsorbeerd. De verslechtering van de relaties tussen beide landen begon pas een jaar later toen Israelische troepen Libanon binnenrolden. De onderkoeling van de vrede die daarvan het gevolg was, is zelfs door de eind 1987 uitgebroken intifadah niet uit het lood geslagen. Voor Kairo en Jeruzalem waren en zijn de strategische implicaties van de door Amerikaanse bemiddeling bereikte vrede belangrijker dan de emoties.

In 1981 confronteerde Israel Irak alleen. Negen jaar later stelt Egypte zich actief naast de VS op Saoedi-Arabische bodem tegen Irak op, met Israel (nog) aan de zijlijn van het conflict in de Golf. Dit door de VS gedirigeerde militaire machtsvertoon tegen Irak is, evenals Israels bombardement van de Iraakse kernreactor, een strategische variant van de Israelisch-Egyptische vrede die beide landen onder dezelfde strategische Amerikaanse noemer bracht tegen mogelijke Sovjet-penetratie in het olierijke Midden-Oosten.

De beeindiging van de Koude Oorlog heeft de Israelische rol in de Amerikaanse strategie in het Midden-Oosten sterk naar de achtergrond gedrongen. Nu Irak en niet de Sovjet-Unie de grote boosdoener is, heeft de Amerikaanse president Bush Israel praktisch buitenspel gezet. Het Israelisch-Arabisch geschil heeft nog een te hoog emotioneel gehalte om de joodse staat te betrekken bij een door de VS geleide anti-Iraakse Arabische coalitie. Dat is precies de reden waarom president Saddam Hussein met dreigementen en handig geformuleerde vredesvoorstellen verbaal althans de indruk wekt Israel in het conflict in de Golf te willen trekken.

Egypte, Marokko en zelfs Syrie staan reeds zo duidelijk aan de Amerikaanse kant tegen Irak dat het moment niet ver weg ligt waarop het camouflagenet over de Amerikaans-Israelische strategische samenwerking kan worden weggenomen. Dat kan gebeuren als de Iraakse leider de door Israel ten aanzien van Jordanie gestelde 'rode lijnen' vertrapt. Voor Israel is het stationeren van Iraakse troepen, raketten of vliegtuigen op Jordaanse bodem een casus belli. Vrijwel iedere dag wordt dit door de leiders van Israel in steeds krachtiger termen gezegd.

Maar ook omverwerping van de Hasjemitische troon door een pro-Iraakse paleisrevolutie kan tot een snelle Israelische militaire interventie in Jordanie leiden. Al dagen wordt in Jeruzalem betoogd dat koning Hussein zijn politiek evenwichtsgevoel kwijt is door de pro-Iraakse sentimenten onder vooral de Palestijnse bevolking in zijn koninkrijk de vrije loop te laten en zelfs tienduizenden jonge Jordaniers in de gelegenheid te stellen zich als vrijwilligers voor Irak op te geven.

Of koning Hussein na zijn bezoek aan de in hem sterk teleurgestelde president Bush de klok nog kan terugdraaien zonder zijn troon in gevaar te brengen, wordt in Israel betwijfeld. Met meer dan een been is hij al over de Iraakse Rubicon. Het al dan niet openhouden van de haven Aqaba voor de bevoorrading van Irak zal van grote invloed zijn op Husseins lot. Als hij met de VS gemene zaak maakt tegen Irak, komt de dag van de Jordaanse Bastille snel naderbij. Keuze voor Irak vervreemdt hem van zijn natuurlijke beschermers en stelt Jordanie bloot aan een mogelijke preventieve Israelische interventie.

Wegens de weerslag van de Iraakse overval op Koeweit op de inter-Arabische verhoudingen en het Israelisch-Palestijns-Jordaanse conflict heeft president Saddam Hussein grote vraagtekens geplaatst achter het voortbestaan van Jordanie als een Hasjemitisch koninkrijk.

De gedachte van Likuds sterke man Ariel Sharon om de Palestijnse politieke aspiraties niet in de door Israel bezette gebieden maar in Jordanie te doen realiseren, zou eerder werkelijkheid kunnen worden dan hij had kunnen dromen.