Vloot lege supertankers dobbert voor Golf

ROTTERDAM, 15 aug. Een vloot van zeventien gigantische, lege olietankers ligt momenteel werkeloos in de monding van de Golf ten zuiden van de Straat van Hormuz te dobberen, vergeefs wachtend op lading die er wel is maar niet mag worden ingenomen.

De eigenaren, Noorse, Finse, Japanse, Griekse en Britse reders, krijgen als gevolg van de boycot van Iraakse en Koeweitse olie forse financiele klappen. Een very large crude carrier of een ultra large crude carrier die stil ligt, kost al gauw 6.000 dollar per dag, zegt de Londense scheepsmakelaar E. Gibson.

Maar het verlies is veel groter. De vrachttarieven voor het olievervoer varieren van 12.000 tot 40.000 dollar per dag. Ook zonder die inkomsten moet de reder zijn kapitaalslasten en alle andere vaste kosten gewoon doorbetalen. Het stilleggen biedt enige kostenbesparing op personeel, brandstof en verzekeringspremie. De prijs voor bunkerolie (brandstof) is evenredig met de prijs voor ruwe olie gestegen: van 80 tot 130 dollar per ton. Gibson: 'De reders hebben een paar goede jaren achter de rug, maar vooral de eigenaren die zwaar bij de bank in het krijt staan lijden nu flink pijn. Het is een traumatische periode voor ze. Sommigen hebben leningen tot 60 miljoen dollar afgesloten. Het kan niet lang duren of de schepen worden tijdelijk opgelegd. Dan blijft alleen de kapitein met een paar mensen aan boord en wordt de rest van de bemanning naar huis gestuurd.' Een collega van Gibson, werkzaam bij concurrent Clarkson, wil, als we zijn naam niet, noemen wel voorspellen dat deze semi-mottenballenvloot tegen eind augustus zal aangroeien tot zeker 50 schepen, met een totale capaciteit van 15 tot 20 miljoen ton. 'Voor een groot deel betreft het tankers die speciaal voor de olie uit de Golf zijn gebouwd en die behalve naar bestemmingen in West-Afrika eigenlijk nergens anders heen kunnen. De reders hopen op dat Saoedi-Arabie, de Emiraten en Iran binnenkort extra olie gaan produceren. Maar het wachten is nu op een besluit van de OPEC om het verlies van de olie uit Irak en Koeweit te compenseren.'

De vermindering van transportopdrachten voor olietankers houdt ongeveer gelijke tred met de terugval van de handel in Golf-olie met een kwart op de spotmarkten. Volgens Gan Fenne, medewerker van Intertanko in Oslo, de vereniging van onafhankelijke tankereigenaren, is de hoeveelheid olie waarvan het transport is gecontracteerd teruggelopen van 5,4 miljoen ton in de eerste week van juli tot 1,25 miljoen ton vorige week. Maar de beschikbare tonnage voor olievervoer uit het Golfgebied beloopt volgens Fenne's gegevens 20 miljoen ton. Op basis van die cijfers kan de 'lege vloot' nog veel groter worden dan de 50 schepen die makelaar Clarkson voorspelt. De gemiddelde capaciteit van de beschikbare tankers, die voor een deel al onderweg zijn naar het gebied, is 200.000 ton. Twintig miljoen ton gedeeld door de capaciteit van 200.000 zou uitkomen op 100 schepen. Angstvallig blijft de mottenballenvloot op een ankerplaats net buiten het oorlogsgebied van de Golf, want daarbinnen moet een viervoud aan verzekeringspremies worden opgebracht. Voor een flinke olietanker met een dagwaarde van 40 miljoen dollar moet de reder voor de eerste zeven dagen in het Golfgebied waar de blokkade geldt nu een procent betalen: 400.000 dollar. Onder normale omstandigheden is de premie maar een kwart procent. Daarnaast betaalt de eigenaar van de olie nog verzekeringspremie voor de vracht.

Door dat verschil zijn er ook twee soorten vrachttarieven ontstaan: het standaardtarief van zo'n 17 dollar per ton en een speciaal tarief voor het oorlogsgebied in de Golf: 17 dollar plus een toeslag van tien tot vijftien procent die volgens Gibson binnenkort nog kan stijgen.

De scheepsmakelaars verwachten dat de boycot van Irak en herstel van de olie-toevoer uit de Golf maanden kunnen duren. Ze verwachten dat voldoende compensatie door andere Golfstaten van de weggevallen aanvoer uit Irak en Koeweit geruime tijd kan duren omdat installaties moeten worden aangepast. Daarom vlassen ze ook op opdrachten uit West-Afrika (onder andere Nigeria) en Venezuela. 'Maar met die oplopende olieprijs is het moeilijk te zeggen of dat lukt. De handel is een stuk kalmer geworden, men wacht af met het kopen van grote hoeveelheden ruwe olie', zegt de woordvoerder van Clarkson.

In totaal bestaat de wereldvloot van olietankers volgens de jongste cijfers van Intertanko uit 3.320 schepen met een gezamenlijke capaciteit van 284.558 miljoen ton. Bijna de helft van die capaciteit, 121.431 miljoen ton komt voor rekening van de 443 grootste tankers, de very large en ultra large carriers die allemaal een vracht van meer dan 200.000 ton olie of olieprodukten kunnen laden en voor een groot deel op de Golfroute varen.

De haven van Rotterdam, die in 1988 een kleine 40 miljoen ton ruwe olie uit het Midden-Oosten ontving (bijna de helft van de totale aanvoer) ondervindt nu nog geen nadelen van de boycot tegen Irak en Koeweit. Woordvoerder Rob Wilken van de Gemeentelijk Havenbedrijf: 'Het zal ervan afhangen hoe de oliemaatschappijen hun aanvoer gaan veranderen.'

Het Gemeentelijk Havenbedrijf ontvangt zelf fl.1.45 per geloste ton ruwe olie, zo'n 115 miljoen gulden per jaar, en bovendien 28 miljoen gulden aan havengelden voor olieprodukten.